Kunst

Ik stond argeloos door de ruit van een kunstgalerie te kijken toen een mannenstem achter me zei: ,,Komt u rustig even binnen.''

Het bleek de eigenaar te zijn die zich aan de overkant van het straatje verdekt had opgesteld om elke potentiële klant te kunnen verrassen de galeriehouder als menselijke spin. Weigeren was al te pijnlijk, en dus stapte ik schoorvoetend binnen.

De eigenaar was een gezette man met een donkere, borstelige haardos en dito snor. Hij begon al ongevraagd uitleg te geven bij zijn schilderijen nog voordat ik ze goed had kunnen bekijken. Het waren olieverven van scheefgezakte huizen en winterlandschappen. Niet onverdienstelijk, maar daarmee was ook alles gezegd. Het leek me een schilder die zó goed naar andere, vooral expressionistische, schilders had gekeken dat hij zichzelf uit het oog had verloren. Veel invloeden, weinig eigenheid.

,,U heeft het misschien al gezien'', zei de eigenaar, en hij noemde een Vlaams klinkende naam die ik niet goed verstond. We zullen het maar op `Joris Verschaevere' houden.

,,Ach zo'', zei ik met kennersair. ,,Leeft hij eigenlijk nog?''

,,Nee, hij is alweer een poosje dood.''

,,En verkoopt zijn werk nog goed in België?''

,,Jazeker. Hij heeft er ook altijd goed van kunnen leven.''

Hij wees op enkele forse doeken met scheefgezakte huizen Verschaevere's favoriete onderwerp – en zei losjes: ,,Het is net zoiets als Permeke en Gustave de Smet, dat soort jongens. Wat die mannen met kleuren kunnen, dat hou je niet voor mogelijk. Ziet u hier dat kleine, rode vlakje? Het is het enige kleine rode vlakje op het doek. En juist daarom licht het zo prachtig op.''

Ik knikte betrapt. Ik wist zeker dat mij dat kleine, rode vlakje nooit zou zijn opgevallen, al had men mij drie maanden lang, samen met dit schilderij, naakt op een vlot in de Atlantische Oceaan vastgebonden.

,,Dit soort schilders is ook zo goed in het weglaten van dingen'', zei de eigenaar. ,,Ziet u trouwens dat zonnetje daar boven die akker? Van Gogh hè?''

Hij troonde me mee naar een huiskamerachtige ruimte achter de galerie om nog enkele doeken van de Vlaamse meester te laten zien. Er zat een vrouw, zijn vrouw vermoedelijk, aan een tafel te schrijven. Ze keek op noch om, alsof ze zo min mogelijk met de nering van haar man te maken wilde hebben. Jij je kunst, ik zorg wel voor de centen die houding.

,,Later is Verschaevere abstract geworden'', zei de eigenaar terwijl we terugliepen. Hij wees me een paneel waarop iets was vastgespijkerd dat op een slordig stuk hoogpolig tapijt leek. ,,Hier werkt hij meer met de materie zelf.''

Hij zuchtte verheven. ,,Weet u wat ik nou zo mooi vind? We hebben het almaar over normen en waarden, maar realiseren we ons wel dat de kunstenaar steeds in dit debat vooropgaat? Hij verlegt de grenzen, hij stelt de nieuwe normen vast. En hij maakt ons ook duidelijk dat er méér op aarde is dan geld en hedonisme.''

Zou ik misschien met een gratis Verschaevere naar huis mogen, vroeg ik me af. Helaas, voor 2.000 euro had je niet veel meer dan het kleinste scheefgezakte schuurtje, begreep ik. Het is misschien weinig voor een Verschaevere, maar het is veel voor een Abrahams.

    • Frits Abrahams