Oorlog tegen Irak hoeft niet onvermijdelijk te zijn 1

1 De heer Frinking, oud-voorzitter van de Noordatlantische Assemblee, maakt in NRC Handelsblad van 15 februari enkele opmerkingen over de juridische grondslag van het Nederlandse besluit om Patriot-raketten naar Turkije te sturen. Hij stelt dat Nederland niet op grond van het NAVO-verdrag tot deze uitzending verplicht was, omdat een gemeenschappelijk besluit van de NAVO ontbreekt. Immers, zo begrijp ik Frinking: Frankrijk, Duitsland en België hebben in de NAVO-raad niet willen instemmen met het Amerikaanse voorstel gemeenschappelijk steun te verlenen aan Turkije. Deze stelling is niet juist.

Zowel in artikel 3 (op verzoek versterken van de verdedigingscapaciteit van een NAVO-lidstaat) als in artikel 5 (verzoek om bijstand na een aanval op een lidstaat) is sprake van een verplichting om afzonderlijk én gemeenschappelijk steun te verlenen. Artikel 3 luidt letterlijk: ,,In order more effectively to achieve the objectives of this Treaty, the parties, seperately and jointly, by means of continuous and effective self-help and mutual aid, will maintain and develop their individual and collective capacity to resist armed attack.''

De Nederlandse regering kon zich dus als zij dat al gewild had – niet verschuilen achter de onwil van de drie genoemde bondgenoten en was op grond van artikel 3 van het verdrag juist verplicht om zelf een afweging te maken over het Turkse verzoek.

De tweede opmerking van Frinking was dat het Nederlandse parlement op grond van artikel 100 van de Grondwet parlementaire toestemming had moeten geven, juist omdat een verdragsverplichting ontbrak. Artikel 100 slaat in beginsel ook op besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit een NAVO-verplichting. Wat dat betreft maakt het onderscheintid van Frinking (wel of niet gebaseerd op het NAVO-verdrag) geen verschil. Een andere vraag is of artikel 100 inderdaad een voorafgaande toestemming vereist. Noch de tekst, noch de parlementaire geschiedenis dwingt tot die conclusie. Het is dus niet verwonderlijk dat het parlement hier geen punt van heeft gemaakt.