Nieuwpoort - Bleskensgraaf

Joyce Roodnat loopt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week door de Alblasserwaard.

Een eskader van zes zwanen maakt een lage verkenningsvlucht over de weilanden. De koppen bewegen alleen naar voren, verder staan ze roerloos aan de uiteindes van de gestrekte halzen. Die halzen wiegen op en neer op het magische middelpunt waar lijf, vleugels en hals van de zwaan verbonden zijn. De zon achter ze maakt de vogels zwart, statige silhouetten wier vleugelslagen de ijzige wind zacht doen kermen.

Ineens dalen ze. Ze landen op een sloot die tot hun verrassing bevroren is. Van sierlijke slagschepen verworden ze tot logge gevaartes. Afremmen op o-poten is zo simpel niet, zwemvliezen bieden weinig grip op een ijsvloer en de zwanen glippen bijna achterover. Eenmaal tot staan gekomen waggelen ze verwijtend naar elkaar toe: welke Jan Doedel beweerde er eigenlijk dat er water was, hier?

Ik houd van de Alblasserwaard vanwege het ongecoiffeerde boerenlandschap, met ruig weiland dat lekker stinkt en waar niet gekeken wordt op een molshoopje meer of minder, met moddersloten, en met daaroverheen verzakte bruggetjes van molmig hout of bemost beton. Langs de horizon wilgen, boerderijen en langs kruipende autootjes en, om wat af te doen aan de romantiek, her en der gruizelige bedrijven aan wegen met zwerfvuil in de struiken. Vandaag, in zon, wind en vorst is de Alblasserwaard zo mogelijk nog aantrekkelijker: onder de schoenen afgetrapt asfalt en rechte graspaden, bevroren maar niet glad. Dat loopt lekker, althans voor wie niet bang is uitgemaakt te worden voor uitslover, want de verende stap met zwaaiende armen doet het hier het best, dat kan ik ook niet helpen. In de sloten onderscheid ik achtereenvolgens een vastgevroren sjaal, een vastgevroren vergiet en een vastgevroren aflevering van de Hitkrant. Stroken ijs glinsteren in het gras, in de bredere vaarten rinkelen ijsbrokken in de stroming bij afwateringspunten. Zwermen kuifeenden vliegen op in wolken zwenkende stippen, hun geluid verwaait tot een op laag volume gedraaide recital van louter hoge tonen.

In Groot-Ammers hangt bij de loodgieter annex fotowinkel een foto van Laurel en Hardy in de etalage, bij `Goud-Optiek' staan twee Charlie Chaplin-poppen tussen de horloges en het café-restaurant heeft de Blues Brothers op de muur geschilderd. Er komt een jonge vader naar buiten, een dochtertje aan elke hand: ,,Kom, we gaan weer naar de kerk'', zegt hij. Dit is een best dorp, dat voel ik en erachter ligt ook nog eens de Molenkade, met vier fiere watermolens op een rij, meesterlijk uitgelicht door de laag ingezette, koude zon.

Heen, het water over, weer een stuk terug, en dan een hoek om. Zo loop je hier, want de vaarten zijn niet zo bebrugd dat er rechttoe rechtaan gewandeld kan worden. Oversteken over het ijs? Ik zet mijn voet erop. Krak. Natte schoen. De zompige geur van sloot stijgt op. Dan niet. Omlopen is geen straf, omlopen is de zaak van een andere kant bekijken.

15 km. Kaarten 19, 20, 21 uit: W. Stadhouder en P. Zwang: Pelgrimspad I, uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort. Openbaar vervoer tussen begin- en eindpunt van de wandeling is ontoereikend. Tel. taxi 0184 414044.