Was die brommer gestólen?

Kinderen van migranten die niet goed geïntegreerd zijn worden strenger gestraft dan die van wel-geïntegreerde ouders, zegt een rechter.

Jongens zijn het, maar geen aardige jongens, die deze dag voor de kinderrechter komen. Sommigen spelen het spel van de vermoorde onschuld, een enkeling erkent zijn fouten. Bijna allemaal zijn ze van niet-Nederlandse komaf. Bij iedere zaak verschijnt een dossier op tafel met verhalen over delicten, over vaders die weg zijn en moeders zonder gezag. Met verhalen over afspraken met hulpverleners – meestal niet nagekomen. Over kansen – meestal gemist. Over vooruitzichten – vaak somber.

Shakti, van Marokkaanse afkomst, zwarte pet op, 17 jaar, pukkels en lang haar, zit in de rechtszaal. Hij is als de dood naar een gesloten opvoedingsinternaat te worden gestuurd. Shakti is het voorbeeld van iemand die met zijn hand in de suikerpot wordt betrapt en zegt: ,,Ik deed de suiker juist terug.' Zijn moeder zit achterin de zaal. Klein, mollig, met hoofddoek om. In helder Nederlands zegt ze: ,,Shakti is een goede jongen.' Maar hij staat hier intussen voor diefstal van een brommer.

,,Toen de politie me aanhield, zat ik nét op die brommer. Echt waar. Ik had er niet op moeten zitten zonder helm. Dát was stom. De jongen die me er op liet rijden was een goeie jongen. Ik wist echt niet dat die brommer gestolen was.' Veroordeeld worden voor diefstal, terwijl je alleen maar even op een brommertje zit, als dat geen onrecht is! Nou ja, het tijdstip van aanhouding, midden in de nacht, pleit niet echt in Shakti's voordeel.

,,Zo'n jongen, die doet of er niets aan de hand is, doet in feite alsof ik gek ben.' Han Bartels (53), hoofd sectie kinderrecht van de Amsterdamse rechtbank, zegt dat bij de beslissing om de voorlopige hechtenis van minderjarigen te verlengen, de houding van zowel de verdachte als zijn opvoeder een doorslaggevende rol speelt. Stellen betrokkenen zich schuldbewust op, dan loopt het kind minder groot risico op een vrijheidsstraf. Bartels zegt dat dit samenhangt met de mate waarin de ouders en hun kind zijn geïntegreerd in de Nederlandse samenleving.

Bartels: ,,Ik wil afspraken maken met iemand die begrijpt wat er aan de hand is. Geeft hij niet aan dat hij dat begrijpt, dan blijft hij vastzitten. Maar als zo'n jongen bekent, en zijn ouders zeggen `we maakten ons al eerder zorgen', dan hebben we een gesprek dat aanknopingspunten biedt, en dan heb je al veel gewonnen.'

Bartels gaat ervan uit dat ouders die zich verantwoordelijk voelen voor het gedrag van hun kinderen, erop zullen toezien dat zoonlief een cursus sociale vaardigheden of agressiebeheersing die de rechter oplegt, ook echt zal volgen. Maar er zijn legio ouders die zeggen: ,,Het is niet waar wat de politie beweert. De politie heeft het op mijn zoon gemunt, want het is al de zoveelste keer dat hij wordt opgepakt.' Of ze tonen weerstand tegen de Nederlandse maatschappij. [Vervolg KINDERRECHTER: pagina 6]

KINDERRECHTER

Wie draait, krijgt straf

[Vervolg van pagina 1] Kinderrechter Bartels ziet dat niet alleen bij streng islamitische ouders maar ook nogal eens bij Antilliaanse moeders: "Die vinden vaak dat Nederland niet deugt." Hij ziet ook ouders die, wanneer hun zoon een gestolen brommer in de berging zet of een dolkmes op zijn kamer laat slingeren, niet ingrijpen. Bartels: "En als er niks is dat die jongen corrigeert, moet ik dat doen."

Het gedraai van de zeventien-jarige Shakti en het blinde vertrouwen van diens moeder geven Bartels niet de overtuiging dat er thuis veel gecorrigeerd gaat worden. Wat wel enigszins in het voordeel van het dossier-Shakti spreekt, is het ontbreken van geweld daarin. Bartels constateert een verschuiving van autokraken en brommerdiefstal naar straatroof en de laatste tijd steeds vaker winkelovervallen. "De delicten worden ernstiger en er wordt meer geweld gebruikt".

Veel van de delicten die binnenkomen als 'diefstal met geweld', zijn volgens Bartels begonnen als ordinaire vechtpartij. Vaak interetnische conflicten waarbij meestal het verweer van de dader is dat het latere slachtoffer hem "vuil of bijdehand" aankeek. Bartels: "Wanneer het slachtoffer eenmaal op de grond ligt, denkt de winnaar: wat zal ik nu doen om hem zijn plaats te wijzen? En dan pakken ze hem maar zijn mobieltje af". Ook deze vorm van respect afdwingen door middel van geweld, noemen we straatterreur, zegt hij.

Geweld is ook het probleem van Joey. Maar Joey, een kleine, zwarte jongen, is zich van geen kwaad bewust. Hij is uit voorlopige hechtenis ontslagen op voorwaarde dat hij een cursus sociale vaardigheden zou volgen, en een cursus agressiebeheersing. Kinderen op school zijn bang voor hem. Hij is weliswaar klein, maar aarzelt niet volwassenen aan te vallen. Omdat ze hem niet normaal behandelen, zegt hij, op zachte toon en moeizaam formulerend. Geen van de cursussen heeft hij afgemaakt en zijn afspraken is hij niet nagekomen.

Ook Joey's moeder is zich van geen kwaad bewust. Bartels vraagt haar waarom ze naar Brussel ging, net in de periode dat haar zoon een belangrijke afspraak had met iemand van de jeugdreclassering. Ze lijkt de vraag niet goed te begrijpen. Ze ging naar Brussel, vertelt ze in het Engels, omdat haar Nigeriaanse ex-man daar woont. Ze bleef maar vier dagen weg en Joey logeerde bij een vriendje. Waarom zou zij dan niet weg kunnen? Dat Joey zijn afspraak niet is nagekomen of zijn cursussen niet afmaakt, valt haar toch niet te verwijten.

Stamelend vraagt de jongen om nog een kans, maar Bartels stelt dat Joey uit voorlopige hechtenis is ontslagen juist om die cursussen te volgen. Dus veroordeelt hij Joey conform de eis van de officier van justitie tot drie weken jeugddetentie. "Tijdens je detentie kan je de cursus agressiebeheersing volgen." De jongen loopt verweesd achter de parketwachten aan. Ook zijn moeder lijkt niet te begrijpen wat er gebeurt.

Vroeger heette het in politiekringen dat Marokkaanse verdachten nooit schuld bekenden, en à la Shakti nog zouden ontkennen dat ze geboren waren, als ze daarmee weg konden komen. Maar er zijn legio Marokkaanse jongens die wel gewoon bekennen, zegt Bartels in zijn werkkamer. "Die is geïntegreerd, denk ik dan."

Mohammed is zo'n verdachte. Ofschoon hij aanvankelijk ontkende, heeft hij later, op advies van zijn advocaat, bekend. Hij heeft een autoruit ingeslagen en een laptop van de achterbank gegrist. De man die het voorval zag en hem vastgreep heeft hij "maar één keer" geslagen. Of de jongens die hem hebben proberen te ontzetten die man ook hebben geslagen, weet hij niet. Hij zegt die jongens niet te kennen en meteen te zijn weggerend.

Het delict van Mohammed past in een trend, zegt Bartels. Een of twee jongens plegen een delict en zo gauw als een burger of een politieman ingrijpt, bemoeit een hele groep zich ermee. Bartels: "Het is eigenlijk voor het eerst dat we worden geconfronteerd met groepen die geen respect hebben voor de politie." Een teken dat het gezag van de politie is ondermijnd, meent hij.

Mohammed heeft een tijdje gezeten en is voor dit feit geschorst uit voorlopige hechtenis. Tijdens die schorsing heeft hij zijn werkstraf afgerond. Nu woont hij bij zijn oudere broer en volgt een opleiding voor de detailhandel. In zijn vrije tijd werkt hij bij een landelijk bekende grootgrutter.

De officier van justitie uit zijn waardering dat Mohammed bekent. "Ik heb de indruk dat Mohammed heeft geleerd van zijn straf. Hij heeft een inkomen en is de laatste anderhalf jaar niet met de politie in aanraking geweest." Hij vordert geen verdere straf. Met een licht verbaasd 'doei' verlaat Mohammed de rechtszaal. De kinderrechter. "Het is leuk om zoiets te zeggen, deze jongens krijgen nooit complimenten".