Brussel in het nieuws

Claes H. de Vreese - Framing Europe. Television News and European Integration Amsterdam, Aksant, 243 blz. Universiteit van Amsterdam, 31 januari 2003. Promotor : Prof.dr. H.A. Semetko

Naar schatting is al meer dan 60% van de nieuwe wetten in Nederland direct uit Brussel afkomstig. Het gaat dus om Europese regelgeving, die hier meteen kracht van wet heeft en in voorkomende gevallen ook dominant is ten opzichte van eventueel al bestaande Nederlandse regels. We merken er meestal niet veel van of, beter gezegd, we merken het pas op als de consequenties ervan ons niet bevallen. Ik zie dan altijd weer die boer uit Kootwijkerbroek of daaromtrent voor me, die tijdens de MKZ-crisis boos uitriep dat hij met `Brussel' niets te maken had. ``Wij hebben toch onze eigen koningin.' Ook wie meer kennis van het staatsrecht heeft, zal toch niet gauw het gevoel hebben dat wij zelf net zo goed `Brussel' zijn. Toen ik in Hilversum eens vroeg of er niet meer reden was om een `Brussel Vandaag' dan een `Den Haag Vandaag' te maken, was het antwoord dan ook simpel: ``ja, dat is wel zo, maar er zou geen hond naar kijken en dus doen we het niet.' De Europese Unie, het werk van de Europese Commissie en het Europese Parlement, het leeft totaal niet bij de burger. Niet in Nederland, maar al evenmin in de andere landen van de EU.

Dat maakte me toch nieuwsgierig naar het proefschrift van Claes de Vreese. Bovendien is er nog maar weinig wetenschappelijk wat diepgravender onderzoek gedaan naar de rol en de invloed van televisiejournaals en actualiteitenrubrieken. Het is technisch ook lastig en omslachtig onderzoek, zeker als het ook nog eens een vergelijking tussen landen en zelfs experimenten met gemanipuleerd nieuws omvat. Dat is hier allemaal tegelijk het geval. De Vreese onderzoekt door middel van interviews met de betrokken journalisten hoe in Nederland, Groot-Brittannië en Denemarken (De Vreese is in Kopenhagen geboren) door journaalredacties met Europees nieuws omgegaan wordt. Vervolgens neemt hij in alledrie de landen over een periode van 15 maanden (met daarin Europese verkiezingen, de val van de Europese Commissie, de introductie van de euro) bij elkaar meer dan 10.000 nieuwsitems van de televisie op voor een inhoudsanalyse hoe wordt er over Europese zaken gesproken, wie treden als woordvoerders op? In samenwerking met de dienst Kijk-en Luisteronderzoek, met nieuwslezers als Pia Dijkstra en Gijs Wanders en met politici als Dick Benschop en Frans Weisglas slaagt hij er dan ook nog in een grote groep proefpersonen te laten reageren op subtiel gemanipuleerde `nieuws'uitzendingen, waarin Europese zaken op verschillende manieren aan de orde worden gesteld. Hoe reageren de proefpersonen daarop? In hoeverre wordt hun mening beïnvloed door de stijl en de teneur van de presentatie?

Het is echt niet gering en ook theoretisch wordt er fors uitgepakt. De uitkomsten zijn in verhouding tot de enorme inspanning helaas toch wat mager. Ik moet dat nuanceren. Strikt wetenschappelijk gezien valt er op de uitkomsten heel weinig aan te merken, maar de gewone lezer en ook de journalist had toch wel op wat meer vuurwerk gehoopt. Veel van wat je toch al dacht, wordt bevestigd, en ook dat wat nieuw is, verrast niet echt. Het is geen verwijt aan de onderzoeker, maar het is wel een beetje de terugkeer van een grote archeologische expeditie met zakken vol scherven, maar niets waar het Rijksmuseum voor Oudheden zijn zalen voor gaat ontruimen.

In de landen waar De Vreese met journaalredacties van publieke zowel als commerciële zenders heeft gesproken, blijkt men overal met dezelfde problemen te worstelen. Europese kwesties zijn vaak ingewikkeld en nogal technisch van karakter, spreken het publiek weinig aan en worden als ver van mijn bed beleefd. Het duurt vaak erg lang voor er van een echt besluit sprake is en maar heel weinig mensen begrijpen onmiddellijk wat het besluit inhoudt of in kan houden. Journalisten die Europa in hun portefeuille hebben, merken dat ze thuis bij de redactie weinig oor voor hun onderwerpen vinden en bovendien in Brussel nauwelijks direct met de leden van de Europese Commissie in contact kunnen komen. In het onderzoek komt het niet zo naar voren, maar het ontbreken van herkenbare, aanspreekbare en aantrekkelijke Europese gezichten maakt het ook moeilijk op de televisie een `Brussels' item een beetje aardig te presenteren. Er moet al een schandaal zijn, zoals door klokkenluider Paul van Buitenen ontketend, of een conflict tussen lidstaten, zoals onlangs over de uitbreiding van de Unie, wil Europa echt gaan leven. Veel positiefs valt er dan meestal niet te melden en de berichtgeving heeft bijna altijd een sterk nationaal karakter.

In 1999 gingen er minder mensen dan ooit naar de stembus om een nieuw Europees Parlement te kiezen. In Nederland was de opkomst extreem laag, maar vergeleken met de landen om ons heen was er op de televisie ook bijzonder weinig aandacht voor de komende verkiezingen. De aandacht ging uit naar de eerste regeringscrisis van Paars II (`de nacht van Wiegel') en naar het conflict in Kosovo. Europese items worden door tv-journalisten bij voorkeur geplaatst in het kader van een conflict tussen landen, regeringsleiders of instituties. Het `frame' zoals het kader door De Vreese in de ruimere Amerikaanse betekenis van het woord genoemd wordt het kan dan ook gelezen worden als `opzetje' , `list' of zelfs `misleiding' bepaalt voor een belangrijk deel ook de eerste reacties van het publiek op de geboden informatie. De context waarin het bericht geplaatst wordt, de keuze van de woorden die worden gebruikt om het verhaal over bijvoorbeeld de uitbreiding of de invoering van de euro te doen, blijkt de gedachten van de journaalkijker zeker op korte termijn in dezelfde baan te houden. Slechts zelden klinkt in de berichtgeving over Europa nog iets van het oude elan of idealisme door. In het algemeen benadrukken journalisten de betekenis van machtsspelletjes en van het zoeken naar eigen nationaal voordeel. Dat maakt mensen zeker meer cynisch ten opzichte van de Europese politiek, maar tegelijkertijd is het verschil met de beoordeling van de nationale politiek en politici ook weer niet zo groot. Een beetje hoopvol voegt De Vreese eraan toe dat de cynische houding van de kiezer toch relatief los lijkt te staan van zijn pragmatische gedrag in de praktijk.