Pendelen tussen oorlogen in West-Afrika

Eerst zijn ze voor de oorlog in Liberia gevlucht. Nu worden ze in Ivoorkust bedreigd. Noodgedwongen keren Liberianen massaal terug naar hun nog altijd vechtend vaderland.

Er zijn drie soorten Liberianen, zegt de gedeputeerde van de streek in Ivoorkust waar de lokale bevolking allochtonen liever ziet gaan dan komen.

Je hebt Liberianen die de oorlog in hun land zijn ontvlucht. Liberianen die naar Ivoorkust zijn gekomen om op een vissersboot of een plantage te werken. En de derde categorie: rebellen. Dat tuig wordt hier niet getolereerd. Eerst hebben ze hun eigen land naar de vernieling geholpen. Nu komen ze Ivoorkust te gronde richten.

,,Als ze hier durven te komen, maken we ze dood'', zegt gedeputeerde Pierre Kapet, die na het aanbieden van een stukje kolanoot een verhitte monoloog begint. Zijn `mannen' zijn er klaar voor. Alleen al in Tabou, vlakbij de grens met Liberia, zijn 22 wegversperringen opgeworpen door vijandige jongeren die hun gezicht iedere ochtend met zwarte verf besmeuren.

Amnesty International waarschuwde donderdag dat zeker 40.000 Liberiaanse vluchtelingen in Ivoorkust in levensgevaar verkeren. Volgens de organisatie worden ze zonder pardon vermoord door regeringstroepen en door burgers die door de overheid van wapens zijn voorzien.

Ze zijn van het ene conflict in het andere terechtgekomen: Liberianen in Ivoorkust moeten voor een tweede keer meemaken hoe een land door oorlog uiteenvalt.

Lange tijd was Ivoorkust niet alleen stabiel en welvarend, maar ook een van de weinige West-Afrikaanse landen waar Liberianen welkom waren en integreerden met de autochtone bevolking. Vorige zomer telde de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR ruim zeventigduizend Liberiaanse vluchtelingen in Ivoorkust. De meesten wonen in het westen en zuidwesten.

Maar de oorlog heeft een einde aan de plaatselijke gastvrijheid gemaakt. Er hebben zich twee rebellenbewegingen aangediend met Liberianen in de gelederen. Dorpen langs de westgrens worden sinds januari regelmatig aangevallen door wat volgens militairen ordinaire plunderaars uit Liberia zijn die van de Ivoriaanse crisis profiteren.

Het gevolg is een aan haat grenzend wantrouwen van Ivorianen jegens hun buren. ,,Liberianen zijn hele slechte mensen'', zegt een jongen die met een jachtgeweer in een dorpje verderop patrouilleert.

Veel Liberianen voelen zich niet langer veilig in Ivoorkust. De angst is het meest gerechtvaardigd in de streek rond Tabou, een paar jaar geleden het toneel van een gewelddadige uitbarsting van vreemdelingenhaat. Allochtonen en autochtonen gingen elkaar met kapmessen te lijf nadat een ruzie over een stuk landbouwgrond uit de hand was gelopen.

De afgelopen maanden zijn schermutselingen uitgebleven, maar dat lijkt slechts een kwestie van tijd. Vorige maand zette de eigenaar van een grote rubberplantage zijn Liberiaanse werknemers af voor de deur van een hulporganisatie met de boodschap: vangen jullie ze maar op, ik hoef ze niet meer. Andere plantagehouders klagen juist dat hun arbeiders zijn weggejaagd door agressieve dorpelingen.

Zoveel Liberianen met vluchtelingenstatus kwamen om hulp vragen dat de VN-Vluchtelingenorganisatie vorige maand met een repatriëringsprogramma begon. De ironie van de operatie ontgaat Joseph Freeman niet. Met een groene kleerhanger in de hand wacht hij tot aan boord mag van de houten vissersboot die een groep van 109 Liberianen de grens overvaart. De bagage – in doeken geknoopte potten en pannen, koffers met kapotte ritsen, een koelkast en een mand met kippen – gaat over met een andere boot.

Freeman: ,,In november begon het. Toen kwamen de Ivorianen in Tabou 's nachts op de deur bonken om te zeggen dat we weg moesten gaan. Dit is idioot, dacht ik, waar moeten we dan naartoe? In Liberia is niets, geen werk, geen elektriciteit. Maar op dit moment is het de minst slechte optie. Als de oorlog voorbij is, kom ik weer terug.''

Gedwee doen de remigranten de knalrode verplichte zwemvesten over hun hoofd. De rivier die Ivoorkust met Liberia verbindt, de Cavally, is een smalle, kronkelende strook wild stromend water dat zich een weg door de jungle snijdt. De ferryboot van de UNHCR ligt zielloos aan de oever weg te roesten sinds gendarmes hem met een paar granaten onbruikbaar maakten. Liberiaanse rebellen zouden de boot kunnen inpikken, was het argument.

De VN-Vluchtelingenorganisatie heeft inmiddels meer dan tweeduizend Liberianen in bestelbussen vanuit Tabou naar de rivier gereden en de grens overgezet. Het project is geen overbodige luxe. Liberianen zonder vluchtelingenstatus die te voet door de bush naar de grens proberen te komen, worden vaak tegengehouden door dorpelingen, zegt een docent Engels die in de Liberiaanse wijk in Tabou woont.

Hij heet Henry Nyenteah II, kwam in 1993 naar Ivoorkust en durft alleen binnenshuis een gesprek met een blanke journalist te voeren. Drie vrienden komen er bijzitten, onder TL-licht in een kale woonkamer. Liberianen worden geïntimideerd, lastig gevallen en soms omgebracht, althans, laatst namen burgers die 's nachts de wijk in kwamen twee jongens mee die sindsdien niet meer zijn teruggekomen, vertelt Nyenteah zonder tragiek in zijn stem, zelfs zonder bitterheid.

Toch is weggaan geen alternatief voor Henry Nyenteah II. ,,In Liberia is geen toekomst voor een jongeman.''