De muis die brult

België is tegen de oorlog, de Belgische bevolking én de regering. Vorige week legden de Belgen een bom onder de NAVO. Tot ergernis van bondgenoten: militair is het Belgische leger nergens toe in staat. Geen reserveonderdelen voor voertuigen. Geen kogels. `Ze hebben niet geleerd om te schieten.'

Iedere Belgische korpscommandant houdt er zijn hart voor vast: het beruchte telefoontje van André Flahaut. Nee, de minister van Defensie vraagt niet om troepen voor Irak. De Belgen willen niet meedoen aan de oorlog, en zouden daar – zeggen velen – ook een weinig zinnige bijdrage aan kunnen leveren. De telefoontjes van Flahaut zijn van een andere orde: hij wil lassers hebben, of flessen helium, of oude IBM-computers. Meestal moeten die op een zaterdag naar de provincie Waals-Brabant, waar Flahaut woont. Het helium wordt gebruikt om ballonnen op te blazen voor kinderen. Volgens soldaten heeft Flahaut hen al vloertjes laten leggen, en hen zelfs eens het parcours voor de plaatselijke motorcross laten egaliseren. ,,Nooit eerder'', zegt Emmanuel Jacob van de Algemene Centrale van het Militair Personeel in Brussel, ,,heeft een Defensieminister het leger zó gebruikt om er zelf politiek beter van te worden. Al die mensen die Flahaut gelukkig maakt met een gift of vriendendienst gaan misschien straks op hem stemmen.''

In een tijd waarin veel andere legers zich opmaken voor een oorlog tegen Irak, is de Belgische krijgsmacht vooral bezig met zichzelf. Geldgebrek, verouderd materieel, vriendjespolitiek en een Defensietop die maar weinigen lijkt te overtuigen met zijn visie op een nieuwe missie na de Koude Oorlog spelen de slagkracht van het leger en het moreel van de militairen ernstig parten. Geen wonder dat de vorige opperbevelhebber eind vorig jaar bij zijn pensionering zei: ,,Ik kan mijn mannen niet motiveren voor een oorlog tegen Irak.'' De politici laten het voorlopig zo. Met de parlementsverkiezingen van 18 mei voor de deur maken zij zich liever populair met belastingverlagingen of gratis openbaar vervoer dan met een pleidooi voor meer defensie-uitgaven. De Belgische weigering om in NAVO-verband Amerikaanse soldaten in Turkije te vervangen en materieel te sturen, vorige week, had daar ook mee te maken. Dat veto legde politiek gezien een bom onder het bondgenootschap. Maar militair gezien legde het een merkwaardige paradox bloot: België stelde zich op als een serieuze militaire macht, terwijl het Belgische leger minder slagkracht heeft dan het leger van welk ander NAVO-land dan ook. Het was de muis die brulde.

Eén op de drie Belgische militairen klust bij: soldaten vullen hun schamele salaris aan met bijbaantjes in garages of disco's, legerartsen zetten thuis een praktijk op. In de bijna vier jaar dat Flahaut minister van Defensie is is vrijwel de hele legertop vervangen. ,,Dit zijn mensen die mij helpen om het leger totaal te reorganiseren'', zegt minister Flahaut, wijzend op een kleurig organogram. ,,Politieke benoemingen'', vindt vrijwel ieder ander die je ernaar vraagt. In elk geval nemen steeds meer generaals ontgoocheld ontslag – in 2002 waren dat er zeker drie. Volgens commandanten wordt er zo gesneden in het defensiebudget dat ze in april al door hun munitiebudget voor dit jaar heen zullen zijn. ,,Ze liegen'', zegt Flahaut. ,,Zie je wel'', reageert een commandant, ,,hij luistert niet naar ons. Ik zeg u: ik kan vrijwel geen nieuwe rekruten naar vredesmissies van de Verenigde Naties sturen, want ze hebben domweg niet geleerd om te schieten, al was het maar uit zelfverdediging.''

En onlangs tekende Flahaut met zijn collega van Binnenlandse Zaken een protocolakkoord waarin staat dat het leger de politie op allerlei terreinen gaat helpen, zoals bij het opsporen van zoekgeraakte kinderen, het bewaken van ambassades of bij het transport van gevangenen van en naar de rechtbank. ,,De mannen hebben er geen problemen mee'', zegt luitenant-kolonel Roger Housen van een gevechtseenheid in Leopoldsburg. Zijn manschappen schepten laatst op het strand olieresten van de Tricolor in plastic zakjes. ,,Hulp aan de natie maakt deel uit van het takenpakket van Defensie. Dat is goed, want nu er geen dienstplicht meer is, is de relatie tussen leger en natie minder hecht dan vroeger. Maar dit kun je gevechtssoldaten niet te vaak laten doen. Anders missen ze te veel trainingen.'' Of Housen en zijn collega's die garantie krijgen, weet niemand.

Over de achterliggende motieven van het protocolakkoord lopen de meningen uiteen. Heeft Flahaut boeken gelezen van militair-historici, die er nadrukkelijk op wijzen dat legers steeds meer politie-achtige taken krijgen omdat de aard van het oorlogvoeren drastisch aan het veranderen is? Gaan onderbetaalde soldaten de politie helpen, omdat de politie geen geld heeft om nieuwe agenten aan te nemen? Of is dit akkoord een poging om ruim 40.000 manschappen bezig te houden? Volgens Flahaut zelf is de samenwerking met de politie een politiek-strategische manoeuvre die te maken heeft met de publieke opinie: ,,Pas als je het volk ervan overtuigt dat het leger nuttig werk doet, kun je ze duidelijk maken dat je in de krijgsmacht moet investeren. Nu is dat bijna onmogelijk.''