Luchtvaart nog veel te riskant voor belegger

De luchtvaartsector heeft zijn best gedaan om zich voor te bereiden op de schok van een oorlog in het Midden-Oosten. Maar het moeilijkste moet nog komen.

De IATA (de internationale organisatie van luchtvaartmaatschappijen) waarschuwde eerder deze maand dat het passagiersverkeer met 10 tot 15 procent zou kunnen dalen als er een oorlog uitbreekt. Bij de vorige Golfoorlog duurde het twaalf maanden voordat het niveau werd bereikt van vóór het begin van de strijd. Angst voor terreuraanslagen kan betekenen dat het deze keer lastiger zal zijn passagiers terug te winnen.

De aantallen lopen nu al terug. Volgens Chris Tarry van bureau CTAIRA is 90 procent van de Amerikanen `enigszins' of `heel' bezorgd over terreuraanslagen terwijl ze vliegen.

Als de omzetten dit jaar dalen, en zelfs als ze gelijk blijven, zal de sector daaronder lijden, tenzij de kosten drastisch kunnen worden teruggebracht. Vorig jaar slaagden de luchtvaartmaatschappijen uit de hele wereld er gezamenlijk in een geschatte 12 miljard dollar te verliezen op een totale omzet van 150 miljard dollar. Het probleem is dat ze niet goed zijn in bezuinigen. Het stallen van overtollige vliegtuigen helpt natuurlijk wel, maar de personeelslasten nemen 40 tot 50 procent van de omzet voor hun rekening en zijn moeilijk te verlagen.

Alsof dat nog niet erg genoeg is, kan een oorlog sommige kosten doen stijgen. Brandstof, verzekeringen en veiligheid kunnen allemaal duurder worden. De jongste verlaging van de kredietwaardigheid zal de kapitaalkosten van de sector omhoog stuwen.

Bovendien heeft de sector niet veel marge meer over. Zelfs de sterkere, grote Europese luchtvaartmaatschappijen staan al zwaar onder druk. De verwachting is dat Lufthansa vorig jaar een operationele marge van slechts 5 procent heeft verdiend vóór renteafdracht. Voor Air France was dat cijfer ongeveer 1 procent en voor British Airways nul.

De nu twee jaar durende crisis in de luchtvaartsector heeft de toezichthouders nog niet milder kunnen stemmen, want ze belemmeren nog steeds de internationale consolidatie, waardoor de meeste Europese luchtvaartmaatschappijen gedwongen zijn ondermaats te blijven.

Geconfronteerd met zoveel onzekerheid doen de maatschappijen er goed aan hun mond te houden over hun vooruitzichten. Hun aandelen hebben altijd wisselvallig gepresteerd. Na de rechte koersdalingen worden ze historisch gezien tegen afbraakprijzen verhandeld. British Airways en Air France worden gewaardeerd op ongeveer 50 procent van de boekwaarde, en Lufthansa op 80 procent. Niettemin blijven ze te riskant om aan te kopen.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.