Pelgrim na het geloof

Wie een boek schrijft over een reis naar Rome, moet van goeden huize komen. Het is al zo vaak gedaan. Luc Devoldere, hoofdredacteur en afgevaardigd bestuurder van Ons Erfdeel, heeft in De verloren weg de Via Francigena als leidraad gekozen, een onlangs herontdekte middeleeuwse pelgrimsroute die werd vastgelegd door Sigeric, aartsbisschop van Canterbury in de tiende eeuw. Waarom juist deze route, dat is mij niet helemaal duidelijk geworden. Maar het gevolg is wel dat Devoldere niet in Vlaanderen vertrekt, maar in het Britse Canterbury, waar we onder meer vergast worden op het bekende relaas van de moord op Thomas Becket, Sigerics opvolger in de twaalfde eeuw.

Interessanter is de inzet van de voorgenomen pelgrimage, die in het eerste hoofdstuk uit de doeken wordt gedaan. Devoldere beschouwt zichzelf als een `postkatholiek', dat wil zeggen: hij heeft nog `voeling met die traditie zonder zich er bezwaard door te voelen'. Het geloof is voor hem zoiets als een `jas', die hij ooit heeft uitgetrokken, maar die hij desgewenst ook weer aan zou kunnen trekken. Onderweg wil hij nagaan hoe het gesteld is met de `aftakeling van het Europese katholicisme'. Niet uit leedvermaak, maar uit verbazing over de snelheid van de aftakeling: `Een hele cultuur kwam knarsend tot stilstand, rituelen werden hol en rasters en codes verdwenen. Het gebeurde geruisloos en was hallucinant, het leek gewoon en was verbijsterend'.

Ik ben het helemaal met hem eens, en zou er graag iets intelligents over willen lezen, geschreven door iemand die het zich aantrekt, uit eigen ondervinding weet waar hij het over heeft, en toch voldoende afstand bewaart. Devoldere lijkt geknipt voor dit karwei, maar op weg naar Rome (of thuis aan de schrijftafel) moet er iets mis zijn gegaan. Want in weerwil van de veelbelovende inzet is De verloren weg niet meer dan een goed geschreven, sympathiek reisverhaal geworden, genre Cees Nooteboom: vol erudiete verwijzingen, interessante artistieke aperçus, parafrases van beroemde voorgangers (Goethe, Montaigne) en een willekeurige reeks anekdotes, zoals iedereen die van een geslaagde vakantie pleegt over te houden.

De aangekondigde inzet duikt slechts af en toe even op, bijvoorbeeld in Reims, waar Devoldere zich voorneemt om in `participerende observatie' een mis bij te wonen en dan pardoes de collecte-schaal in handen krijgt geduwd. Of hij er maar mee wil rondgaan. Alle sociologische distantie verdwijnt op slag, en als er ook nog mooi gezongen wordt, is onze postkatholiek weer even helemaal thuis. Veel meer dan het geloof, lijkt het de esthetiek te zijn die hem al dan niet als een `jas' bindt aan de katholieke wereld van weleer.

Een beetje vreemd, tenzij er jaloezie in het spel zou zijn, is daarom Devoldere's insinuatie dat het `neokatholieken', zeg maar bekeerlingen, vooral om de `esthetiek van het katholicisme' te doen zou zijn. Wat kan daar tegen zijn? Aan de andere kant constateert hij juist het verdwijnen van die traditionele esthetiek. De kerk wil immers bij de tijd blijven. Hoe zit het nu? Devoldere gaat er niet op door, maar de passage is wèl een mooi voorbeeld van het soort reflecties (liefst nog wat borender en minder behoedzaam ten opzichte van de eigen persoon) waarmee dit reisverhaal aan belang zou kunnen winnen.

Helaas blijven ze hoogst zeldzaam. Ook de fraaie lofzang op het Romeinse Pantheon, die het boek afsluit, kan hun gemis niet goedmaken. Voor Devoldere is het Pantheon de `tempel van alle goden', waar `christendom en heidendom elkaar kunnen verdragen' – net als in zijn eigen hoofd (Devoldere is van huis uit classicus), ben je geneigd te zeggen.

Ergens maakt Devoldere gewag van de twee `spirituele tradities over reizen', die Europa zou kennen. De ene zingt de lof van de instabilitas, de permanente beschikbaarheid, het rusteloos rondtrekken; de andere zingt de lof van het `op één plaats zijn', waarbij enkel wordt gereisd door de geest. In De verloren weg heeft Luc Devoldere, zoals de meeste schrijvers van reisliteratuur, de eerste traditie gevolgd. Misschien kan hij zich hierna eens aan de andere traditie wagen en een `spiritueel' reisboek schrijven, waarin aan alles wat nu in de haast is blijven liggen alsnog de passende aandacht wordt geschonken.

Luc Devoldere: De verloren weg. Van Canterbury naar Rome. Atlas. 237 blz. €18,50