Dopingcode vervangt lappendeken aan regels

Ter vervanging van de wirwar aan regels komt er binnenkort een wereld-antidopingcode. Daarmee krijgt de sportwereld uniformiteit in de regelgeving over een kwestie die de meningen al jaren verdeelt.

Bij ongewijzigde plannen wordt in de eerste week van maart het besluit genomen de wereld-antidopingcode in te voeren. Dat moet gebeuren in Kopenhagen tijdens een congres van de wereld-dopingorganisatie WADA. Bij acceptatie van het document beschikt de sportwereld met ingang van de Olympische Spelen van 2004 in Athene over een mondiaal dopingreglement.

Invoering van de dopingcode wordt alom als een stap voorwaarts gezien, omdat daarmee een einde komt aan de lappendeken van regels. Maar daarmee houdt de eensgezindheid op, want uit de ontwerptekst blijkt dat harmonisatie niet op alle onderdelen is gelukt. Dat spreekt ook letterlijk uit de tekst. Een regel luidt: ,,De antidopingcode moet specifiek genoeg zijn om harmonisatie te bereiken op onderdelen waar uniformiteit gewenst is, maar moet ook generaal genoeg zijn om op andere gebieden flexibiliteit toe te staan.''

Die ruimte wekt geen verbazing, omdat er al jaren wordt gesteggeld over de bestrijding van doping. Het is bijvoorbeeld moeilijk een lijst van verboden middelen op te stellen waarin alle partijen zich kunnen vinden. Waar Nederlanders cannabis niet als een prestatiebevorderend zien, denken de Amerikanen daar totaal anders over. En over de toelaatbare ratio bij nandrolon zullen de deskundigen het altijd oneens blijven. Er zijn ook stromingen die creatine op de lijst wensen, terwijl de sportende goegemeente dat middel gebruikt alsof het snoepgoed is.

Een ander compromisloos onderdeel is de strafmaat. Waar de hardliners zweren bij een minimale schorsing van twee jaar in geval van een eerste overtreding, gruwen bonden met veel profsporters van die maatregel. Niet proportioneel, oordelen zij, met Hein Verbruggen, de Nederlandse voorzitter van de internationale wielerfederatie UCI, voorop. Zij betogen dat een straf van twee jaar het recht op arbeid aantast en vrezen dat voor atleten met een korte levensduur als sporter één overtreding al einde carrière betekent.

Maar Verbruggen c.s. hebben niet kunnen voorkomen dat de minimale straf van twee jaar wordt ingevoerd. ,,Ach, als de olympische beweging akkoord gaat, zullen wij de code ook ondertekenen'', verzucht Verbruggen. ,,Maar ik verwacht aangaande de strafmaat dat het rechtszaken zal regenen. En dan zullen we wel merken hoe er wordt geoordeeld. Als ik zie hoeveel atleten nu reeds met succes strafvermindering bij het Court of Arbitration in Sport (CAS) hebben gekregen, verwacht ik na invoering van de antidopingcode een uitbreiding aan jurisprudentie.''

Waar Verbruggen zijn strijd tegen de strafmaat tot op zekere hoogte heeft opgegeven, trekt hij ongemeen fel van leer tegen de vrijblijvendheid die zelfstandige professionele competities wordt gelaten. Hij vindt het onverteerbaar dat Amerikaanse basketballers, honkballers en ijshockeyers zich niet hoeven te verplichten tot invoering van de antidopingcode. En dat WADA aan die instanties niet verder gaat dan een aanbeveling om het document te accepteren, vindt hij onbestaanbaar. Verbruggen: ,,Dat kán gewoon niet; ik wist niet wat ik las. Het lijkt mij onacceptabel dat bij de Olympische Spelen de voetballer Ronaldo in geval van doping twee jaar aan zijn broek krijgt en de basketballer Shaquille O'Neil voor eenzelfde vergrijp ongestraft blijft. Dat zou een grof schandaal zijn.''

Een derde bezwaar van Verbruggen is de gelaagdheid in controlerende instanties. ,,Nu kunnen overheden, bonden en anti-dopingorganisaties controles uitvoeren. Dat vind ik verwarrend en ongewenst. Het ware mij liever geweest dat alleen WADA die taak op zich had genomen.''

In Nederland wordt de antidopingcode met meer enthousiasme begroet. Rens van Kleij, directeur van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), is vooral gecharmeerd van de omvang en de grondigheid van het document. ,,Het zijn niet zo maar een paar A4'tjes'', zegt hij prijzend. Commentaar heeft hij op details. ,,Het uitgangspunt dat doping tegen de `spirit of sport' is, moet er wat ons betreft uit; dat is te subjectief. Ons inziens zijn maar twee uitgangspunten voor doping bepalend: is het prestatiebevorderend en is het schadelijk voor de gezondheid.''