Probeer hem zelf

Dit wordt een positief stukje. Het gaat over de Amsterdamse tram. Het zal ongeveer een half jaar geleden zijn dat het nieuwste materieel van het GVB op de rails verscheen. Mensen zoals ik, die al meer dan een halve eeuw ervaring hebben, waren van wantrouwen vervuld. Ik maakte een proefrit in lijn 10, keek mijn ogen uit. Het leek wel alsof Jan des Bouvrie aan het inrichten was geweest. Een asymmetrische ordening, gezellige zitjes, éénpersoons bankjes aan het raam, met een soort vensterbank, breed genoeg om een bord op te zetten, als het een horizontaal vlak was geweest, maar het is te schuin om zelfs maar je elleboog op te zetten. Dat is jammer. Je zou een soort draagbaar tafeltje moeten ontwerpen, met zuignappen, om dat gebrek goed te maken. Hoeft maar een paar centen te kosten. Verder hebben deze nieuwe rijtuigen volgens mijn telling 66 zitplaatsen, tegen 69 in de grootste van het gebruikelijke model, maar dat merkt niemand.

Een van de beste armaturen van de nieuwe is de bel met zijn krachtige heldere klank, deze ene ting! die hij voortbrengt. De traditie van de bel is terug. Toen ik hem voor het eerst hoorde, moest ik aan Georges Simenon denken, zijn roman Bloedspoor in de sneeuw, waar de handeling zich afspeelt tijdens de oorlog in Straatsburg. Daar rijdt ook een tram. Volgens de beschrijving die Simenon van het geluid geeft moet die hebben geklonken als onze nieuwe. Op zichzelf een prestatie: een beschrijving van geluid te geven, zo scherp dat het bij het lezen uit de pagina's opklinkt, en door de jaren heen in het hoofd zo goed bewaard blijft, dat je denkt: Simenon, Straatsburg, als je het eindelijk in werkelijkheid hoort.

Dan heeft de nieuwe een acceleratie om van te watertanden. De wegligging, of railsligging zeg je misschien, laat wel iets te wensen over. Dat valt des te meer op omdat er minder lussen en stangen zijn, zodat er in bochten die met hoge snelheid worden genomen meer passagiers zijn die zich aan elkaar vastgrijpen. Daartegenover staat het grootste voordeel: het raamoppervlak. Dit is een doorzontram.

Bovengronds openbaar vervoer dient om naar buiten te kijken. De mensen die dat begrijpen, zijn verdeeld in twee scholen: de vooruit- en de achteruitrijders. Mensen die willen zien wat er aankomt, en degenen die de voorkeur geven aan het panorama van het onmiddellijk verleden. Bij vooruitrijden moet je je ogen meer inspannen, want onwillekeurig kijk je opzij, en daarbij krijg je een reeks snel opeenvolgende beelden op het netvlies. Bij achteruit ontrolt het panorama zich geleidelijk. In de nieuwe tram geef ik er de voorkeur aan met mijn rug naar de rijrichting te zitten, in het achterste compartiment.

Hebt u morgen niets te doen, probeer het dan zelf. Neem bij het Centraal Station lijn 9. Het éénpersoons bankje in het achterste compartiment is het beste. U kijkt dan door een panoramische ruit van tegen de vier vierkante meter, in breedbeeld, vistavision, technicolor naar de weg die u hebt afgelegd. Damrak, Dam, Rokin, het is allemaal veel wijder, breder, ruimer dan u het zich van gisteren nog herinnert. We gaan verder, de Hortusbrug over, en dan begint het pas goed. Wertheim Park, mooi! Daarna even links en rechts schoolvoorbeelden van hoe een verdwaasd stadsbestuur een gevelwand heeft kunnen verpesten. Maar daarna komt het.

Kijk naar rechts. De gebouwen van Artis, de villaatjes Welgelegen en Weltevreden, nog meer Artis. Het is zondagmorgen, een uur of tien, mooi weer, geen auto's, en niet meer dan een stuk of tien mensen in dit hele panorama. Wat ziet u daar? Amsterdam, zoals het in 1900 was. Met lijn 9 bent u achteruitrijdend meer dan een eeuw teruggereisd. Het zou u niet verbazen als Willem Kloos en Albert Verwey daar aan het wandelen waren. Dit is, ik meen het in volle ernst, een eerste klas historische sensatie.

We komen aan de Muiderpoort. Daarna wordt het minder. Bij het Oosterpark overstappen op lijn 3, die ook al nieuwe rijtuigen heeft. Aan parken valt niet veel te bederven, die zijn tijdloos. De geschiedenis begint pas weer na de kruising met de Wibautstraat, halverwege de Ruysstraat. Nog altijd achteruitrijdend, moet u naar links kijken, naar de gevelrij van massieve natuursteen. Even lijkt het alsof je in een Duitse stad bent, voordat die werd platgebombardeerd. En dan weer in Amsterdam: de Amstel over, met uitzicht op de Weesperzijde en het Amstel Hotel. We rijden door het einde van de negentiende eeuw.

Zo wil ik nog wel even doorgaan. Aan de Ceintuurbaan blijkt, vooral als je schuin omhoog kijkt, nog veel in ongeschonden, zelfs goede staat van onderhoud bewaard gebleven. De nieuwste tijd begint pas weer na het Sarphati Park.

Dit wilde ik u laten weten. In de hoop dat u zelf de panoramische achterruit van onze nieuwe gaat proberen.