Schraal of vierkant

Als een wielrenner nu in een ravijn valt, piepen onze mobieltjes en computers met het nieuws vóór hij de grond raakt. Wielerverslaggever Jan Cottaar had het een halve eeuw geleden een stuk moeilijker tijdens zijn werk. Het was door de vriendelijkheid van een Belgische radiomedewerker dat de Nederlandse luisteraar in 1951 wist dat Wim van Est zojuist als eerste Nederlander in de Tour de France de gele trui had veroverd. Als die tenminste op de Belg was afgestemd, want het was die dag nog niet op een Nederlandse zender te horen. Gek werd Cottaar ervan: ,,De journalist in ons stond zich te verbijten van ellende: zulk nieuws en het dan niet heet van de naald te kunnen spuien!'' Pas een dag later sijpelde in de rest van het land dit fijne bericht door.

Die gele trui en andere Nederlandse successen – én de beroemde val van Van Est in een ravijn – zouden alles veranderen voor de Nederlandse radio. Vanaf dat moment waren er dagelijks twee uitzendingen vanuit Frankrijk met een finishverslag en een nabeschouwing. Toch was het nog steeds een hels karwei om te begrijpen wat zich in de laatste meters voor de eindstreep allemaal afspeelde. Cottaar zag daarom het liefst die renners voorop rijden die van kilometers afstand al waren te herkennen, omdat ze dik waren, een zwabberende rijstijl hadden of een gek hoofd. ,,Over de schrale en schriele Coppi hoefde je niet te twijfelen. Dolle Ferdinand (Kübler) merkte je ook altijd wel op, evenals zijn landgenoot, de mooie Hugo (Koblet), wijlen de vinnige Ockers, Graczyk, het mannetje Robic, Geminiani en anderen.'' En dan het liefst iemand alleen op kop, voegde Cottaar daaraan toe. ,,Je kon dan heerlijk op je gemak het hele spelletje meter voor meter verslaan en met het gejuich van de menigte op de achtergrond, kreeg zo'n uitzending altijd de kleur die ze nodig had.''

Maar tijdens een massasprint was het zweten, want wie was nou in hemelsnaam wie? ,,Met het ene oog moest je er dan de overwinnaar uitpikken, met het andere de nummers twee en drie en ja, dan moest toch óók nog een oogje over hebben voor een paar Nederlanders. En omdat iedereen op de perstribune dan zenuwachtig werd, was er altijd een concurrerend hoofd in beeld op net dat moment waarom het ging. Ach, dan werd er even geïmproviseerd en of het helemaal met de waarheid overeenstemde, was van later zorg. Er was hier toch nog geen televisie om het te controleren.''

Zo sloeg Cottaar zich door de Tour de France heen. Wim van Est als bewegend hoopje geel in een ravijn herkende hij nog makkelijk in 1951. En anders had de renner volgens Cottaar nog zo iets opmerkelijks: ,,Van Est zijn vierkante schouders.''

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren