'Segregatie? Geduld a.u.b.'

Spreiding van allochtone leerlingen om de segregatie tegen te gaan, werkt niet, bleek uit onderzoek. Deskundige Gerard Smink verwijt de politiek teveel ongeduld op dit punt.

In theorie, zegt Gerard Smink, is er niet veel mis met spreiding van allochtone leerlingen. "Het is heel verdedigbaar dat gemeenten iets proberen te doen aan de segregatie in het onderwijs." Onderzoeker Smink, vorig jaar afgezwaaid als directeur van het onderwijsbureau Sardes, geeft gemeenten advies over de aanpak van segregatie. "De onrust over de segregatie in het onderwijs groeit, dus komen ze met radicale oplossingen."

Maar het effect van spreidingsbeleid is minimaal, bleek uit onderzoek van deze krant. Zeven gemeenten probeerden het, in zes daarvan was de segregatie op de scholen niet verminderd. De zwarte scholen – scholen die voor meer dan de helft uit achterstandsleerlingen bestaan – bleven zwart. En de ouders van autochtone kinderen blijven hun kind naar scholen in de buitenwijken sturen, waar geen allochtone kinderen naar school gaan.

De zeven gemeenten – Zaanstad, Amersfoort, Gouda, Doesburg, Driebergen-Rijsenburg, Amersfoort en Tiel – sloten convenanten met schoolbesturen, waarin zij afspraken maakten om de allochtone leerlingen eerlijker over de stad te verdelen. Dit alles moest wel vrijwillig, want ouders kunnen niet gedwongen worden een school te kiezen. Alleen de gemeente Tiel heeft de segregatie tot nu toe een halt toegeroepen.

Smink heeft – in tegenstelling tot veel politici – nooit in spreiding geloofd. "Steeds als een gemeente mij om advies vraagt, zeg ik: niet doen. Gemeenten steken er vaak enorm veel energie in. Ze gaan enthousiast met schoolbesturen rond de tafel zitten en maken ambitieuze afspraken. Maar de praktijk is weerbarstig. Er kleven gewoonte veel bezwaren aan en het effect is minimaal."

Waarom werkt spreiden niet?

"De afspraken met scholen en ouders worden altijd op vrijwillige basis gemaakt. De gemeenten die spreiden, slagen er alleen niet in individuele ouders te overtuigen van het maatschappelijk belang van gemengde scholen. Bovendien werken de scholen lang niet altijd mee.

"Ander probleem is de school. Bijzondere scholen mogen kinderen weigeren, maar de belangrijkste oorzaak is dat scholen in wijken elkaars concurrenten zijn. Het is dus heel moeilijk om ze afspraken te laten maken. Sommige scholen doen formeel wel mee met spreiden, maar profileren zich in de praktijk als wit. Ze proberen toch een bepaalde groep ouders aan te spreken. Scholen lopen het risico dat ze minder interessant worden voor hun traditionele doelgroep als de leerlingen van kleur gaan verschieten.

"In Gouda is het op die manier misgegaan. De schoolbesturen spraken een bepaald percentage allochtone kinderen per school af, de gemeente leverde bussen om de kinderen van de ene wijk naar de andere te vervoeren. Na enkele jaren waren er veel meer allochtone kinderen dan verwacht, waarop de bijzondere scholen weigerden nog meer allochtonen op te nemen. Het systeem klapte vervolgens in elkaar."

Waarom blijven gemeenten het dan toch proberen?

"Met name de kleine en middelgrote gemeenten maken zich grote zorgen over desegregatie. Scholen met allochtone kinderen trekken er alleen maar méér en witte scholen worden witter. Bovendien leren ze niet altijd van elkaars fouten. Gemeenten moeten meer van elkaars succes en fouten leren. Arnhem spreidt niet, maar is er wel in geslaagd om de vorming van zwarte scholen binnen de perken te houden door veel geld te steken in scholen in achterstandswijken. Die scholen blijven heel aantrekkelijk voor autochtone ouders."

Zou gedwongen spreiding, zoals multicultureel instituut Forum bepleit, niet veel beter zijn? Vrijwilligheid leidt kennelijk tot vrijblijvendheid.

"Dat past niet in het Nederlandse onderwijsbestel. Ouders hebben niet alleen het recht om zelf een school te kiezen, maar volgens mij heeft spreiden alleen zin als ouders ook overtuigd zijn van het nut van gemengde scholen. Amsterdam voert nu een postcodebeleid, waarbij ouders alleen een school in hun eigen postcodegebied mogen kiezen. Volgens mij werkt dat niet. Bovendien vraag ik mij af of dat wel mág, omdat de overheid ouders niet dwingend een school kan opleggen. Als ooit een ouder dit voor de rechter aanvecht, zou hij zeker niet kansloos zijn."

Maar moeten gemeenten dan machteloos toezien hoe de segregatie toeneemt?

"Er zijn wel oplossingen, maar vooral op de lange termijn. Gemeenten kunnen beter hun energie steken in het gemengd houden van buurten. En zorg dat er een sportveld staat en een bibliotheek. Daarbij moet de overheid er alles aan doen om de kwaliteit van scholen in achterstandsbuurten te verbeteren. Als het onderwijs daar goed is, worden die scholen weer aantrekkelijk voor autochtone ouders. De overheid moet leraren die in achterstandswijken lesgeven extra belonen. Minister Van der Hoeven heeft zich daar onlangs ook voor uitgesproken."

Maar dat duurt allemaal te lang, zeggen voorstanders van spreiding. Het probleem moet snel aangepakt worden, vinden zij. Wethouder Heijnen van Den Haag bijvoorbeeld wil het aantal leerlingen van één etnische minderheid aan een maximum binden. En SP- leider Marijnissen wil een gedwongen spreiding invoeren.

"In die radicale oplossingen geloof ik niet. In Vlaanderen zijn daar experimenten mee gedaan. Veel scholen hanteerden een strikt maximum aan allochtone leerlingen en plaatsten Turkse of Marokkaanse leerlingen op een wachtlijst. Dat leidde binnen de kortste keren tot grote spanningen en irritaties bij de etnische minderheden, omdat ze bot geweigerd werden op school. Ik geloof niet dat de integratie daarmee geholpen is."