EUFORIE: Bernard Hinault

Meer dan veertig grote wedstrijden won hij in zijn professionele wielerloopbaan – de talrijke dagzeges in de verschillende rondes niet meegerekend. In 1978 zat hij pas vier jaar als prof op de fiets toen de 23-jarige Bernard Hinault definitief zijn naam vestigde als (zeer) groot renner door de Tour de France te winnen. Hij oogstte vooral faam als `ronderenner': vijf keer winnaar van de Ronde van Frankrijk, drie keer van die van Italië en twee maal sloot hij de Spaanse ronde winnend af. Maar ook in de grote en vaak zware eendaagse wedstrijden `stond' hij er. Hij won onder meer vrijwel alle klassiekers, sommige meerdere malen. Een superieure winnaar met een vaak grote mond – maar wel een bluffer die zijn grootspraak waarmaakte, zo moesten zijn concurrenten vaak tot hun woede erkennen. Het maakte hem niet geliefd in het peloton waarin vooral veel Nederlandse renners hem intens haatten. `De das', le blaireau, werd hij genoemd: zijn karaktertrekken zouden met die van dit beest overeenkomen – en dat was niet positief bedoeld. De bijnaam kan ook aan het stekeltjeshaar uit zijn beginjaren zijn ontleend: een scheerkwast is immers ook un blaireau. Voor Hinault maakte dat allemaal niet veel uit: hij won lange tijd zoals hij wilde winnen. Die zeges vierde hij als een echte vakman, ingetogen dus. Zijn blijde lach straalde dan die mooie superioriteit uit die degenen die met de troostprijzen of minder genoegen moesten nemen alleen maar chagrijniger maakt.

Dit is het 27ste en laatste deel in een serie over vreugde in en rond de sport.