Column

Hockeyhooligans

De Koninklijke Nederlandse Hockey Bond is een campagne tegen hockeyhooligans begonnen. Wat dat zijn? Puberkakkers, die gewapend met een stick richting het feestje naar het Gooise of Bloemendaalse clubhuis gaan om daar de boel even kort en klein te slaan. Wij gingen vroeger ook met een stick naar een feestje, maar gaven die door tot hij op was.

Op het gemiddelde hockeyfeestje staat tegenwoordig een gorillaatje of tien van een beveiligingsbedrijf en die moeten ervoor zorgen dat het een beetje ordelijk verloopt. Hoe het zover heeft kunnen komen? Verveling en niet opgevoed. De ouders zijn alleen maar druk geweest met hun echtscheidingen, optieregelingen en hun tweede huis in Frankrijk en hebben hun kinderen laten wegrotten achter hun Playstations. DVD in papa’s auto, Nintendo in die van mama en verder kunnen ze zelfs internetten in het bad. Met papa’s creditcard kan je alle sites op. Alle schuld is letterlijk en figuurlijk afgekocht en ze dolen nu door de lommerrijke villawijken op zoek naar spanning en avontuur. Dus dan maar knokken. Even het clubhuis van de concurrent verbouwen.

Het begint op feestjes, maar het gaat natuurlijk verder. De hockeybond is zelfs bang voor de eerste hockeyrellen. Amsterdam-Kampong wordt gezien als een heuse risicowedstrijd. Jelle Kuiper houdt een peloton ME achter de hand. Deze week was het rustig op de hockeyvelden. Ze zijn namelijk skiën. Op snowcamp! Sneeuwkamp klinkt niet in die kringen. In echte gangs raggen ze met hun snowboards de pistes af, dreigen bij de liften en dringen keihard voor. Wie ze niet doorlaat krijgt klappen. Het zijn vooral de jongens die op hete-aardappeltoon voorrang eisen. Allemaal kleine De Roy van Zuydewijntjes. Volslagen mislukt, maar de grootste bek. Ook in het après-skicafé moet je uitkijken. Eén verkeerd woord over hockey en je ligt gestrekt.

Dit stukje is trouwens ook een risicostukje. Als het de kakkertjes niet bevalt dan gaan de ruiten van mijn huis eruit. Volgende week schrijf ik weer lekker over dammen. Lekker veilig.