Juridisch stempel is geen ethisch stempel

Sommige mensen zijn niet tegen oorlog als de Veiligheidsraad daartoe een mandaat zou geven. Het juridisch stempel lijkt tegelijkertijd een ethisch stempel te zijn. Deze juridisering van de moraal is onjuist en mijns inziens zeer gevaarlijk. Recht is mensenwerk en dat geldt ook voor de beslissingen van de Veiligheidsraad. Op grond van het Handvest van de Verenigde Naties is de Veiligheidsraad bevoegd vast te stellen of sprake is van een bedreiging van de vrede of dat sprake is van agressie. De Raad is verder bevoegd te besluiten dat vreedzame middelen niet voldoende zijn en dat tot geweld moet worden overgegaan.

Mocht de Veiligheidsraad een dergelijk besluit nemen, dan zitten de Verenigde Staten en hun bondgenoten juridisch dus goed. Maar daarmee zijn wij er in moreel opzicht zeker niet uit. Een besluit van de Veiligheidsraad kan in moreel opzicht goed of slecht worden gevonden. Dat geldt trouwens ook voor een mogelijk besluit van de Veiligheidsraad om niet een mandaat voor oorlog te verlenen. Het juridisch stempel is geen ethisch stempel. In laatste instantie moet iedereen zelf beslissen of hij/zij oorlog gerechtvaardigd vindt.

Het juridische oordeel vervangt het ethische niet; dat vinden althans degenen die stellen dat het bestaan van het recht één ding is, de waarde ervan een ander. Voor die opvatting valt heel wat te zeggen. Het dwingt iedereen zich niet te verschuilen achter procedures en wetten, maar zelf te beslissen hoe men tegen de dingen aankijkt.

Daarbij kan gekozen worden voor een beoordeling van eigen en andermans intenties; gekozen kan daarnaast worden voor een beoordeling van effecten van eigen en andermans gedrag, waarbij de intenties er minder toe doen. Kiest men voor die laatste visie in de kwestie-Irak, dan is het noodzakelijk een schatting te maken van mogelijke effecten van een breed scala aan beleidsopties.

Er moet ook nog rekening worden gehouden met de feitelijke en gepercipieerde situatie waarbinnen dit (hoogstwaarschijnlijke) drama zich afspeelt. Dat lijkt een haast onmogelijke opgave, maar of we willen of niet, wij staan allen voor de beslissing of wij instemmen met al datgene wat ten aanzien van Irak gebeurt. Dan is niet van belang of onze beslissing veel of weinig invloed heeft op de feitelijke gebeurtenissen. Instemming of afkeuring kunnen op niets anders zijn gebaseerd dan op een zo goed mogelijke inschatting van effecten en op een waardering daarvan daarna. Algemene overeenstemming bestaat over het feit dat Saddam Hussein een ongemeen wrede dictator is, wiens politieke verdwijnen een weldaad voor de wereld zou zijn.

Maar Saddam is niet de enige wreedaard in het Midden-Oosten; de Arabische vrienden van Amerika weten er ook weg mee en Sharon cum suis spreken ook een woordje mee. Al jaren wordt in het Midden-Oosten met twee maten gemeten en daar zijn niet alleen Arabische volken niet blij mee. De situatie in het potentiële oorlogsgebied is structureel instabiel.

Met of zonder mandaat van de Veiligheidsraad staan voor de Verenigde Staten – als belangrijkste beslisser – drie opties open. De meest waarschijnlijke is naar ik vrees een zware `cleane' luchtoorlog, met daarna een grondoffensief. In een optimistisch scenario verdwijnen Saddam cum suis snel van het toneel en wordt Irak bevrijd. Wat daarna gebeurt is ongewis; Irak verkeert in wanorde, Koerden en Sjiieten kunnen zich gaan roeren, de buurstaten worden ongerust en de regio loopt kans te ontploffen.

Nog zwarter is het scenario als een langdurige stads- en grondoorlog uitbreekt. Het aantal doden zal hoogstwaarschijnlijk zeer hoog zijn en niet alleen in Irak, want te voorspellen valt dat her en der terreurdaden zullen worden gepleegd. Te vrezen valt verder dat Israël zal proberen de Palestijnen voorgoed uit te schakelen, een intensivering van het al jaren gevoerde funeste beleid met al even te voorspellen funeste gevolgen.

Een tweede optie is dat Bush en Blair na een tijdje hun troepen terugtrekken, zonder ingrijpende veranderingen in Irak. Een zeer onwaarschijnlijke optie, want daarmee tekenen zij hun politieke doodvonnis. Amerika is als supermacht levensgevaarlijk beledigd door de 11 september-aanslagen – daarvoor moet wie dan ook een dodelijke klap terug krijgen. De overstap van Bin Laden naar Saddam is in de Amerikaanse perceptie dan ook eenvoudig te maken.

De laatste optie is doormodderen tot het bittere eind. De druk op Saddam wordt tot het einde van zijn tijd uitgeoefend; Irak wordt voortdurend en intensief in de gaten gehouden.

Hoogstwaarschijnlijk gebeurt dat trouwens de laatste jaren toch al. Het verdient overweging de positie van de bevolking zo goed mogelijk te laten zijn. Sancties en beperkingen hebben alleen onder specifieke voorwaarden kans op succes.

Deze laatste optie is qua effecten per saldo ver te prefereren boven de eerste twee. De voors en tegens afwegend dient een oorlog tegen Irak dan ook op morele gronden te worden afgekeurd.

Prof.dr. J. Th. Degenkamp is oud-hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.