Sint Piter en Hantsje Pik

De inwoners van Grou vieren vandaag Sint-Pitersdei, een variant op Sinterklaas. De Friese goedheiligman rijdt niet op een witte schimmel, maar op een Fries stamboekpaard. En zijn enige knecht heet Hantsje Pik.

Sinterklaas is er taboe. In het Friese Grou, halverwege Leeuwarden en Heerenveen, viert men Sint Piter. Hoewel deze kindervriend in veel opzichten familiegelijkenis met de goedheiligman uit Madrid vertoont, mag hij niet als diens tweelingbroer beschouwd worden.

Vroeger werd de feestdag van de heilige apostel Petrus (Cathedra Petri oftewel Sint Pieter-in-de-winter) op 22 februari in grote delen van het land uitbundig gevierd. Als beschermheilige van zeelieden en vissers genoot Sint Pieter vooral in de noordelijke kustgebieden grote populariteit. Met een groot feest, waarbij vreugdevuren werden ontstoken, werd afscheid van de winter genomen. Vanaf deze datum zouden de vissers weer voor het eerst het ruime sop kiezen. Na een lange winter van nietsdoen kon er weer gevaren en gevist worden. Daarbij was de morele steun van hun patroonheilige welkom.

Bij de viering van dit feest vloeide de drank rijkelijk. Het bijna onvermijdelijke gevolg was dat het feest, tevens een termijndag voor betalingen, geregeld uit de hand liep. Notabelen en meer verlichte geesten in Friesland begonnen zich aan deze uitspattingen te storen en mede door hun toedoen boette het Sint-Pietersfeest aan betekenis in.

In Grou heeft het feest zich gehandhaafd. Voor een deel zal dit te maken hebben gehad met de – althans in de negentiende eeuw – geïsoleerde ligging van deze aan het Pikmeer gelegen plaats. Dat de uit de twaalfde eeuw daterende kerk in Grou aan Sint Piter is gewijd, zal ook aan de populariteit hebben bijgedragen.

De negentiende-eeuwse viering van Sint Piter vertoonde maar weinig gelijkenis met het huidige feest. De patroonheilige zag er niet uit als een bisschop, maar als een angstaanjagende figuur die gehuld in een duffelse mantel, met een ketting aan de voeten, op de vooravond van zijn feest door de straten van Grou sjokte. Zijn jas was behangen met snoep en fruit. Daar waar de deur op een kier stond en Sint Piter naar binnen ging, mochten de kinderen – mits van onbesproken gedrag – wat lekkers van zijn jas plukken.

Vanaf 1903 veranderde het karakter van het feest ingrijpend. In dat jaar werd de uit Noord-Brabant afkomstige Riek Jansen in Grou als kleuterjuffrouw aangesteld. Zij was verbijsterd dat er geen Sinterklaas gevierd werd en wilde dit gemis, binnen de plaatselijke context, opvangen. Door haar toedoen onderging Sint Piter een metamorfose en vertoonde hij na verloop van tijd een sterke gelijkenis met de goedheiligman. Sint Piter kreeg een mijter, een staf en niet te vergeten een witte baard. Maar verschil moet er zijn: vandaar de witte tabberd om de schouder. Toen na verloop van tijd Sint Piter plechtig werd ingehaald, reed hij niet rond op een witte schimmel, maar uiteraard op een Fries stamboekpaard.

Na de transformatie van boeman tot kindervriend, werd de aanwezigheid van Sint Piter in Grou steeds verlengd. Aanvankelijk verscheen hij alleen maar tijdens een openbare les op de bewaarschool. Later kwam hij aan met de boot en werd hij feestelijk bij de Kade ingehaald. Als dit door ijsgang onmogelijk was, arriveerde hij met een arrenslee.

Sinds het midden van de jaren zeventig is de datum van aankomst bepaald op de zaterdag vóór 21 februari, zodat Sint Piter, vergezeld van één zwarte knecht (Hantsje Pik), ruim de tijd heeft om de peuters, kleuters en schoolkinderen met een bezoek te vereren. Wat dit betreft lijkt het feest in Grou sterk op het Sinterklaasfeest. Er is echter een belangrijk verschil. Waar Sinterklaas als een dief in de nacht op 6 december verdwijnt, wordt Sint Piter op 21 februari – aan de vooravond van zijn eigenlijke feestdag – steevast feestelijk uitgeleide gedaan. Rond half zes in de avond verzamelen de Grousters zich nabij It Grien en wordt Sint Piter met een ballonnenwedstrijd uitgezwaaid.

De huidige viering van het Sint-Piterfeest is welbeschouwd een schoolvoorbeeld van een uitgevonden traditie. De organisatoren hebben er echter geen moeite mee de oorsprong ervan terug te voeren tot mythische, voorchristelijke tijden. Met de komst van Bonifatius en de zijnen in Friesland zouden de heidense lentefeesten voortaan gevierd worden ter ere van Sint Piter.

Even gedreven als men is om de wortels in een duister verleden te leggen, zo fanatiek is het Sint-Pitercomité doende om de toekomst van het feest veilig te stellen. Ondanks de volledige medewerking van de scholen, waar Sinterklaas persona non grata is, wordt er toch voorzichtig aan de poten van de zetel van Petrus geknaagd. Het grootste deel van de plaatselijke middenstand heeft tot nu toe nog het Sinterklaasfeest genegeerd. Maar met de groei van Grou en de versteviging van haar positie als regionaal verzorgingscentrum, openden ook landelijke winkelketens hier hun filialen. Vorig jaar had Blokker al voorzichtig, achter in de winkel, een Sinterklaashoekje ingericht.

Maar het is onwaarschijnlijk dat de `echte' Sint, na enkele hardnekkige zwartekousenbolwerken, ook deze laatste witte vlek op zijn Nederlandse folklorekaart voor zich zal opeisen. Juist het onbetwiste bestaan van Sinterklaas biedt de Grousters een unieke gelegenheid om wat datum en viering betreft geheel eigen accenten te plaatsen die identiteit en plaatsgebondenheid markeren. Of, zoals de kinderen er zingen: ,,Ien-en-tweintich febrewaris, is de grutte dei fan Grou. Moarns betiid al stiet de flagge, op it âlde tsjerkgebou. Mei de trein en mei de auto komme minsken der op ta, wand âld-Grousters wolle grif har part ek fan de wille ha.''