NIEUWE VONDST ZAAIT TWIJFEL AAN APARTE SOORT H. RUDOLFENSIS

In de Olduwai-kloof in Tanzania is een 1,8 miljoen jaar oude bovenkaak (OH65) gevonden die wordt toegewezen aan Homo habilis. H. habilis is de oudste vertegenwoordiger (vanaf 2,3 miljoen jaar geleden) van het mensengeslacht Homo. De kaak vertoont echter ook overeenkomsten met de iets modernere Homo rudolfensis, volgens velen de vermoedelijke directe voorloper van Homo erectus en dus van de moderne mens. Volgens de vinders zijn die overeenkomsten groot genoeg genoeg om twijfel te zaaien aan het nut van deze aparte soort H. rudolfensis (Science, 21 febr).

Als aparte soort is Homo rudolfensis altijd al omstreden geweest. Het belangrijkste fossiel, de redelijk gave schedel KNM-ER 1470 (gevonden in 1972), werd aanvankelijk toegewezen aan H. habilis, maar in 1986 stelde de Russische paleontoloog Valerii Alexeev voor een aparte soort te creëren en de term kreeg veel navolging. H. rudolfensis, waaraan ook een aantal andere kaken en schedelfragmenten zijn toegewezen, heeft onder meer kleinere wenkbrauwbogen, een platter gezicht en grotere hersenen dan H. habilis. De vinders van OH65, een evidente habilis-kaak, wijzen echter op sterke anatomische overeenkomsten met H. rudolfensis in onder meer het gebied tussen neus en kaak en de in de tanden. In een commentaar in Science noemt de Zuidafrikaanse paleontoloog Philip Tobias deze overeenkomsten overigens `redelijk' (modest), maar niet beslissend.

Dat de variatie onder de vroege vertegenwoordigers van het geslacht Homo groot is blijkt ook uit de suggestie van de vinders van OH65 om op grond van dezelfde criteria een aantal àndere habilis-fossielen juist de naam H. habilis te ontzeggen. Het gaat om de redelijk gave schedels OH24 (Twiggy) en KNM ER 1813 en de losse botten OH62 (Dik dik). De classificatie van de vroege Homo-fossielen is sowieso een probleem. Zo heeft de Amerikaanse paleontoloog Bernard Wood in 1999 voorgesteld om H. habilis en H. rudolfensis over te hevelen naar het pre-Homo-geslacht Australopithecus, onder meer op grond van een te geringe schedelinhoud en lichaamsgrootte en een nog meer aapachtige skeletvorm.

Bij de nieuw gevonden habilis-kaak OH65 werden ook primitieve stenen messen en hamers en botten met resten van krassen en hamerslagen gevonden. Het geringe aantal bekraste botten (amper 5% van het totaal) en de geologische herkomst van de stenen werktuigen wijzen volgens de vinders op een seizoensgebonden, nomadisch bestaan van Homo habilis.