Een vuurspuwende psychopaat

Dat Vojislav Šešelj ooit voor het Joegoslavië-tribunaal terecht zou komen – moést komen – was al duidelijk toen het tribunaal in 1993 werd opgericht. De man die in 1991 riep dat zijn militie de Kroaten ,,met een roestige lepel de ogen zou leegscheppen'' en dat Zagreb met napalm moest worden gebombardeerd, heeft op èlke lijst van waarschijnlijke oorlogsmisdadigers gestaan.

Vojislav Šešelj is de Servische Zjirinovski. Beter: Zjirinovski is de Russische Šešelj. Want die loopt al veel langer mee dan zijn Russische geestverwant met de grote mond, het vulgaire taalgebruik en de losse handjes. Šešelj (1954) vestigde al in 1984 de aandacht op zich toen hij – Joegoslavië's jongste doctor, docent aan de universiteit van Sarajevo – onder protesten van Amnesty International in Sarajevo tot acht jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens het uitdragen van de Groot-Servische gedachte. Het was zijn pech dat hij dat twee jaar te vroeg deed. In 1986 begroef de Servische Academie van Wetenschappen in haar beruchte Memorandum het titoïstische gedachtegoed (Eenheid en Broederschap) en werden de remmen weggenomen voor het Servische hypernationalisme dat dankzij de manipulaties van Slobodan Miloševic uiteindelijk Joegoslavië de das heeft omgedaan.

Joegoslavië's jongste doctor werd tijdens zijn gevangenschap (van de acht jaar zat hij er bijna twee uit) zo zwaar mishandeld dat sommigen zijn ultra-radicalisme toeschrijven aan gevangenistrauma's. De Amerikaanse oud-ambassadeur in Belgrado, Warren Zimmerman, noemde hem onomwonden een psychopaat.

Šešelj richtte in 1989 een eigen Servische Cetnik Beweging op, later omgedoopt in Servische Radicale Partij (SRS). In de Kroatische en de Bosnische oorlog stuurde hij zijn eigen SRS-militie, de Cetniks, op pad. Ze vocht zij aan zij met milities als de Tijgers van Arkan. Maar in tegenstelling tot de Tijgers waren de Cetniks van Šešelj luie weekendterroristen, ongedisciplineerd, slecht getraind, veelal dronken en vaak net zo vet als hun leider. Die heeft zelf nog even in een militair uniform door Belgrado gelopen. Hij trok het uit toen hij in de pers werd vergeleken met een drachtige kikker.

Šešelj heeft steeds bestreden dat zijn Cetniks in Kroatië en Bosnië aan etnische zuiveringen hebben meegedaan. Hij zelf heeft niks anders gedaan dan vrijwilligers ronselen, tienduizend in getal. ,,En dat is geen oorlogsmisdaad.'' Het zal niet meevallen de Haagse rechters daarvan te overtuigen: er zijn ex-Cetniks die hebben toegegeven oorlogsmisdaden te hebben begaan. Sterker: Miloševic zelf heeft Šešeljs militie van oorlogsmisdaden beschuldigd.

De relatie van Miloševic met Šešelj is er een van cynisch pragmatisme. Toen Šešelj een vuurspuwende opposant was, kon Miloševic hem van oorlogsmisdaden beschuldigen. Maar in 1998, toen de Kosovo-crisis zich begon toe te spitsen, had Miloševic die `oorlogsmisdadiger' wel nodig: hij werd vice-premier en zijn partij kreeg zestien zetels in de regering.

Nog bij de laatste Servische presidentsverkiezingen beval Miloševic vanuit zijn Scheveningse cel Šešelj aan als de kandidaat op wie zijn aanhangers moesten stemmen. Miloševic' vrouw Mira, wier partij JUL in 1998 óók bij de coalitie hoorde, deelde en deelt haar mans mening niet: zij kan Šešelj niet luchten of zien. ,,Šešelj is geen Serviër. Hij is een Turk. Hij is misschien gewoon geen man'', schreef ze eens.

Vojislav Šešelj is een charismatische, verbaal begaafde en uiterst gewelddadige man die soms met een pistool staat te zwaaien en er niet voor terugschrikt mede-parlementariërs een klap uit te delen – best riskant, want Šešelj is een bonk van twee meter. Premier Zoran Djindjic noemde hem ooit ,,de Hitler van de Balkan''. ,,Maar zijn fascisme is impotent. Toen Hitler de Sudeten heim ins Reich haalde, bedreigde hij de hele wereld. Als [Šešelj] roept dat we de Krajina van Kroatië willen, is dat alleen gevaarlijk voor onszelf.''

Ondanks zijn primitiviteit is Šešelj populair. Zijn SRS krijgt steevast zeven à tien procent van de stemmen. Bij de Servische presidentsverkiezingen van eind vorig jaar drong Šešelj zelfs door tot de tweede ronde en kreeg hij meer dan één miljoen stemmen – 36 procent van het totaal.

Šešelj heeft toegegeven wat inmiddels steeds meer getuigen in het proces tegen Slobodan Miloševic voor het Joegoslavië-tribunaal zeggen: dat de Servische milities in Kroatië en Bosnië – zijn Cetniks, maar ook Arkans Tijgers – door Miloševic werden gecontroleerd, ook al ontkent deze dat fel. Šešelj zei eens: ,,Miloševic vroeg me om strijders te sturen. Hij en zijn generaals gaven ons geen bevelen, maar dienden `verzoeken' in: `We hebben je strijders daar of daar nodig.' We stelden hen niet teleur.'' Volgens Šešelj zorgde Miloševic voor kazernes waar de milities werden getraind, hij zorgde voor de uniformen, de wapens, het transport, alles. ,,Aan Servische kant kon niets gebeuren zonder bevel of medeweten van Miloševic.''