Slapen met Linda

Anne-Wil Blankers staat veertig jaar op het toneel, gaf gestalte aan Elektra en ook aan koningin Wilhelmina. In `Vogels' van Haye van der Heyden speelt zij een vrouw van zestig op zoek naar een nieuw leven.

Er waren in 1975 nog maar drie weken te gaan voor de première van Elektra, de Griekse tragedie over wraak en wederwraak. Hoofdrolspeelster Anne-Wil Blankers (Rotterdam, 1940) scharrelde nog altijd doelloos rond in het repetitielokaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg, haar schouders opgetrokken, de rug hoog opgezet. Ze had nog geen vorm gevonden. Regisseur Ton Lutz van het Publiekstheater riep haar bij zich en zei: ,,Er moet nu wel iets gebeuren, meisje.'' Tot aan dat ogenblik deed Blankers niet veel meer dan haar tekstboek bestuderen, telkens opnieuw.

In haar bescheiden ingerichte huis in het Groene Hart, omringd door weilanden en knotwilgen, springt ze op uit haar fauteuil en doet ze voor wat er tijdens de repetitie gebeurde. Ze zegt: ,,Elektra was een gewonde vrouw, een gekweld dier. Lutz had mij deze rol als gastactrice aangeboden. Ik was vast verbonden aan de Haagse Comedie en toen ik de Schouwburg van Amsterdam binnenkwam, dacht ik: `Ik moet wel bewijzen dat die keuze terecht is, er zijn hier zeker actrices die Elektra ook kunnen spelen. Het was een bezetting met Sigrid Koetse, Josée Ruiter, Annet Nieuwenhuyzen en Celia Nufaar.' Op een gegeven moment voelde ik de ogen van het koor, bestaande uit vrouwen, in mijn rug. Ik draaide me om, kromde mijn benen en armen, spreidde mijn vingers, nam kennelijk een gebogen houding aan alsof ik als een panter weg wilde springen of juist aanvallen. En toen riep Lutz vanaf zijn regisseursstoel: `Goed zo, dat is ze, hou dit vast...' Verbaasd draaide ik me om: `Wat doe ik dan?' vroeg ik.' Dat bleek het begin van het beest Elektra.''

Dit jaar staat Anne-Wil Blankers veertig jaar op het toneel. Volgende week gaat de voorstelling Vogels, geschreven door Haye van der Heyden, in première. Zij vertolkt de hoofdrol van Jozefine, een vrouw van zestig jaar die door haar man is verlaten voor een jonge minnares. Jozefine, ook Joost genoemd, moet haar leven opnieuw richting en betekenis geven. Een vriendin dient zich aan met wie het misschien wel tot een echte liefdesrelatie komt. Ondertussen raakt Jozefine verliefd op Patrick, een jeugdige klusjesman met de belofte van veel wilde stoerheid.

Anne-Wil Blankers onderscheidt zich in tal van opzichten van haar collega-actrices, al was het maar dat ze nooit een duistere kant heeft opgezocht om inspiratie op te doen voor haar talloze grote, dramatische rollen. Geen nachtcafés en drank, gesprekken tot aan de ochtend, moeilijke omstandigheden. Uitdrukkingen als `Toneel is geen flauwekul' en zelfs `Ik houd van gewoon theater' liggen haar in de mond bestorven. Toch verraadt haar spel wel degelijk grote diepte. Ze zegt met besliste stem: ,,Ik was al vroeg getrouwd, had kinderen. Voor mij zijn de puurheid en zuiverheid van toneel, het spelen van rollen, het enige dat telt.''

Ze mocht twee keer de Theo d'Or in ontvangst nemen, ook al een bijzonderheid. Ze kreeg de onderscheiding voor Elektra en de rol van de innerlijk verscheurde koningin Christina van Zweden in De Troonsafstand van Ruth Wolff. Sinds 1994 is ze, als draagster van de Theo Mann-Bouwmeester-ring, de koningin van het Nederlandse toneel. Zij ontving hem uit handen van Annet Nieuwenhuyzen. Bij Blankers ligt de taak de ring aan een talent met wie ze verwantschap voelt door te geven. ,,Het lijkt me mooi'', zegt ze, ,,de ring over te dragen als ik officieel met pensioen ga, dat duurt nog even. Gelukkig maar. Het zal moeilijk zijn voldoende voorstellingen te zien, want ik sta zo vaak 's avonds zelf op het toneel. Evenmin zal het meevallen een actrice te vinden die het vak in de breedte beoefent. Ik heb altijd alle stijlen gespeeld, dat is geweldig fijn, ik zou willen zeggen: een eer. Naast dragende rollen zoals Hedda Gabler, Elektra en Nina in De Meeuw van Tsjechov, trad ik in het lichtere genre op, de salonschetsen en blijspelen van de Haagse Comedie. Bovendien deed ik als Riekje in 1978 mijn eerste vrije productie, Een dag uit de dood van Verdomde Loewietje van Peter Nichols.''

Cabaretesk

Hoewel Blankers zegt elk personage geheel vanuit de tekst op te bouwen, kwam de rol van Riekje heel dichtbij. Ze was moeder van een gehandicapt kind, ze zegt: ,,Dankzij Jeroen Krabbé kreeg ik dit stuk onder ogen. Het pijnlijke toeval wilde dat mijn man en ik juist een dochter hadden gekregen, Marjolijn, die het syndroom van Down had. Afgelopen zomer is zij overleden. Ze was 32 jaar. Dat is nog redelijk oud. Veel mongooltjes hebben een zwak hart. Marjolijn had dat ook. Ik wilde graag de rol van moeder spelen. Als iemand het zou kunnen, dan ik. Dat ik bekend was met de omstandigheden kon me helpen. Ik zag, in de schoolbus, ook de andere kinderen, sommigen die zichzelf almaar voor hun hoofd sloegen bijvoorbeeld. Het is een scherpzinnig, soms cabaretesk en navrant stuk. Nichols trekt flink van leer tegen hulpverleners, artsen en dominees.

,,In die tijd had je nog vaak een nabespreking. Eens stond er een man in de zaal op en hij vroeg met geaffecteerde stem: `Moet dat nu zo?' `Ja,' hoorden we ergens anders uit de zaal. `Dat moet zo, want het is zo.' Iemand met ervaring. Naderhand kreeg ik stapels brieven van mensen die me om raad vroegen. Het is een zinvol stuk.''

Na de HBS in Rotterdam ging Anne-Wil Blankers niet naar de toneelschool. Ze volgde een opleiding bij Schoevers en werd secretaresse; dat leek haar een verantwoorde levensvervulling: ,,Ik heb er nooit over gedacht actrice als beroep te kiezen. Mijn liefde voor toneel ging niet verder dan het declameren van gedichten en het meedoen aan de jaarlijkse theateruitvoering op school. Een vriend van mijn vader, Steye van Brandenberg van het Rotterdams Toneel, regisseerde amateurtoneel. Op een keer hadden ze een jong meisje nodig voor een kleine rol. Ik speelde in drie stukken. Kort daarop raadde Van Brandenberg me aan om naar de toneelacademie in Maastricht te gaan. Ik deed toelatingsexamen en mocht komen. Ik steunde op de zekerheid dat ik wel een baan zou vinden, als het mis mocht gaan. Twinset, parelkettinkje en strakke rok hield ik achter de hand. Eenmaal op de academie raakte ik verslaafd.''

Handen

Zij prijst zich gelukkig dat Maastricht eertijds een gedegen, technische opleiding bood. Hoeveel stormen er in de tijdspanne dat Blankers verbonden is aan het theater ook door het bestel zijn gegaan, het is alsof alles langs haar heen woedde en haar onberoerd liet. Net als haar verschijning en gezicht, die het tijdloze in zich dragen. Ze gebaart veel met haar handen. Vingertoppen raken de zijkant van haar hoofd aan, zonder die te ondersteunen. Al pratend beweegt ze zich liever staande dan leunend in de kussens van een stoel. Ze speelt een scène uit Vogels voor. Daarin slaat ze een arm om Linda heen, de vrouw die bij haar is komen wonen. In een eerste impuls, tijdens de repetitie, legt ook Linda, gespeeld door Hymke de Vries, haar arm om Jozefine heen. Blankers beeldt de scène uit, zegt: ,,Dat moest toch niet, want dan geef je te veel prijs. Met die tweede aanraking verklap je wat er later allemaal kan gebeuren. Minder is vaak beter. Ik zoek tegenkleuren in het spel. Op het moment dat Linda voorzichtig begint over samen slapen en seks met zijn tweeën, draai ik haar haarlokken in van die wijd uitstaande vlechtjes als van Pippi Langkous. Dat is een mooi contrast: Pippi tegenover de erotiek. Het stuk maakt veel los bij mensen. Die verschuivende liefdesverhoudingen tussen jong en oud, vrouw en meisje, jongeman en jong meisje boeien de toeschouwers. Na afloop kwam een vrouw naar ons toe die zei: `Nou, dat zou ik ook weleens willen, zo'n opwindend bestaan.'''

Het geheim van Blankers' acteertalent is niet eenvoudig te achterhalen. Ze beschikt over een rijke stem die zinnen als melodielijnen maakt, getemperd door een ingehouden vorm van melancholie. Met ogenschijnlijk dezelfde volmaakte souplesse speelt ze de furieuze, op bloed beluste Elektra, vertolkt ze de spannende, uitdagende rol van Shirley Valentine, een 47-jarige vrouw die op een Grieks eiland een nieuw leven wil beginnen en, natuurlijk, de glansrol van de laatste jaren, die van koningin Wilhelmina in het toneelstuk Je Maintiendrai (1998) van Ton Vorstenbosch. Op de salontafel ligt nog altijd een boek over haar. ,,Ik raakte geboeid door haar eenzaamheid, haar gedrevenheid en haar melancholie'', zegt ze. ,,Ik bestudeerde foto's en probeerde te zien en te begrijpen hoe ze gedacht en gevoeld moet hebben. Een vrouw gevangen in een web van protocollen en conventies, strak omsloten door een mannenwereld. Toeschouwers meenden in mij de personificatie van Wilhelmina te zien. Toch was dat niet zo. Ik lijk in die rol niet op haar, eerder op mijn grootmoeder. Ik zie het anders: ikzelf stond voor Wilhelmina, zij eclipseerde achter mij. Eigenlijk was het heel eenvoudig. Ik nam de loop aan van een wat dikke vrouw, bij wie de dijen langs elkaar schuren. Dan ga je schommelend lopen. Ik droeg haar mantelpak en jurken, die iedereen van foto's kent. Zo ontstond haar silhouet. Ik droeg een pruik met haar eenvoudige haardracht. Een bontmantel en een vos completeerden het beeld. Ik hoefde eigenlijk niets anders meer te doen dan de woordjes te zeggen.''

Blankers leerde op de academie dat de tekst heilig is: ,,Ik ga altijd van de tekst uit. Ik ben geen voorstander van improviseren, dan maak je een nieuw stuk terwijl dat niet mijn opdracht is. Ik ben acteur, geen auteur, dat is een andere kwaliteit. Ik ben ervoor bestaande rollen te spelen, iedere avond met dezelfde woorden. Dat moeten we toch doen? Toch is techniek niet het belangrijkste. Na geruime tijd laat je die achter je, moet je het weggooien. Een timmerman moet kennis hebben van houtsoorten, waar de knoesten zitten. Dat is een voorwaarde voor zijn werk, maar niet het enige. In Maastricht kreeg je les in dramaturgie. Met alle schrijvers van de wereldliteratuur maakte je diepgaand kennis. Tsjechov, Ibsen, Goldoni, Shakespeare en de Griekse tragedieschrijvers werden ontrafeld. Oefeningen in dictie waren belangrijk. Helaas is dat nu voor jonge studenten veranderd.''

Ko van Dijk

Haar allereerste rol na haar opleiding was die van dienstmeisje. Tegen Myra Ward, hoogstaande actrice van de Haagse Comedie, moest ze zeggen: ,,Goedemorgen, mevrouw.'' Daarna speelde ze een van de drie heksen in Macbeth. Vervolgens kwam een grote invitatie: regisseur Paul Steenbergen zocht een jong meisje als Desdemona in Othello. Daar stond ze op haar drieëntwintigste in de Koninklijke Schouwburg met Ko van Dijk als Othello en Paul Steenbergen als Jago. ,,Ik herinner me nog goed'', vertelt ze met iets toegeknepen ogen alsof ze de scène weer voor zich ziet, ,,dat ik op de grond lig of kniel en dat Van Dijk een lange monoloog houdt over hoe ik, dat overspelige wicht, nu toch zoiets kon doen. Die monoloog duurde en duurde. Hij spreidde zijn armen dreigend boven me. Desdemona was helemaal onschuldig, daarvan was ik overtuigd. Ze wist echt niet waar hij het over had en waarom hij haar wilde verstoten, en zelfs vermoorden. Om die lange tijd al luisterend in te vullen, dacht ik alleen maar: `O, nu kan ik die grote zwarte man nooit meer in mijn armen sluiten.'''

,,Het vinden van een stijl, een sfeer, denkend vanuit de tekst, is het moeilijkst. Wat doet je lichaam, hoe ontstaat de juiste timing, de meest vertellende intonatie. Wanneer Jozefine tegen de jonge vriendin van haar ex-man zegt `Je bent ouder dan ik dacht', moet die zin meteen aankomen en meer zeggen dan de veronderstelde leeftijd. Als de zaal die boodschap herkent, ontstaat de sensatie van verbondenheid. Het mag niet al te flauw klinken, maar ik vind dat theater de toeschouwers aan het denken moet zetten. Dat ze 's avonds na thuiskomst nog over de voorstelling praten. Dat kan door het stuk komen, maar ook door wat je toevoegt. Je kunt dat bereiken door aan het personage een onverwachte, raadselachtige wending te geven. In Het Huis van Bernarda Alba van Lorca speelde ik een harde, gemene moeder met een strak getrokken gezicht. Dat stuk is zeer eenduidig geschreven. Wanneer een van mijn dochters op schoot komt zitten, maak ik in een kort teder gebaar duidelijk dat Bernarda Alba naar liefde en warmte verlangt. Hierdoor kan de toeschouwer haar kwetsbaarheid vermoeden. Zoiets is belangrijk, die tegenstelling in de kleuring van het personage geeft aan haar iets complex, waardoor de aandacht gevangen blijft.

,,Bij het Publiekstheater met Elektra kreeg ik plezier in vuiler, lelijker spelen. Ik vond dat fascinerend, blijk dus ook lelijkheid mooi te vinden. Ik had zwarte lappen als kostumering, zag er niet uit. Mijn plastiek was verre van elegant. Ik krijste de hele voorstelling door en mijn haar was kortgeknipt. Lelijk kan zo mooi zijn. En dat alles zo sober en eenvoudig mogelijk. Daar houd ik van. Niets opgeplakt. Die stijl bevrijdde me. Wanneer ik me in de kleedkamer voorbereid, wil ik graag rust en stilte. Soms maak ik een klein schilderij, dat doe ik graag. Of ik lees een boek. Het wonder van de transformatie van een gewone vrouw naar toneelpersonage heb ik het sterkst ervaren bij Wilhelmina. Mensen moesten huilen als wij zwaaien naar de bevrijdende vliegtuigen, die laag overscheren. Er klinkt het bekende aanzwellende en wegstervende geluid. Vooral Engelandvaarders raakten geëmotioneerd. Na de voorstelling was men in de foyer bijna teleurgesteld als ik in broek en trui een drankje kwam drinken. Ze willen graag een echte Wilhelmina zien, waar was zij nu? In hun herinnering leeft zij nog en door ons spel kwam de tijd van vroeger, die van de benarde oorlogsdagen, weer terug. Dat toneel zoiets kan oproepen maakt me gelukkig, ja.''

`Vogels' van Haye van der Heyden met o.m. Anne-Wil Blankers en Jules Hamel. Productie: Joop van den Ende. Tournee t/m 11/6. Website: www.musicals.nl.