DRIE BASENPAREN BEPALEN OF PTC WEL OF NIET BITTER SMAAKT

``Bah, bitter!'' roepen de meeste mensen als ze fenylthiocarbamide proeven. Maar 50% van de Europeanen en 30% van de Aziaten proeft niks. Na ruim 70 jaar smaakexperimenten met het al of niet bittere stofje is eindelijk bekend waarin de `proevers' en `niet-proevers' verschillen. Het zit in een gen van 1002 basenparen lengte.

In 1931 werkte Arthur Fox voor chemieconcern Dupont en synthetiseerde fenylthiocarbamide (PTC). Toen hij er wat van morste zei een collega ``Dat ruikt bitter zeg'', maar Fox rook niks. Ze lieten nog wat collega's ruiken en later ook proeven en kwamen er achter dat PTC `proevers' en `niet-proevers' kent. Fox publiceerde en de genetici sprongen er onmiddellijk bovenop. Na onderzoek in families met proevers en niet-proevers concludeerden ze dat de niet-proevers twee kopieën van het recessieve gen hebben. Eén kopie van dat `proever'-gen was voldoende om de bittere smaak van fenylthiocarbamide gewaar te worden. Maar er bleef discussie, want behalve `proevers' waren er ook `superproevers', mensen die het stofje al in zeer verdunde oplossingen opmerken.

Genetici van een aantal Amerikaans onderzoeksinstituten hebben nu vastgesteld dat één gen op chromosoom 7 het smaakonderscheid bepaalt. Het gen (TAS2R genaamd) is 1002 basenparen lang en codeert voor een eiwit met een keten van 334 aminozuren. De niet-proevers hebben op positie 49, 262 en 296 andere aminozuren in de aminozuurketen van het eiwit dan de proevers. Die aminozuurveranderingen zijn het gevolg van telkens één andere base in het gen. Deze drie SNP`s (single nucleotide polymorphisms) bepalen uiteindelijk of iemand PTC proeft. Mensen met twee kopieën van het proevergen zijn meestal superproevers, mensen met één proevergen en één niet-proevergen zijn gewone proevers. En mensen met twee niet-proevergenen zijn niet-proever (Science, 21 febr).

Bitter is in de natuur geassocieerd met gif. Het vermogen om bittere smaken te proeven kan dus van levensbelang zijn. De onderzoekers wilden daarom wel eens weten waar in de evolutie het PTC-smaakvermogen bij een deel van de mensen verloren ging. DNA-analyse van het TAS2R-gen bij chimpansees, laaglandgorilla's, orang oetans, Java-apen en zwarthandslingerapen liet zien dat die steeds twee kopieën van het `proever'-gen bezitten. De SNP's die mensen tot niet-proevers maken komen bij apen dus niet voor.