Miskend

Het was een fraaie omgeving, waarin ik mocht optreden: de Grote Kerk in Leeuwarden. Ik hield een voordracht en maakte vervolgens plaats voor de referenten die zouden reageren, gevolgd door discussie. Aldus het programma. Maar tot mijn verbazing toverden zij een aantal velletjes papier uit hun zak om, citerend uit door mij ooit eerder geschreven columns, commentaar te geven op... Op wat? Niet op wat ik had gezegd. Ook niet op wat ik ooit had geschreven, want daaruit werden alleen maar zinsneden gelicht, of alleen maar losse woordjes, om daar vervolgens vrij op verder te associëren. Niks reageren op, niks discussie naar aanleiding van.

Het bontst maakte het een zekere Rien de Bruin. Ik geef u twee voorbeelden. De enige twee overigens waarbij hij mij citeerde onder vermelding van de datum waarin de betreffende tekst in deze krant werd gepubliceerd. Die twee citaten kon ik, thuisgekomen, dus traceren.

Zo hield de Bruin de aanwezigen voor dat ik zou neerkijken op leraren, en citeerde: ``Onnozele sukkels, frappant detail: Prick rekent zichzelf ook tot die categorie onderwijsgevenden.''

Dit bleek te zijn gebaseerd op de volgende passage uit mijn column van 24 maart 2001: `Met niet aflatende ijver proberen de economen Frank Kalshoven en Flip de Kam ons, onnozele sukkels, duidelijk te maken dat onderwijs zich in de handen mag knijpen met de gelden die het mag besteden. Kalshoven noemt het in zijn wekelijkse column in De Volkskrant zelfs een ziekte dat ook Kamerleden dat niet begrijpen.' Maar het werd nog erger.

De tweede column waaruit traceerbaar werd geciteerd, ging over het verschijnsel dat het in Frankrijk een groot probleem is personeel te vinden voor beroepen die weinig scholing vereisen, wat pijnlijk merkbaar is in de dienstverlenende sector. Ik sloot die column indertijd af met: `Slecht mens als ik ben, denk ik wel eens dat wat meer slecht onderwijs de leefbaarheid in Frankrijk geen kwaad zou doen. Iedereen nog meer onderwijs, dan zit er straks helemaal niemand meer achter de kassa in de supermarkt.'

De Bruin grijpt deze passage aan voor het volgende: ``Verslechtert het onderwijs in Nederland? Als het aan Prick ligt wel. Hij schrijft dat slecht onderwijs de leefbaarheid verbetert. Welke leefbaarheid? Ja, die van hemzelf. Hij leeft van de ellendige situatie van leraren, hij vindt zijn inspiratie voor goed betaalde columns en spreekbeurten in de onderwijsverloedering, de falende beleidsmakers en de teloorgang van de lerarenstatus.''

Dit voorval deed me denken aan wat de psycholoog prof. Drenth overkwam in een televisiediscussie met Ratelband. Daarbij haalde Ratelband plotseling een levensgroot waterpistool tevoorschijn om daarmee zijn opponent nat te spuiten. Die Drenth, die het waagde zijn potjespsychologie aan de kaak te stellen, nou, die zou hij eens lekker te grazen nemen.

Dat mensen handelen vanuit oprechte betrokkenheid of wetenschappelijke integriteit, dat kan er bij de opgeblazen ego's van Ratelband en De Bruin niet in. Dat soort wil helemaal geen discussie; met niemand. Ze voelen zich miskend, zoeken genoegdoening en zinnen op wraak. Thuis vullen ze heimelijk hun waterpistool, of zitten grinnikend achter hun computer zinssneden te selecteren waar ze hun miskenning mee kunnen wreken. En als je ze na afloop toevoegt dat je hun optreden schandelijk vond, is de reactie: ``ja, maar u moet begrijpen, het was dia-positief bedoeld''. Nog intens laf ook dus.

Ik vond het heel beangstigend die onvermoede confrontatie met zo veel opgekropte woede. Een soort van psychische taartsmijterij, nog eens geaccentueerd door het slot van miskende Rien de Bruin: ``bedankt, professor Pim... , eh, ik bedoel... Prick.''

prick@nrc.nl