Voorkeursbehandeling

Toen ik acht jaar was werd mijn onderwijzeres in de kerstvakantie ziek. Slepend en langdurig ziek. Het hoofd der school slaagde er gelukkig in een oplossing te vinden en zo zat ik halverwege het schooljaar opeens in de klas bij mijn eigen moeder. Tussen het kerst- en het paasrapport zakten mijn cijfers gemiddeld een punt, wat voor een vlijtige achtjarige een hard gelag was. Mijn moeder legde mij uit dat zij expres zuinig had gecijferd op mijn rapport. Anders zouden mensen denken dat zij haar eigen dochter voortrok, en dit moest tot elke prijs worden vermeden. Hoewel deze redenering mij toen niet kon overtuigen heb ik de gedachte erachter later wel leren waarderen. Die achterliggende gedachte heeft alles te maken met de professionele ethiek van onderwijzers. Je beoordeelt leerlingen en studenten op wat zij presteren. Als leerlingen familie van je zijn, doe je je best om dat volledig te vergeten. Als leerlingen lief en schattig zijn, behoort dat niet te worden meegewogen in hun cijfer. Als studenten ongemanierde, ongemotiveerde lapzwansen zijn, zet je dat uit je hoofd als je hun werkstuk beoordeelt. Als leerlingen een vreselijke tijd meemaken omdat hun ouders gaan scheiden of hun vader ernstig ziek is, leef je wel met ze mee, maar ze krijgen geen hoger cijfer.

Elke onderwijzer griezelt bij verhalen over vroeger, toen arbeiderskinderen niet naar de hbs mochten omdat dit voor arbeiderskinderen nu eenmaal niet was weggelegd. Elke onderwijzer weet dat het destijds niet ongebruikelijk was dat kinderen van notabelen een streepje voor hadden in de klas. Een onderwijzer weet ook dat hij moet strijden tegen vooroordelen over categorieën kinderen: over allochtone kinderen, over meisjes, over drukke rotjochies, over corpsballen. De huidige norm in het onderwijs is meritocratisch: het gaat om prestatie zonder aanzien des persoons.

Het is niet altijd makkelijk om die norm strak vast te houden. Het is vaak eenvoudiger om zeurende studenten een zes te geven zodat ze tot nader order uit je leven verdwijnen. Het is verleidelijk om ijver en inzet mee te wegen in een beoordeling. Kon je maar eens een drie uitdelen aan een student die stelselmatig de sfeer in de werkgroep heeft lopen verzieken! Een beetje docent houdt echter vast aan zijn professionele norm. Een zes moet een echte zes zijn en daarmee uit.

Ik heb altijd aangenomen dat voor artsen (prototypische professionals immers) soortgelijke regels golden. Je behandelt patiënten zonder aanzien des persoons. Ziek is ziek. Als er meer patiënten tegelijk ziek zijn, behandel je eerst de patiënt die er het ergst aan toe is. Je selecteert op urgentie en nergens anders op.

Ik was dan ook onaangenaam verrast toen ik het artsenblad Medisch Contact (7 februari) onder ogen kreeg, met daarin een artikel van de hand van Rentsje de Gruyter, getiteld `Voorrang zonder medische indicatie'. Artsen vinden het, volgens De Gruyter, helemaal niet ongewoon om familie en vrienden van collega's en relaties van het ziekenhuis met voorrang te behandelen. Ook hun eigen tuinman kan aanspraak maken op een speciale behandeling. De Gruyter citeert voorts een huisarts die ronduit toegeeft dat hij een voorkeur heeft voor patiënten met een vooraanstaande maatschappelijke positie (politici, geestelijken, hoogleraren of leden van de raad van bestuur van een beursgenoteerd bedrijf): ,,Hun geef ik voorrang omdat ik het leuk vind om met mensen om te gaan die iets presteren. Ik vind het een eer als zij bij mij in mijn praktijk komen. Ik wil dan graag aardig gevonden worden, zo'n mannetje ben ik.'' Een huisarts uit Blaricum laat weten dat zij het land graag wil behoeden voor calamiteiten. Als Balkenende of Pieter van Vollenhoven (!) een dag niet kunnen werken hebben velen daar last van en dat zou een recht op versnelde behandeling genereren voor deze prominente Nederlanders.

De beroepsregels van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van de Geneeskunst laten helemaal geen ruimte voor dergelijke voorrangsbehandelingen, zo meent de woordvoerder van de Inspectie die aan het woord komt in het artikel. Ook door de politiek is jarenlang een en andermaal benadrukt dat zorgverleners in geval van schaarste keuzes moeten maken op medische gronden. Niettemin moet er van de inspecteur een discussie op gang komen over deze norm, omdat artsen zich in de hectiek van alledag vaak onder druk gezet voelen. De KNMG heeft die discussie inmiddels aangezwengeld op haar website.

Ik maak mij geen illusies over de morele zuiverheid van het Nederlandse onderwijs. Rentsje de Gruyter zou vast docenten kunnen vinden die toegeven dat zij weleens een genade-zes uitdelen, of de norm voor een tentamen bijstellen onder druk van een opleidingsdirecteur. Mogelijk zijn er zelfs docenten die kinderen van prominente Nederlanders wel eens hebben `gematst'. Maar ik mag toch hopen dat het bestaan van dergelijke uitwassen er niet toe zou leiden dat wij in het onderwijs een discussie zouden moeten voeren over de vraag of persoonlijke eigenschappen of omstandigheden van een leerling mee mogen wegen in hun eindcijfer. De zes-is-zes norm kan geen inzet zijn van een dergelijk debat. Laten we hopen dat voor de ziek-is-ziek norm in de gezondheidszorg precies hetzelfde geldt.