Waarom mannen vrouwen en homo's haten

Homohaat en vrouwenhaat gaan vaak samen, las Ellen de Bruin. Bij welk type mannen eigenlijk?

Er zijn mannen die een hekel hebben aan vrouwen én aan homo's. Sommige psychologen hebben het daar een beetje moeilijk mee. Dat mensen een negatieve kijk hebben op anderen die niet tot hun eigen groep behoren, is een bekend verschijnsel. Maar hoe kan het dan dat heteromannen vaak een grotere hekel hebben aan homo's (collega-mannen, als het ware) dan heterovrouwen? En hoe komt het dat homohaat vaak samengaat met vrouwenhaat?

Psychologen hebben geprobeerd daar wat op te bedenken. Om te beginnen blijkt uit onderzoek dat verschillende vormen van discriminatie vaak samengaan: mensen die vooroordelen hebben tegen een bepaalde groep, hebben ook vaak een hekel aan andere groepen – die mensen zijn in het algemeen geneigd om te discrimineren. Na de Tweede Wereldoorlog begonnen psychologen die karaktereigenschappen uitvoerig te onderzoeken. Het bleek dat mensen die overdreven hechten aan hiërarchie, gehoorzaamheid en discipline, over het algemeen meer discrimineren en geneigd zijn bepaalde bevolkingsgroepen als van nature inferieur te zien.

Dat mag dan voor een deel verklaren waarom homohaat en vrouwenhaat samengaan, het is natuurlijk niet het hele verhaal. Psycholoog Stephen Kilianski van de State University of New Yersey probeerde het aan te vullen met een bekend Freudiaans idee: dat vrouwen- en homohaters bang zijn voor `de vrouw in zichzelf'. Dat kun je natuurlijk ook gewoon onderzoeken, schrijft hij in Psychology of Men and Masculinity. Dus liet hij honderdvijftig mannelijke studenten op een lijst karaktereigenschappen aankruisen die ze hadden, die ze zouden willen hebben en die ze juist niet wilden hebben. De helft van die eigenschappen was prototypisch mannelijk (avontuurlijk, dominant, koppig), de ander helft vrouwelijk (emotioneel, geduldig, zacht). Ook liet hij de jongens vragenlijsten invullen over homohaat en vrouwenhaat en de geneigdheid te discrimineren in het algemeen.

Homohaat en vrouwenhaat bleken inderdaad vooral samen te gaan bij die mannen die in het algemeen tot discrimineren geneigd waren. Ook bleek, zoals verwacht, dat de mannen die het liefst veel mannelijke en weinig vrouwelijke eigenschappen wilden hebben, de grootste homo- en vrouwenhaters waren. Daarbij was overigens de behoefte om mannelijk te zijn belangrijker dan de behoefte om niet-vrouwelijk te zijn. Pure, zuivere mannelijkheid, daar gaat het de betreffende mannen kennelijk om. Een ander artikel in Psychology of Men and Masculinity meldt wat er bij die mannelijke ideologie, behalve homo- en vrouwenhaat, verder nog komt kijken: het draait om winnen, status, risico's nemen, spieren hebben, de playboy uithangen, het-werk-gaat-voor-het-meisje, zelfvertrouwen en een aversie tegen psychologische hulp. Kortom, het soort mannen dat je een eenzaam bestaan op de prairie toewenst, met een cowboyhoed op.

Overigens rept Kilianski in zijn artikel helemaal niet over een andere voor de hand liggende verklaring voor homohaat: de angst van mannen om door een andere man gepakt te worden. Daar zou je bijna ook een oude Freudiaanse gedachte bij krijgen.