Niemand gelooft er meer in

De Franse journaliste Anne Nivat ging alleen met een gids aan de slag in Tsjetsjenië, dat totaal ontwricht is door guerrilla en terreur. Het resultaat is een verbijsterend boek over de verwoestingen van de moderne oorlog.

Met een oorlog in Irak in het verschiet denkt iedere journalist wel eens na over de vraag of hij of zij naar het strijdperk zou trekken als hem de opdracht zou worden gegeven. De overgrote meerderheid zal in zijn loopbaan nooit een oorlogssituatie meemaken, maar er is een harde kern van verslaggevers die aan den lijve hebben ondervonden wat doodsangst is. Sommigen raakten er toevallig in verzeild, omdat er een oorlog uitbrak in de regio onder hun beheer. Anderen gaan omdat ze vinden dat ze hun verantwoordelijkheid niet mogen ontlopen. Weer anderen voelen het als een heilige missie, omdat uit naam van hun land oorlogsmisdaden worden begaan. Er zijn er ook die eraan verslaafd zijn geraakt.

Als journalisten een oorlog verslaan, lopen ze gevaar, net als ieder ander. Maar journalisten zijn geen militairen en gaan dus meestal betrekkelijk onbeschermd op pad. Sterker nog, hoe beter zij zich middels kogelvrije vesten of armoured vehicles beschermen tegen aanvallen, des te meer ze gaan lijken op een van de strijdende partijen, wat weer nieuwe gevaren met zich meebrengt. Hoe wapent een journalist zich tegen de oorlog? Op deze krant kwam vorige maand een collega die al voor heel wat hete vuren gestaan heeft verslag uitbrengen van een cursus oorlogsverslaggeving die hij in de heuvels van Zuid-Wales had gevolgd bij de Engelse elitetroepen SAS (Special Air Services). Een beetje oorlogscorrespondent moet, volgens de SAS, ingrijpende EHBO kunnen plegen, uitgebreide kennis hebben van wapentuig, verstand hebben van chemische oorlogsvoering, beschikken over gedegen informatie over het strijdtoneel en de strijdende partijen en in een ogenblik een sluitende risicoanalyse kunnen maken. Les één: risico's zijn niet uit te sluiten, maar wel te vermijden. Oorlog blijft onvoorspelbaar.

Voorbeelden? Wie bij een Servische wegversperring komt en de Serviërs doen lastig, grijpt de mobiele telefoon en meldt direct waar hij is. Dat heeft twee doelen: hij informeert het thuisfront èn intimideert de Serviërs, die nu weten dat derden op de hoogte zijn. Of: als een Tsjetsjeense rebel je krijgsgevangen wil maken, kijk even of zijn AK 47 op de veiligheidspal staat of niet. Zo ja, maak dat je wegkomt: voor hij hem ontgrendeld heeft, kun je het vege lijf redden. Zo nee, geef je over en hoop er het beste van. De conclusie van onze collega was dat hij, na tien jaar frontervaring, pas nu begreep welke risico's hij al die tijd had gelopen. Het merendeel van de deelnemers aan de peperdure cursus van de SAS waren verslaggevers van CNN, die zich opmaakten voor de oorlog tegen Irak.

Brandhaard

Anne Nivat (33) heeft overduidelijk geen cursus van de SAS gevolgd. Zij valt in de eerste categorie: ze was freelance journalist voor de Franse krant Libération in Moskou. Tsjetsjenië maakt nog steeds deel uit van Rusland, en dus vond zij het niet meer dan normaal dat ze die brandhaard bezocht. Er zijn niet veel Moskouse correspondenten die haar dat nadoen, al was het maar door het levensgrote gevaar gekidnapt te worden door Tsjetsjenen die grote sommen losgeld eisen.

Nivat was in Tsjetsjenië van september 1999 tot de val van de hoofdstad Grozny in februari 2000. Niet veel mensen realiseren zich dat Tsjetsjenië maar 20.000 vierkante kilometer groot is, de helft van Nederland. Dat kleine stukje grond tart nu al meer dan tien jaar lang het grootste land van de wereld. In en rond Tsjetsjenië zijn tachtigduizend Russische soldaten gelegerd, die verzeild zijn geraakt in een moeras waaruit geen weg terug meer is. Een deel van Tsjetsjenië is in Russische handen, maar in het zuiden, in de Kaukasische bergen, zijn de opstandelingen de baas.

In het begin van Het Tsjetsjeens labyrint verbaas je je over de nonchalance waarmee Nivat op pad gaat. Ze reist uitsluitend met een lange zwarte rok over haar spijkerbroek, soms een sjaal om het hoofd, haar sateliettelefoon, fototoestel en notitieblokjes verborgen onder haar kleren. Haar gids is Islam, een Tsjetsjeense bojevik (strijder) die garant staat voor haar veiligheid. Dat is alles.

Nivat slaagt er goed in duidelijk te maken hoe de oorlog het kleine volk verscheurt. Er zijn Tsjetsjenen die gewoon willen dat alles weer wordt als vroeger: een vredig Tsjetsjenië dat onderdeel is van Rusland. Er zijn er die noodgedwongen en zonder overtuiging de kant van de Russen hebben gekozen. Je hebt de separatisten van de ooit door Jeltsin erkende president Aslan Maschadov, die inmiddels voortvluchtig is en streeft naar totale onafhankelijkheid. En tenslotte heb je de wahabieten, de fundamentalistische moslims, die eigenlijk door de meeste andere Tsjetsjenen gehaat worden als degenen die de oorlog laten voortduren. Nivat spreekt met allen, ook met de wahabieten in de ondoordringbare bossen in de bergen. Zij weet verdraaid goed hoe gevaarlijk dat is. Als ze met Islam uit de bergen terugkeert, vertelt die haar dat de opstandelingen haar eigenlijk hadden willen houden, maar een vete met zijn clan niet wilden riskeren. Ze registreert het emotieloos. Soms lijkt het of ze zich met opperste naïviteit door dit totaal wetteloze gebied beweegt, maar ze observeert scherp en verhult haar angst niet, zonder daar larmoyant over te doen.

In februari 2000 besluit ze naar het belegerde Grozny te gaan. Via talloze omwegen belandt ze in Alchan-Kala en juist op het moment dat ze te voet naar Grozny wil vertrekken, wordt het dorpje, dat zich in `bevrijd', lees Russisch gebied bevindt, overstroomd door een paar duizend gewonde strijders die uit Grozny zijn gevlucht. De stad is opgegeven. De strijders brengen daarmee het hele dorp in gevaar, want de Russen zullen genadeloos wraak nemen. Als Nivat hoort dat een van de meest gezochte rebellenleiders Sjamil Basajev, berucht sinds de bloedige gijzelingsactie in Boedjonnovsk in 1995, onder de gewonden in het kleine dorpshospitaaltje is, gaat ze naar hem op zoek. Ze ruikt nieuws. Anderhalf uur doorzoekt ze het lazaret, het zijn taferelen uit de Eerste Wereldoorlog. Ze vindt hem op de operatietafel, terwijl de artsen zich opmaken zijn verbrijzelde voet bij de enkel af te zagen. Ik vrees dat de wereld van dit nieuws niet onder de indruk was.

Granaten

Dan volgt het meest verbijsterende deel van het boek. De Russische vliegtuigen komen. Vier uur lang zit Nivat bij haar Tsjetsjeense kennissen thuis terwijl de granaten onophoudelijk rond het huis inslaan. Het is de hel. `Door een krachtige schokgolf glijd ik van de divan waar ik stijf rechtop zat, met een lege blik en een droge mond. Bij de kachel merk ik dat de vloer warm is. Ik besluit op de grond te blijven zitten; het maakt hoe dan ook niets uit. Ik kijk naar de wijde, zwarte rok rond mijn dubbelgevouwen benen. Door angst bevangen zeg ik tegen mezelf dat ik, als er iets boven op ons valt, zo dicht bij de kachel waarvan het gele schijnsel me merkwaardig genoeg kalmeert, als eerste geroosterd zal worden en dat de scherpe hoeken van het staal me onmiddellijk zulen doorboren.' De volgende ochtend wordt de schade opgenomen. `Zodra het dag wordt, kruipen de bewoners de kelders uit, hun armen vol matrassen en dekens. Samen met Vacha ga ik voor het eerst in vierentwintig uur het huis uit. En constateer dat wij als door een wonder zijn gered. Het hele dorp ligt als het ware verstijfd in bloed en doodsangst. Alle huizen rond het onze zijn met de grond gelijkgemaakt. Overal rokend puin en stof. Een verpletterende constatering.'

Dat is nog niet het einde van de verschrikkingen: na de bombardementen volgen de zuiveringen van de Russen, die huis na huis doorzoeken. Opnieuw wordt Nivat gespaard: hun huis wordt overgeslagen. Nivat laat het cynisme van de oorlog genadeloos zien. Niet alleen de Tsjetsjenen gijzelen om geld, ook de onderbetaalde Russische soldaten doen mee aan de handel in levende en dode Tsjetsjenen. Er is nauwelijks een Rus te vinden die in de oorlog gelooft en de beide strijdende partijen kopen elkaar voortdurend om. Zo gaat het verhaal dat de Tsjetsjeense strijders de Russen omkochten om Grozny te kunnen verlaten.

Sinds Nivats verblijf in Tsjetsjenië is de situatie er niet beter op geworden. President Poetin wijkt niet voor terroristen en na de aanslagen op het World Trade Center van 11 september wordt hem door de Alliantie tegen het Terrorisme geen strobreed meer in de weg gelegd. Sinds de Tsjetsjeense wahabieten een heel Moskous theater gijzelden, is de wereld niet meer geïnteresseerd in de misdaden van het Russische leger in Tsjetsjenië, waar de gewone bevolking als altijd het slachtoffer van wordt.

Een legertje van vijfhonderd journalisten maakt zich inmiddels op om, officieel geaccrediteerd, beschermd en in het kielzog van de Amerikaanse soldaten, de oorlog tegen Irak te verslaan. Nivat deed het op haar eentje.

Anne Nivat: Het Tsjetsjeens labyrint. Vertaald door Henne van der Kooy. De Arbeiderspers, Oorlogsdomein nr. 9. 252 blz. €22,95