Margarita en de monarchie

Er wordt door koningskinderen vrijwel niet meer standesgemäß gehuwd, constateert historica en Oranjekenner Reinildis van Ditzhuyzen. Konings- huizen worden burgerhuizen en voor je het weet is het sprookje uit. Over uitholling van de monarchie en de voordelen van Ebenbürtigkeit. `Waarom zouden leden van het koninklijk huis hun best blijven doen bij zoveel vuile was?'

Prinses Margarita, nichtje van koningin Beatrix, klapt uit de school. Met smeuïge details vertelt ze hoe het er in de huiselijke kring van de familie Van Oranje-Nassau aan toe zou gaan. Dat zij en haar echtgenoot worden afgeluisterd op last van het koninklijk huis. Dat dossiers van de sociale dienst over haar echtgenoot illegaal door het koninklijk huis zijn ingezien. Dat de Oranjes `lak aan fatsoensnormen' hebben. En ook dat de koninklijke familie zich bij tijd en wijle te buiten gaat aan drinkgelag.

Of de beweringen van Margarita kloppen is een ander verhaal. De Rijksvoorlichtingsdienst gaat inhoudelijk niet in op de verwijten, want het betreft geen lid van het koninklijk huis. Wel verspreidde de dienst daags na publicatie van de beschuldigingen in het opinieblad HP/De Tijd en het Duitse weekblad Stern een persbericht. ,,De familie van H.K.H. Prinses Margarita de Bourbon de Parme betreurt de recente medewerking van de prinses aan een serie weekbladartikelen. De familie herkent zich niet in het beeld dat in de artikelen wordt opgeroepen. Uit liefde voor Prinses Margarita beperkt de familie zich tot deze reactie.''

De steen des aanstoots is het huwelijk. Het steekt de prinses enorm dat haar echtgenoot Edwin de Roy van Zuydewijn, met wie ze in september 2001 trouwde, niet wordt gewaardeerd in de koninklijke familie. Het vorstelijk huwelijk, dat vroeger de pijler was van de monarchie, is nu de achilleshiel ervan geworden. En dat is niet louter een Nederlands probleem. Vorig jaar juni leidden vergelijkbare verwijten tot grote opwinding in Luxemburg. De huidige groothertogin Maria Teresa vertelde met betraand gezicht aan de pers dat haar schoonmoeder, een geboren Prinses van België, op haar neerkijkt wegens haar burgerlijke afkomst. ,,Mijn functioneren'', aldus Maria Teresa, ,,wordt door haar bemoeilijkt.''

Prinses Margarita heeft zelf haar man uitgezocht. Ook alle andere huidige leden van de Oranjefamilie zijn getrouwd met de partner van hun keuze. Dat vinden we vanzelfsprekend. Partners van `mindere' afkomst (burgerlijk of van lagere adel) vormen in onze gedemocratiseerde samenleving geen bezwaar meer. Dit klinkt erg modern en aantrekkelijk. Maar dit `nieuwe' koninklijke huwelijk bevat vier elementen die het tot het kwetsbaarste onderdeel van de monarchie maken. Deze zijn: de eigen keuze van huwelijkspartners, de kans op echtscheiding, de `verburgerlijking' en ten slotte de moeizame aanpassing van nieuwkomers in de `glazen kooi'.

Verstandshuwelijken

Tot het midden van de 20ste eeuw werden huwelijken uit liefde in Europese vorstenhuizen zoveel mogelijk tegengewerkt. Vorstelijke verbintenissen werden gezien en behandeld als zakelijke transacties, omdat er allerlei [staats]belangen mee gemoeid waren. Men trouwde niet uit liefde, maar om bezittingen veilig te stellen of te vermeerderen, om een bondgenootschap te bekrachtigen en om een erfgenaam te krijgen. Daarom mocht de oudste dochter van Frederik Hendrik van Oranje, prinses Louise Henriette, in 1646 niet trouwen met haar geliefde Charles de la Trémoïlle, prins van Talmont. Hij was dan wel een prins, maar hij was arm en had geen land. De verliefde prinses werd gedwongen met de politiek veel aantrekkelijker keurvorst van Brandenburg te trouwen. ,,Och, was ik toch dood'', noteerde zij treurig, ,,zo mocht ik iemand nemen die ik liefhad.'' Omgekeerd slaagden de Habsburgers erin hun bezittingen en dynastieke macht te vergroten door slimme huwelijken te sluiten in plaats van door het voeren van oorlogen. ,,Bella gerant alii, tu felix Austria nube!'', zei men dan ook (Laat anderen oorlogen voeren, gij gelukkig Oostenrijk sluit huwelijken!').

Het zoeken van huwelijkspartners vergde oorspronkelijk een gedegen aanpak. Ebenbürtigkeit was hierbij erg belangrijk, want een vorstelijk personage kon onmogelijk beneden zijn stand huwen. Daarbij was de Almanach de Gotha onmisbaar, het sinds 1763 jaarlijks te Gotha (Saksen) verschijnend naslagwerk met de genealogieën van alle vorstenhuizen. Op basis hiervan lieten vorstenhuizen rijtjes opstellen van potentiële huwelijkskandidaten. Een enkele keer waren er toch eigenwijze vorsten(kinderen) die per se met de partner van hun eigen keuze wilden trouwen. Als de uitverkorene van lagere afkomst was, sprak men van een morganatisch huwelijk. Voor een (burger)vrouw die `hogerop' trouwde was dat heel vervelend. Ze mocht de titel van haar man niet voeren en haar eventuele kinderen werden uitgesloten van erfopvolging.

Het Huis van Oranje kent één morganatisch huwelijk: van (weduwnaar) koning Willem I met Henriette gravin d'Oultremont de Wégimont (1841). Het zorgde in ons land voor grote opschudding, omdat zijn uitverkorene een katholieke Belgische was, en omdat zij geen koninklijk bloed had. In 1872 dreigde opnieuw een morganatisch huwelijk in ons koningshuis. De toenmalige Prins van Oranje, oudste zoon van koning Willem III, wilde trouwen met de niet-ebenbürtige Anna Mathilda gravin van Limburg Stirum. Maar dat konden de koning en de ministers onmogelijk goedkeuren: door een huwelijk met een onderdane zouden ,,de – altijd zeer gewenschte – aangename en gemakkelijke relatiën'' tussen ons koninklijk huis en andere vorstengeslachten worden geschaad! Ook zou het voor andere Nederlandse prinsen en prinsessen moeilijker worden een buitenlandse vorstelijke partner te vinden. Het Oranjehuis kon zodoende ,,geheel geïsoleerd geraken temidden der groote Europeesche vorstenfamilie''. Dit kon echt niet ,,zoolang er nog magtige rijken bestaan waar de souvereinen persoonlijk een groote invloed hebben op de regeeringszaken''. Nadelig was verder het feit dat de gravin een Nederlandse was. Haar familieleden zouden, als zij koningin zou zijn, via haar invloed kunnen uitoefenen. Dit zou zelfs tot nepotisme kunnen leiden. Zeven jaar duurde het touwtrekken over dit huwelijk. Uiteindelijk zou het niet doorgaan.

Drugs en seks

De vrije partnerkeuze van prinsen en prinsessen tegenwoordig kan verkeerd uitpakken. Denk aan de huidige kroonprins Haakon van Noorwegen. Zijn huwelijk in 2001 met een ongehuwde moeder met een dubieus verleden in kringen van drugs, seks en criminaliteit gaf de populariteit van de monarchie een flinke deuk. Veel Noren zien de toekomst ervan met zorg tegemoet, zeker sinds de enige zuster van Haakon, prinses Martha, met een omstreden Noorse toneelspeler is getrouwd. Zij is uit het koninklijk huis getreden en gaat voortaan door het leven als Mevrouw Behn. Of denk aan koning Edward VIII van Engeland die door zijn huwelijk met een tweemaal gescheiden Amerikaanse van burgerlijke afkomst in 1936 de Britse troon op het spel zette. Hiermee berokkende hij de monarchie grote schade.

Ook het Huis van Oranje zorgde voor enige dramatische verwikkelingen rond de eigen keuze van huwelijkspartners. Het huwelijk van Margarita's eigen moeder prinses Irene met prins Carlos Hugo de Bourbon de Parme leidde destijds in ons land tot grote opwinding, zowel wegens haar overgang tot de katholieke kerk als zijn aanspraken op de Spaanse troon (1964). Een jaar later protesteerden veel Nederlanders tegen de Duitser Claus von Amsberg, verloofde van (toen) prinses Beatrix. Prinses Margriet was in 1967 de eerste Oranjeprinses die met een burger trouwde. Daarom werd uitvoerig gediscussieerd over een mogelijke adellijke titel voor Pieter van Vollenhoven. De Hoge Raad van Adel onder voorzitterschap van jonkheer C. van Valkenburg drong er op aan de bruidegom te verheffen tot graaf. Koningin Juliana was hier echter fel tegen gekant: ,,Mijnheer van Valkenburg'', zo zei zij, ,,men wordt niet van adel, men is het.'' Waarop deze zei: ,,Mevrouw, ik was niet van adel, maar ben het geworden.'' Van Valkenburg was namelijk in 1939 in de Nederlandse adel verheven.

De status van Van Vollenhoven bleef onduidelijk. Hij werd lid van het koninklijk huis, maar bleef tegelijk een gewone, titelloze mijnheer, terwijl zijn kinderen wél prinsen werden. Hij mocht wel werken, maar ook weer niet echt. In de biografie Pieter van Vollenhoven – Burger aan het hof beschrijft Dorine Hermans hoe moeilijk het Van Vollenhoven als (burger)man van een Oranjeprinses werd gemaakt. Zo werd hij aan het hof opzettelijk genegeerd om een huwelijk met prinses Margriet alsnog te voorkomen. Vers in het geheugen ten slotte ligt de uiterst heftige publieke discussie over Jorge Zorreguieta, schoonvader van onze Prins van Oranje, die ten tijde van het repressieve Videla-regiem in Argentinië enige politieke functies vervulde. Kon de troonopvolger trouwen met een burgermeisje dat ook nog de dochter is van iemand die carrière maakte tijdens zo'n bewind? In dit laatste geval was het overigens opmerkelijk om te zien hoe de kritische stemming ten opzichte van Máxima Zorreguieta van het ene op het andere moment radicaal omsloeg in een bijna on-Nederlandse geestdrift. Bij de aankondiging van haar verloving (maart 2001) wist zij live voor honderden televisiecamera's met haar verstandige en tegelijk ontwapenende optreden én haar onverwacht goede beheersing van onze taal vrijwel heel Nederland voor zich in te nemen.

Een tweede risicofactor voor de monarchie vormt het groeiend aantal vorstelijke echtscheidingen. Vroeger was het absoluut not done om in koninklijke kringen te scheiden. Als een huwelijk ongelukkig was, dan bleef men formeel toch bij elkaar – ook al gingen de echtelieden in de praktijk hun eigen gang. Onder meer de huwelijken van koning Willem III en koningin Wilhelmina waren slecht. Echtscheidingen zorgen voor ophef en publieke verdeeldheid. Bovendien doen ze afbreuk aan de voorbeeld- en sprookjesfunctie van het vorstenhuis. Dieptepunt waren de echtscheidingsperikelen met tal van gênante details van de Britse troonopvolger Charles en zijn vrouw Diana. Het Huis van Oranje kende tot voor kort dan ook slechts twee verbroken huwelijken: van Willem de Zwijger en Anna van Saksen, en van Marianne van Oranje-Nassau, dochter van koning Willem I, en Albert van Pruisen. Inmiddels zijn daar de prinsessen Irene en Christina bij gekomen.

Een derde aantasting van de monarchie is de toenemende `verburgerlijking' van koningshuizen. Steeds meer leden van de Europese koningshuizen zijn getrouwd met burgers, zoals blijkt uit de nieuwste Almanach de Gotha. De koningen van Noorwegen en Zweden en de groothertog van Luxemburg trouwden met burgermeisjes. De koninginnen van Denemarken en Nederland, Margrethe II en Beatrix, trouwden met `lage' edelen. Hun echtgenoten werden verheven tot prins. Verder zijn de meeste broers en zusters van regerende Europese vorsten burgerlijk getrouwd: twee zusters van de Zweedse koning, de Britse prinses Margaret, de twee zusters van de Noorse koning, de twee zusters van de Spaanse koning en niet te vergeten onze prinsessen Margriet en Christina.

Bekijkt men vervolgens de huidige generatie van koningskinderen, dan is het burgerlijke element nog groter. Vrijwel alle Britse `royals' zijn inmiddels met burgers gelieerd, evenals onder anderen de twee dochters van de Spaanse koning en de jongste zoon van de Deense koningin. In het Oranjehuis is het burgerlijke element spectaculair gegroeid: zowel twee zoons van de koningin als twee zoons van prinses Margriet kozen burgermeisjes tot hun bruid. Het is duidelijk: er wordt door koningskinderen vrijwel niet meer standesgemäß gehuwd. Het trouwen met `gewone' partners lijkt op dit moment de diverse Europese monarchieën (nog) niet werkelijk te schaden. Het Zweedse koningschap is er zelfs populairder door geworden. De koningin, geboren als Silvia Sommerlath, is er met haar beminnelijke optreden in geslaagd het `sprookje' van de monarchie vorm te geven.

Burgerhuizen

Maar met steeds burgerlijker wordende koningshuizen wordt de afstand tot de bevolking steeds kleiner. Koningshuizen worden burgerhuizen. En koningen worden gewone mensen. Waarom zouden we dan nog Majesteit en Koninklijke Hoogheid zeggen?

Voeg bij dit alles de ongehoorde belangstelling van de media, die elke vorstelijke zucht, elke koninklijke rel uitvoerig registreren. Met deze genadeloze openbaarheid, ook wel de glazen kooi genoemd, krijgt elk lid van een koningshuis te maken. Omdat de aangetrouwden niet in de kooi zijn opgegroeid, kan het voor hen moeilijk zijn zich aan deze levenswijze aan te passen. Edwin de Roy van Zuydewijn lijkt hiervan een voorbeeld.

De laatste nieuwkomer, prinses Máxima, had al in de maanden vóór haar huwelijk op 2 februari 2002 uitgebreid te maken met die beperkte vrijheid en met de aantasting van het privé-leven die het lidmaatschap van het koninklijk huis met zich meebrengen. Maar kan zij – en de anderen met haar – dit zonder problemen volhouden? In samenhang hiermee is er nog het voor mannelijke nieuwkomers geldende `prins-gemaal-probleem' te noemen. Mannen van regerende vorstinnen hebben het moeilijker dan vrouwen van regerende vorsten. Deze mannen komen immers per definitie op de tweede plaats en dit is voor de meeste mannen nog altijd moeilijk te verteren. Bovendien is het voor hen lastiger om een bevredigende én onomstreden eigen rol in de samenleving te vinden.

Dit laatste leverde prins Claus problemen op. Hij heeft herhaaldelijk laten merken grote moeite te hebben met de beperkingen die zijn positie met zich meebracht. In zijn verzet bleef hij echter altijd loyaal, hoe onprotocollair of ongewoon hij zich ook gedroeg. Zo knoopte hij in 1998 tijdens een toespraak zijn das als ,,de slang om de nek van de moderne werknemer'' los en wierp deze weg. Het jaar daarop verraste hij zijn gehoor tijdens een officiële bijeenkomst met een heuse liefdesverklaring aan zijn vrouw. Met zijn waarachtige gedrag wist de prins zich zeer geliefd te maken – enige tijd was hij zelfs het populairste lid van het koninklijk huis.

De Deense prins Henrik, echtgenoot van koningin Margrethe II, weet minder goed om te gaan met zijn positie. In februari 2002 maakte hij bekend dat hij er genoeg van had stelselmatig de tweede viool te spelen. Hij trok zich daarop terug in zijn kasteel in Frankrijk. De kleine crisis die ontstond werd weldra gesust, maar het probleem was hiermee niet opgelost. Het probleem is vooruitgeschoven.

Controverses

Nederland is een koninkrijk. Maar waarom houden wij deze staatsvorm in ere? Niet wegens de staatsrechtelijke en/of democratische verdiensten van het systeem. We doen het vanwege het sprookje, de continuïteit, de band met het verleden (de Oranjes spelen al een kleine 450 jaar een prominente rol in ons land), de saamhorigheid, de stabiliteit en nog een groot aantal emotionele en maatschappelijke voordelen.

Maar juist de vrije partnerkeuze, echtscheidingen, verburgerlijking en tegelijkertijd de eis te blijven leven in een glazen kooi zullen in toenemende mate leiden tot controverses over leden van het Oranjehuis. Deze controverses zullen het land splijten, waardoor de eenheid en saamhorigheid die het koningshuis nu juist symboliseert in het geding komen. Daardoor kan niet alleen het maatschappelijke draagvlak afnemen, maar ook het dynastieke. Want waarom zouden leden van het koninklijk huis glimlachend hun best blijven doen als zij veelvuldig bekritiseerd worden?

Versterkte vroeger het (gearrangeerde) huwelijk de dynastie en daarmee de monarchie, thans lijkt het prinsenhuwelijk haar eerder te verzwakken, ja op den duur zelfs uit te hollen. Zo zal bij een ongunstige stand van zaken het einde van de monarchie langzaam doch gestaag naderbij komen.

De vraag is alleen wie als eerste het sein tot het definitieve einde geeft: de bevolking of de koninklijke familie? Waarschijnlijk de bevolking, gevolgd door (of gelijklopend met) de dynastie. Als de onderdanen niet meer willen, houdt het voor het staatshoofd ook op.

In het groothertogdom Luxemburg werd de crisis vooralsnog afgewend. De eerste minister Junckers sprak kort na het emotionele verhaal van groothertogin Maria Teresa de verlossende woorden: ,,Ik sta aan de zijde van de groothertog, wat de gevolgen ook zijn.''

Prinses Margarita de Bourbon de Parme en haar echtgenoot Edwin de Roy van Zuydewijn bereiden nu een schadeclaim voor tegen de Staat der Nederlanden waaronder het koninklijk huis valt, meldde de Rotterdamse emeritus-hoogleraar en advocaat W.J. Slagter gisteren aan deze krant. Hij is voorzitter van de raad van toezicht van het internetbedrijf Fincentives waarvan De Roy van Zuydewijn tot ruim een jaar terug directeur en aandeelhouder was. Volgens Slagter heeft het hof het bedrijf tegengewerkt. Slagter zegt dat de claim tientallen miljoenen euro's bedraagt en vertelt dat De Roy van Zuydewijn een nog onbekende rechtbank om openbare getuigenverhoren zal vragen.

Dit is een bewerking van het artikel `Het sterven van koninkrijken' in het Liber Amicorum `Op het snijvlak van recht en politiek' (redactie J. L. de Reede en J.H. Reestman) dat afgelopen donderdag is aangeboden aan prof. L. Prakke (UvA).

Wilt u reageren, stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam.