Friet houdt ijsmachines draaiende

Niet alleen Thialf werkt met verlies. Veel kunstijsbanen in Nederland maken hun exploitatie sluitend met gemeentesubsidie. Creativiteit is geboden om de ijsmachines draaiende te houden.

Zwembaden, tennisbanen, bowlingcentra, congresruimten. Een aantal Nederlandse kunstijsbanen moet met deze extra faciliteiten afwijken van zijn core-business om de schaatsliefhebber voor een aantrekkelijke prijs ijs te kunnen bieden. In ten minste acht gevallen vult de gemeente het tekort, dat varieert van 450.000 tot meer dan een miljoen euro per jaar, aan om de exploitatie uit de rode cijfers te houden. Dat blijkt uit een opgave van de Vereniging Kunstijsbanen Nederland (VKN). De organisatie concludeert in een schrijven: `een kunstijsbaan, 400 meterbaan of ijshal lijdt jaarlijks een exploitatieverlies en zal dat in de toekomst houden'. Er zijn momenteel 23 kunstijsbanen in Nederland, waarvan dertien beschikken over een 400-meterbaan.

Er dient wel een nuance te worden aangebracht. Veel gemeenten, zoals Groningen, staan niet toe dat de toegangsprijzen worden verhoogd. Zij vinden dat kunstijsbanen laagdrempelig moeten blijven, toegankelijk voor elke portemonnee. In Groningen vormt de kunstijsbaan onderdeel van het sportcentrum Kardinge (kosten ruim dertig miljoen euro) waar ook getennist, gesquasht en gezwommen kan worden. De stad legt jaarlijks maximaal drie miljoen euro toe op Kardinge. Het was voor de directie van het sportcentrum wat ingewikkeld om het exploitatietekort van de ijsbaan uit te kristalliseren, maar dat ook hier sprake is van een negatief saldo staat buiten kijf.

Andere gemeenten, zoals Eindhoven, willen voorkomen dat een ijshal tevens wordt benut voor evenementen. De stad wenst geen concurrentie van het daarvoor beschikbare beursgebouw en betaalt liever het jaarlijkse exploitatietekort van 800.000 euro.

Kunstijsbanen die geen subsidie ontvangen van de gemeente, al dan niet als gevolg van een bewust prijsbeleid, moeten creatief en inventief te werk gaan om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Zoals in Utrecht, waar de bedrijfseconoom Peter Smit als directeur van De Vechtsebanen buiten het recreatieschaatsen heel andere geldstromen creëert. Afgelopen acht jaar kon de stichting die het complex beheert zodoende twintig miljoen euro herinvesteren. ,,Een derde van onze inkomsten bestaat uit schaatsactiviteiten'', berekent Smit, die penningmeester is van de VKN. ,,Maar de gemeente Utrecht geeft ons ook de ruimte om andere evenementen te organiseren.''

Buiten de ijsovaal, dienen De Vechtsebanen als centrum voor rijexamens. Dat levert52 weken per jaar duizend extra bezoekers per dag op. Daarvan profiteert ook de aanwezige horeca die Smit in tegenstelling tot de meeste banen niet heeft verpacht. Verder zijn er bij de kunstijsbaan in Utrecht bowlingbanen, drie tennishallen en squashbanen. Dat gedeelte heeft Smit inmiddels verhuurd aan een Engelse fitnessorganisatie, die voor tien miljoen euro verspijkerde aan de accommodaties. ,,Een stroom van zekere inkomsten'', noemt hij het. ,,Vader, moeder, friet en cola. Daar ga ik voor.''

Een schot in de roos was verder de organisatie van de World Darts Trophy in het zakencentrum. ,,Daarmee hebben we in september voor het ijsseizoen, dat uit 25 weken bestaat, 25.000 extra bezoekers gecreëerd. Ik heb collega's van andere ijsbanen die buiten die periode van 25 weken niets doen. Maar het dartsgebeuren leverde net zoveel inkomsten op als een half schaatsseizoen.''

Schaatsrecreanten betalen op De Vechtsebanen vijf euro (kinderen drie). Smit: ,,Er zijn banen die anderhalf tot twee euro minder als toegangsprijs rekenen. Zo ontstaan de tekorten. Als je 250.000 bezoekers in 25 weken op het ijs hebt, levert dat al een verliespost op van een half miljoen euro. Nog steeds heerst de gedachte bij schaatsrecreanten dat kunstijs niets mag kosten. De overheid moet maar subsidiëren. De schaatsliefhebber vindt het wel heel gewoon om 500 euro uit te geven voor een stel klapschaatsen of veel geld voor een blits pak.''

`Den Haag' zoekt de extra inkomsten vooral in een sneeuwbaan van 210 meter lengte, een klimhal en kartbaan. ,,Indoorskiën en snowboarden zijn de nieuwe hype'', zegt directeur Eugène de la Croix van De Uithof. ,,Ik had hier laatst een delegatie Koreanen. De schellen vielen van hun ogen dat er in dit land indoorsneeuwbanen zijn.'' De la Croix prijst zich gelukkig dat er de laatste jaren geen strenge winters zijn geweest. ,,En als er natuurijs ligt in de kerstvakantie heb je ook een probleem.''

Dankzij de neveninkomsten kan De Uithof zonder grote tekorten draaien. Maar geld voor een opknapbeurt en een volledige overkapping van de dertig jaar oude 400 meterbaan is er niet. ,,De ijsmachines zijn aan vervanging toe. De kleedkamers dienen geschilderd te worden.'' Daarvoor zal De la Croix moeten aankloppen bij de regionale overheid, want het toegangskaartje kan niet duurder worden. Maar de gemeente Den Haag heeft wegens bezuinigingen enkele jaren geleden juist de subsidiekraan dichtgedraaid. Daar was De la Croix het niet mee eens. ,,Zwembaden, sporthallen en ijsbanen kosten de samenleving nu eenmaal geld. Er is veel jeugd die schaatst en we hebben in Nederland veel talent. De scholen in Den Haag bestaan voor vijftig procent uit allochtone leerlingen. Die groep wil ook kennismaken met de schaatssport. Als je kijkt naar wat overheden voor gigantische bedragen steken in voetbal, tennis, hockey en golf dan kan het niet op. De subsidies voor schaatsbanen zijn relatief beperkt. Wij verwerken echter 400.000 tot 500.000 schaatsbezoeken per jaar.''

Zowel De Uithof als De Vechtsebanen heeft er geen behoefte aan de internationale schaatskampioenschappen van Thialf over te nemen. ,,Waar moet ik al die toeschouwers laten'', vraagt Smit uit de Domstad zich af. ,,We hebben een capaciteit voor 4.000 toeschouwers en voor die enkele keer ga ik geen nieuwe tribunes bouwen.''