Overheid: Vrijheid bij keuze software

De overheid wil minder afhankelijk worden van softwarebedrijven als het Amerikaanse Microsoft. Overheidsinstellingen moeten niet alleen meer vrijheid krijgen om zelf te kiezen welke software ze gebruiken, ook zou software die met belastinggeld is ontwikkeld voor één overheidsorganisatie vrij door andere instanties gebruikt moeten kunnen worden.

Dat hebben de departementen Economische zaken en Binnenlandse zaken gisteren bekend gemaakt. De keuze voor `open' software, die voor iedereen toegankelijk is, is het gevolg van een motie die GroenLinks bij de begrotingsbehandeling van Economische zaken indiende.

Om het gebruik van andere software te stimuleren trekken de beide departementen samen drie miljoen euro uit de komende jaren. De departementen laten de Kamer echter weten niet te kunnen garanderen dat in 2006 alle overheidssoftware voldoet aan de open standaarden, zoals de Kamer wil.

De overheid is een grote gebruiker van software. Net als iedere andere gebruiker is de overheid nu sterk afhankelijk van softwareleveranciers. Door dominante posities van enkele softwareleveranciers hebben gebruikers te maken met hoge kosten, bijvoorbeeld doordat licentieovereenkomsten gewijzigd worden of doordat gebruikers min of meer gedwongen worden over te gaan naar nieuwe versies van software, de zogenoemde up-grades. Overstappen naar andere softwareleveranciers is duur en de onderlinge uitwisselbaarheid van gegevens tussen verschillende softwarepakketten laat nogal eens te wensen over.

`Open' software is software waarvan de zogeheten broncode – de blauwdruk van de software – openbaar gemaakt is. Dat betekent dat anderen, bijvoorbeeld de gebruiker zelf, de software naar eigen inzicht kan aanpassen. Dit in tegenstelling tot gesloten softwareprogramma's zoals Windows van het Amerikaanse Microsoft.