Het einde van de maakbaarheid

Almere was de ideale proeftuin voor sociaal-democratische bestuurders. Een nieuwe stad op nieuw land voor iedereen die er wonen wil. Maakbaar. Maar naarmate de stad groter wordt, krijgt ze meer problemen: zwarte scholen, onveilige buurten. Daarom wil Almere nu klein blijven. `We zijn nog wel solidair met nieuwkomers, maar er zijn grenzen.'

Om half vier stroomt het plein voor het oecumenische Baken Park Lyceum vol. Het is een vertrouwd Hollands plaatje: de meeste leerlingen binden grote leren schooltassen achterop, roepen nog wat naar elkaar en fietsen de woonwijken in, in groepjes. Het Lyceum voor havo, atheneum en gymnasium staat in een rustige woonwijk, met grote nieuwbouwhuizen, tuinen en grachtjes.

Een paar wijken verderop, in Almere-centrum, staat de andere vestiging van deze middelbare school: Baken Stad College, voor vmbo-leerlingen. Ook hier loopt het plein vol. Honderden leerlingen zwermen uit, veelal te voet. De school staat tussen flats met schotelantennes in de Staatsliedenwijk, een van de sociaal zwakste wijken van Almere. Tussen de leerlingen lopen meer allochtone kinderen, álle kinderen zien er volwassener uit dan hun schoolgenoten van het Park Lyceum. Vmbo-leerlingen Nicole (15) en Dagmar (16) vatten het verschil tussen de twee vestigingen samen: ,,Op Park Lyceum kun je in de aula huiswerk maken, daar zitten veel leerlingen over de boeken gebogen. Bij ons kan dat niet.'' Ze lachen. ,,Bij ons zitten de onrustige jongeren.''

In de meeste steden is zo'n scheiding van leerlingpopulaties binnen één school heel normaal. Daar zijn `brede scholengemeenschappen' vaak fusieproducten die nog bestaan uit verschillende vestigingen: de voormalige lts, de oude mavo en een havo-vwo. Maar in de jonge stad Almere is dit een keerpunt. De scholen zijn daar in de jaren '70 en '80 in één klap als brede scholengemeenschappen gebouwd. Sinds de oprichting van de stad was de afspraak dat ze stuk voor stuk `breed' zouden blijven. Met álle kinderen – van traag (vmbo) tot snel (vwo) – onder één dak. Vorig jaar heeft het Baken, om vele redenen, als eerste met de afspraak gebroken. In een nieuw gebouw (Park Lyceum) zit nu de havo-vwo-afdeling.

Dat versterkt de marktpositie van die havo-vwo-afdeling, zegt Annemieke Naberhuis, directeur van basisschool De Limerick in Almere. Want als het even kan, kiezen ouders voor een kleine school met alleen havo-vwo-kinderen. ,,Ze denken dat hun kinderen daar veiliger zijn.'' En net als overal concurreren de vier middelbare scholen in Almere fors om havo- en vwo-leerlingen te krijgen. Alleen categorale gymnasia hoeven dat niet, omdat die schaars zijn bij een grote vraag. Overigens heeft Almere geen categorale gymnasia.

De keuze voor zo'n categorale havo-vwo-afdeling was tot een jaar geleden niet mogelijk in Almere. Het kan nu wel doordat het Baken College een nieuwe vestiging heeft gebouwd. Rector Roosje Passchier van openbare scholengemeenschap De Meergronden vindt het jammer, maar volgens haar zijn de overige drie scholen vastberaden om wél breed te blijven. ,,Wij zullen havo-vwo-leerlingen blijven trekken met kwaliteit van onderwijs.'' Ook basisschoolhoofd Naberhuis vindt het jammer. ,,In Almere is de basis voor gescheiden sociale werelden nu gelegd. Ik vind het belangrijk dat middelbare scholieren op school leren omgaan met kinderen van alle niveaus en van alle nationaliteiten. Dat moeten ze in de samenleving ook. Nu zul je op termijn ook hier een wittere havo-vwo-vestiging hebben en een gekleurde vmbo-vestiging, net als in oude grote steden.''

Het nieuwe land

De afspraak tussen de middelbare scholen om alle sociale groepen te bundelen was gebaseerd op een ideaal van sociale integratie en gelijkheid, zoals dat met veel afspraken in Almere het geval is. De stad is in 1975 uit de polder gestampt, twintig kilometer ten noordoosten van Amsterdam. Zo'n honderd planologen en sociologen, in dienst van de `Rijksdienst voor het IJsselmeergebied', trokken de polder in en schiepen een nieuwe stad voor de tienduizenden bewoners van Amsterdam die kleinbehuisd waren.

Almere was een oefengebied voor sociaal-democraten. Als spiksplinternieuwe stad was zij bij uitstek geschikt om een samenleving zonder standen te creëren. ,,De planningsgedachte zat er goed in'', zegt Hans Ouwerkerk, die er 4,5 jaar geleden burgemeester werd. Het idee van de Almere-believers, de kleine elite die met massa's laagopgeleide Amsterdammers als pioniers de polder introk, was dat op `het nieuwe land' de samenleving maakbaar was. Nog steeds noemen de bewoners Almere `het nieuwe land'. Maar langzaam blijkt dat ook op het nieuwe land die maakbaarheid een illusie is.

In fysiek opzicht wás in Almere alles mogelijk: woningen en wijken kregen veel meer ruimte dan in de oude steden. Er werden grachten aangelegd, groenstroken, parken en recreatieplassen. De tienduizenden Amsterdammers die twee-hoog-achter verruilden voor Almere, bevonden zich plotseling, voor weinig geld, in een nieuwe eengezinswoning middenin het groen. Almere heeft iets van een Amerikaanse suburb: wijk na wijk van laaggebouwde woningen gaat de weilanden in. Aan de rand van de stad is de ruimte nog steeds aanwezig: in de lage winterzon is het uitgestrekte polderlandschap rond Almere adembenemend.

Maar nu barst Almere uit zijn voegen. De stad is in 27 jaar gegroeid van nul tot 165.000 inwoners, ze is al jaren de snelst groeiende gemeente in Nederland. Het gemeentebestuur was lang enthousiast over de groei, het was immers de bestaansreden van Almere. Met de campagne `Het kán in Almere' werd reclame gemaakt voor de stad. De echte motor achter de groei, zegt Ouwerkerk, was en is het rijk. ,,Het rijk eist dat wij groeien. Er moeten 3.000 woningen per jaar bij tot 2005. Voor elk van die huizen krijgen we een extra vergoeding. Daarna moeten we 2.000 woningen per jaar bouwen en krijgen we geen vergoeding meer. Punt uit.''

Noodlokalen

Het centrum van Almere krijgt nu ook het aanzien dat hoort bij een échte stad: architect Rem Koolhaas heeft bij het stadhuis een groot stadshart met winkelcentrum, parkeergarage, theater en kunstencentrum ontworpen. Kosten voor gemeente en ontwikkelaars: 305 miljoen euro. Bij het station zijn kantoortorens gepland die de stad een heuse skyline moeten geven.

Het probleem is dat de bestaande voorzieningen de groei niet kunnen bijbenen. Alle scholen moeten leerlingen sinds een paar jaar onderbrengen in noodlokalen. Het gebouw van middelbare school De Meergronden bijvoorbeeld is gebouwd voor 1.400 leerlingen, maar heeft er 1.700. ,,Wij zitten met acht noodlokalen op ons terrein'' zegt rector Roosje Passchier. Dit geeft ordeproblemen buiten de lessen. ,,Zet te veel sprinkhanen in een hok en ze eten elkaar op.''

,,Almere gaat nog een keer failliet aan het onderwijs'', verzucht Ouwerkerk. ,,We krijgen geen cent vooruitbetaald door het rijk om de duizenden leerlingen die er elk jaar bijkomen te huisvesten. Het rijk wéét dat wij, als gemeente, die noodlokalen wel neerzetten. We kunnen moeilijk zeggen: mevrouw, voor úw kind is er even geen school.''

's Ochtend staan er files naar Amsterdam en Hilversum en 's middags naar Almere. Er bestaan zelfs wachtlijsten voor woningen, iets dat bewoners van de grote stad juist achter zich dachten te hebben gelaten. Om het woningtekort op te vangen wordt het geliefde groen aan de randen van elke wijk langzaam volgebouwd. En de politie kan de criminaliteit niet aan. Vorig jaar lag die in Almere 20 procent hoger dan een jaar eerder, met 17.500 aangiften. Vooral vernielingen op straat en geweld nemen toe. Burgemeester Ouwerkerk: ,,De bevolking groeide de afgelopen vijf jaar met 38.000 mensen en er zijn per jaar maar 75 agenten bijgekomen. Wij zijn groter dan Arnhem en hebben de helft van het aantal agenten. Volstrekt onvoldoende om een acceptabel niveau van rechtshandhaving te bieden.''

Intussen eist het rijk dat Almere in 2010 250.000 inwoners telt en doorgroeit naar 400.000 in 2030 om de overschotten in Amsterdam en Hilversum op te vangen. De stad is ontworpen voor 250.000 inwoners. Ouwerkerk: ,,Het rijk denkt uitsluitend in termen van bakstenen. Een nieuwe stad opbouwen is verdraaid lastig. Het is meer dan alleen gebouwen. We moeten een gemeenschap creëren.''

Achter de tekentafel hadden de bedenkers van Almere eind jaren '70 voor tal van publieke voorzieningen sociale blauwdrukken gemaakt. De middelbare scholen zouden breed blijven. Huisartsen, tandartsen, thuiszorg, maatschappelijk werkers en de wijkverpleegkundige kwamen allemaal in dienst van één van de inmiddels twintig gezondheidscentra, een uniek experiment in Nederland. In Almere, zo was de bedoeling, zou iedereen te allen tijde in één van die twintig centra terechtkunnen voor goede zorg. Parkeergarages rond winkelcentra waren gratis. Er kwam een fijnmazig busnetwerk tot stand, met om de 400 meter een halte. En er was ruimte voor experimentele basisscholen, van jenaplan tot islamitisch.

Aanvankelijk waren er geen achterbuurten, want er werd ruim en divers gebouwd en in elke spiksplinternieuwe wijk bouwden nieuwe bewoners samen de buurt op. Tot 1990 had de PvdA een absolute meerderheid in de gemeenteraad. De VVD is in de jaren '90 de tweede partij geworden, waardoor brede coalities de stad zijn gaan besturen. Maar nu blijkt dat ook de Almeerse samenleving niet maakbaar is. De eerste brede scholengemeenschap heeft zich gesplitst, de criminaliteit stijgt fors, de gratis parkeergarages zijn donker en vies en bieden een ideale hangplek voor jongeren en schimmige figuren. ,,De planningsgedachte'', zoals Ouwerkerk het formuleert, ,,blijkt achterhaald.''

Dissident

In een keet op een grasveld in de Oostvaardersbuurt staat de praktijk van huisarts W. Klappe. Hij is de eerste dissident onder de 120 huisartsen in Almere: na zes jaar bij een gezondheidscentrum is hij vorig jaar voor zichzelf begonnen. ,,Het ideaal van de gezondheidscentra is gestrand, vind ik'', zegt hij. ,,Bedoeling was dat je altijd efficiënt werd geholpen, omdat alles zich op één plek concentreerde. Maar het zijn onpersoonlijke, poliklinische instellingen geworden.''

Klappe was ,,het grootschalige, het bureaucratische'' zat. Hij heeft nu twee vaste assistentes en hoopt dit jaar met twee andere artsen een maatschap te beginnen, zodat ze elkaar kunnen vervangen bij ziekte of vakantie. Zo'n 3.200 patiënten zijn hem al achternagekomen – gemiddeld heeft een huisarts er zo'n 2.500.

Barbara Günter zit in de wachtkamer. Ze concludeerde dat ze een goede keuze had gemaakt, zegt ze, toen haar 11-jarig zoontje op het schoolplein in elkaar werd geslagen. ,,De school belde me, omdat hij een forse hersenschudding had en veel bloed. Ik kon, midden op de dag, onmiddellijk bij Klappe terecht. Daar had ik bij het gezondheidscentrum, waar ik voorheen zat, echt niet om hoeven komen.'' De assistente van Klappe, Esther, bevestigt dat patiënten bij een gezondheidscentrum langer moeten wachten op hulp en dat die onpersoonlijker is. ,,We hadden daar gemiddeld 10.000 patiënten. Ik kende die, als assistente, natuurlijk niet allemaal.'' Klappe: ,,Je krijgt in het gezondheidscentrum elke keer met een andere huisarts te maken, omdat veel artsen in dienstverband parttime zijn gaan werken. Goed voor de artsen, vervelend voor patiënten.''

Vorig jaar maart uitten de inwoners van Almere massaal hun onvrede over de publieke voorzieningen, het `arrogante' gemeentebestuur en de toenemende onveiligheid. De nieuwe partij Leefbaar Almere werd in één klap de grootste in de gemeenteraad (9 zetels). Ouwerkerk (een PvdA'er) bespeurde bij veel ambtenaren van het eerste uur in Almere een gevoel van vervreemding na de overweldigende verkiezingsuitslag. ,,Ze begrépen het niet. Ze hadden zoiets van: wij deden toch het beste voor al die bewoners? Waarom klaagt iedereen dan?'' Zelf stopt Ouwerkerk ermee, zo maakte hij onlangs bekend. Almere, zegt hij, heeft gezien de groeiverwachtingen juist nu een sterke burgemeester nodig en zijn gezondheid speelt hem parten.

Leefbaar Almere werd groot dankzij twee lokale onderwerpen: de plannen voor het enorme, professionele sportcomplex Omniworld dat alle sportfondsen van de gemeente leek te gaan opslurpen ten koste van amateursportvoorzieningen. En het net ingevoerde betaald parkeren, wat gevoelig ligt in een uitgestrekte stad waar vrijwel iedereen auto rijdt. ,,Die onderwerpen lijken niet essentieel'', zegt Frits Huis, oprichter van de partij Leefbaar Almere, ,,maar ze waren illustratief voor iets anders, waar het ons en de kiezers eigenlijk om ging. Het gevoel dat de heersende VVD-PvdA-CDA-GroenLinks-coalitie niet meer naar gewone mensen luisterde. Dat ze over onze hoofden heen regeerde. Terwijl de problemen in Almere toenamen.'' Frits Huis, oud-sportverslaggever van De Telegraaf, had in 2000 Leefbaar Almere opgericht met vrienden. Hij is nu wethouder, in een coalitie met PvdA en CDA.

Leefbaar Almere heeft zich vóór de verkiezingen niet over allochtonen of integratie uitgelaten. Maar het had wel gekund. Inmiddels behoort ruim 17 procent van de bevolking tot een etnische minderheid (de allochtonen van de tweede generatie vallen buiten die cijfers). Dat is minder dan in de vier grote steden, maar meer dan in gemiddelde Nederlandse gemeenten. De eerste wijken met ,,hoge concentraties'' allochtone bewoners, zoals de Staatsliedenwijk, heeft Almere al wel, zegt Huis. Er zijn ook al zwarte basisscholen en witte. Als de stad in dit tempo doorgroeit, is over een paar decennia 40 procent van de inwoners `allochtoon', zegt Ouwerkerk. Het onderwerp is nog altijd taboe op het stadhuis. Illustratief is de opmerking van een medewerker die binnenloopt tijdens het gesprek met Frits Huis. Gevraagd naar het aantal allochtonen in Almere, antwoordt hij: ,,Allochtonen, wat zijn dat?''

Onwetendheid is volgens Ouwerkerk een groter probleem. ,,We krijgen niets uit de potjes van het grotestedenbeleid. `Stadsvernieuwingswijken in Almere?', zeggen ze in Den Haag. `Almere ís toch nieuw?' We hadden problemen met overlast van Antilliaanse hangjongeren. Dus ik ging naar het ministerie van Binnenlandse Zaken om hulp en geld te vragen. Daar hadden ze alleen contact met de 25 grootste steden (grotestedenbeleid). En met één uitzonderingsgebied: Den Helder, omdat daar 800 Antilliaanse probleemjongeren wonen. `Achthonderd?', zei ik. `Wij hebben er 3.000!' Ze vielen op het ministerie van hun stoel.''

Ook in Almere zelf is men onwetend. Illustratief is een bijeenkomst die Ouwerkerk in 2000 organiseerde voor onder meer scholen, arbeidsbureaus en jeugdzorg om het onderwerp `allochtonen in onze stad' te bespreken. ,,Geen van die mensen bleek elkaar te kennen. En het hele thema `allochtonen' was nieuw voor ze. Dat vond ik onthutsend.''

Bordelen

Twee jaar geleden waarschuwde de socioloog Kees Schuyt, na onderzoek voor de gemeente, dat de sociale cohesie ontbrak in de woonwijken in Almere. Dat zou, zei hij, onder meer leiden tot toename van de criminaliteit. ,,Almere is een ideale plek voor nieuwkomers uit de rest van Nederland, maar ook uit het buitenland. Je kunt er lekker anoniem wonen en het groeit keihard'', zo verklaart hij nu zijn bezorgdheid van destijds. Luisterde het gemeentebestuur naar zijn waarschuwingen? Schuyt: ,,Niet echt. Ze deden nogal romantisch over de gevolgen van anonimiteit. Ze wilden graag groeien als stad en bij een grote stad horen nu eenmaal criminaliteit en bordelen, vond men.'' De recente criminaliteitscijfers bevestigen zijn analyse.

Grootste oorzaak van de geringe sociale samenhang is de hoge `doorstroming' in woonwijken. Veel nieuwe bewoners van Almere verhuizen snel door naar een betere woning, waardoor ze geen band met de buurt opbouwen. In sociaal zwakke wijken is dat altijd het sterkst: de sterkeren weten niet hoe snel ze weg moeten komen, de zwakkeren blijven zitten.

Almere heeft niet meer ,,dat dorpse, dat saamhorige dat we met de eerste bewoners hadden'', zegt wethouder Huis, die een van de eerste honderd bewoners van Almere was. ,,Het is een grote stad geworden, die zich kenmerkt door anonimiteit en dus ook met angst en criminaliteit te maken heeft.'' Overigens heeft 23 procent van de Almeerders bij de verkiezingen in mei gestemd op de Lijst Pim Fortuyn. Dit komt deels doordat vele Amsterdammers de oude wijken verruilden voor Almere. ,,Zij zijn bang dat de grotestedenproblematiek, van jeugdoverlast en allochtonen, die hier zichtbaar wordt, net zo erg wordt als in de grote steden'', zegt rector Passchier.

Is het oprukken van de segregatie, de splitsing van de eerste scholengemeenschap, de zelfstandige huisarts en de toenemende criminaliteit het bewijs dat sociaal-democratische idealen zelden werkelijkheid worden? Ouwerkerk wil dat niet volmondig beamen. ,,Maar er is wel wat veranderd in 25 jaar, ja. In het hele land zijn de mensen mondiger geworden. En die planningsgedachte is natuurlijk achterhaald.''

Hij wijst erop dat de ,,tolerantiegrens in Almere wel heel laag is''. ,,Ze worden al boos als wat jongens luidruchtig een balletje trappen in de straat. De mensen die hier gesetteld zijn, hebben het nu voor elkaar. Ze vinden dat Almere wel áf is. Ze moeten niet vergeten waar ze vandaan kwamen. We moeten openstaan voor nieuwkomers die het nog níét voor elkaar hebben.''

Leefbaar Almere heeft niet ingespeeld op een gevoel van onveiligheid om stemmen te winnen. Terwijl dat er wel is. Bewoners van Almere beschouwen `jeugdoverlast' als een van de grootste nieuwe problemen. Er zijn veel jongeren, omdat zoveel jonge gezinnen zich in Almere vestigen. Dagmar en Nicole, de twee vmbo-leerlingen van Baken Stad College, begrijpen wel waarom de jeugd in Almere op straat rondhangt. ,,Er is hier niets te doen voor ons. Als je jonger bent dan achttien jaar, kom je niet binnen bij de cafés en discotheken. In Amsterdam wel.'' Er is hier toch een bioscoop, er zijn winkels en sportvoorzieningen? Ze kijken verveeld. ,,Ja, maar er zijn geen buurthuizen waar we onze eigen plek hebben. Waar we geen geld hoeven te besteden.'' Van dat rondhangen, weten ze, ,,komt ellende''.

Op de industrieterreinen voelen ondernemers zich zeer onveilig, zegt voorzitter Andries Greiner van de Kamer van Koophandel. ,,Bij veel ondernemers is in één jaar vijf keer ingebroken. Dat kan zo echt niet langer.'' Uit cijfers blijkt dat het aantal inbraken bij bedrijven vorig jaar 15 procent hoger lag dan in 2001.

Het is hoog tijd dat Almere ophoudt met groeien, vindt Roosje Passchier, rector van De Meergronden. ,,Omdat deze stad van begin af aan hard groeit, zijn we altijd aan het hollen, hollen, hollen. We moeten juist voorkomen dat bepaalde wijken verloederen en dat de onveiligheid toeneemt. Dat kan nog. Maar dan moet je investeren in activiteiten voor de jeugd en in samenwerking tussen politie, leraren en welzijnswerkers. Aangezien we steeds groeien, lopen alle voorzieningen altijd achter de feiten aan.'' Ook Ouwerkerk zegt: ,,Het zou goed zijn als we eens de kans krijgen om terúg te blikken.''

Zelfs Greiner, die namens de Kamer van Koophandel normaliter Almere promoot in de hoop ondernemers te trekken, vindt dat de stad op de rem mag staan. ,,Wij doen in een kwart eeuw waar andere steden een paar eeuwen over deden.'' Groei is prima, zegt hij, als het tempo maar niet te hoog is. ,,Je moet niet alleen vooruitkijken maar ook koesteren wat je al hebt.''

Hij roemt de ,,energie en ambitie'' van mensen die zich in Almere vestigen. ,,Landelijk daalt het aantal startende ondernemers, hier is het vorig jaar met 22 procent gestegen.'' Maar al die bedrijven kunnen alleen floreren als er onder meer wegen en bruggen bijkomen. ,,We vechten al acht jaar voor een snelweg die Almere rechtstreeks met Schiphol verbindt. En die is er in de verste verte nog niet.'' Die infrastructuur, zegt Greiner, is essentieel om grote werkgevers naar Almere te trekken. En dat moet weer, omdat de stad relatief veel laagopgeleide inwoners heeft, van twee-hoog-achter in Amsterdam.

Ook wethouder Frits Huis zegt: ,,Almere wordt geacht de problemen van het oude land op te vangen. Daar is woningnood, hier is nog ruimte. Maar het is de vraag of we onze stad sociaal om zeep moeten helpen om de problemen van andere gemeenten op te lossen. We weten wel waar wij vandaan kwamen, we zijn nog wel solidair met nieuwkomers, maar er zijn grenzen.'' Huis wil nu `stop' zeggen ,,tegen Den Haag''. ,,We moeten harde garanties hebben op geld voor voorzieningen, anders bouwen we vanaf 250.000 inwoners alleen nog maar voor onze eigen demografische behoefte.''

Huis denkt dat de voortschrijdende etnische segregatie, de anonimiteit en de verloedering voorkomen kunnen worden, mits het gemeentebestuur op tijd ingrijpt. Hoe denkt hij dat te doen? ,,We zijn al bezig om in elke nieuwe wijk zowel dure als goedkope woningen te bouwen, zodat je een gemengde samenstelling van de bevolking krijgt.''

Maar Huis wil verder gaan. Hij is, net als Ouwerkerk, voorstander van een spreidingsbeleid van allochtonen die in Almere komen wonen. ,,Dat lijkt míj goed, maar makkelijk is het niet. Je stuit op veel verzet bij andere partijen. Maar we kénnen de geschiedenis van de demografie in de grote steden. Daar moeten we van leren, voordat het te laat is.''