GRENZELOOS OPTIMISME

De nieuwe wet stimuleert een Down-kind naar de basisschool te sturen. Geen sinecure, zeggen zelfs enthousiaste onderwijzers.

Baf. Een beker melk ligt op de grond. Twintig kleuters in een kring kijken gelaten hoe de plas zich uitbreidt. Dan steekt Christian, blond en met een blauw brilletje, z'n hand op. ``Juffffff'', hij wijst op de plas en loopt naar het aanrecht. Het is zijn buurman die de melk heeft laten vallen. ``Goed Christian'', zegt Ineke de Bruin, ``help maar even mee opruimen.'' Als Christian klaar is met poetsen, legt hij het doekje terug op het aanrecht en loopt naar zijn buurman. Hij buigt naar voren, aait 'm even over zijn bol en geeft hem dan voorzichtig een kus.

Christian doet alles een beetje anders in de klas. Soms komt dat de juf best goed uit, maar meestal bezorgt Christian haar veel extra werk. Ze moet hem regelmatig terechtwijzen. ``Chris, nou moet je wel opschieten hoor, we moeten nog werken''; ``Chris, luister je ook even mee? Ik ben aan het uitleggen wat we gaan doen''; ``Chris, Chris, Christian! We trekken de jassen aan.'' En als de juf het niet doet, doen zijn klasgenootjes het wel. ``Nee, dat mag niet'', zegt een meisje met een lange vlecht op het moment dat Chris de klas uitglipt. Hij gaat zijn juf achterna, richting toilet. De achterblijvers, onbeweeglijk op hun kleine stoeltjes, staren hem na. ``Christian mag helemaal niet naar de wc'', legt het meisje op hoge toon uit.

Christian heeft het syndroom van Down en is verreweg de oudste in de kleutergroep van basisschool De Wegwijzer in Elst. Hij is al zeven. Christian gaat nu drie jaar naar de gewone basisschool en heeft al veel vorderingen gemaakt. Niettemin besloot de school onlangs in overleg met de ouders om hem nog een jaar te laten kleuteren. ``We willen 'm meer zelfstandig maken voor hij naar groep 3 kan. Ik ben bang dat hij het anders niet gaat redden'', zegt De Bruin, behalve leerkracht van de kleuters ook adjunct-directeur van De Wegwijzer.

Op dit moment gaan een kleine zevenhonderd kinderen met een verstandelijke handicap naar het reguliere onderwijs. Het merendeel van die kinderen heeft het syndroom van Down. Vanaf augustus zullen het er meer worden. De nieuwe wet leerlinggebonden financiering geeft elk gehandicapt kind recht op een `rugzakje' met geld om de kosten te dekken. Maar de voornaamste verbetering van de nieuwe wet is dat scholen straks geen gehandicapten zomaar meer kunnen weigeren, zegt directeur Jeanet Scholten van de Stichting Down's Syndroom. ``Het is nu eerder regel dan uitzondering dat ouders drie, vier scholen af moeten voor ze hun kind geplaatst krijgen.''

De integratie verloopt tot nog toe lang niet altijd succesvol. Vooral kinderen met een verstandelijke handicap verlaten vaak voortijdig de basisschool. Ook met een aangepast lesprogramma haalt maar een klein deel groep 8: naar schatting een zesde deel. De kleutergroepen zijn nog goed te doen maar zodra in groep 3 het echte leren begint, haken veel kinderen af.

Soms ligt dat aan het kind. Als het niet zelfstandig kan werken of er sprake is van een dubbele handicap, houdt het snel op. Soms ontbreekt het de leerkracht aan tijd om een gehandicapt kind te begeleiden. Maar het is ook een kwestie van de juiste mentaliteit, blijkt uit onderzoek van Nanda Poulisse van het Instituut voor Toegepaste Sociale Wetenschappen (ITS) in Nijmegen. Een deel van de leerkrachten kan er maar moeilijk mee leven dat hun verstandelijk gehandicapte leerling op zo'n laag niveau werkt. Want ook in groep 8 komt het kind niet veel verder dan een simpele optelsom. Orthopedagoge Annette Scheepstra wees daar een paar jaar geleden ook al op in haar promotieonderzoek. Zij inventariseerde de oorzaken van het voortijdig schoolverlaten van kinderen met Down. In veel gevallen bleek de leerkracht onvoldoende gemotiveerd om het kind vooruit te helpen of ontbrak het de school aan de benodigde kennis.