Met de winstversneller in zijn achteruit: pensioen in de kreukelzone

Het uur U nadert en het bewierookte Nederlandse pensioensysteem kraakt vervaarlijk. Over minder dan acht jaar gaan de eerste na-oorlogse babyboomers met pensioen. Dan begint de echte test of ons pensioenstelsel in de praktijk zo robuust is als in theorie. Gouden bergen of gapende gaten?

De voortekenen zijn niet bemoedigend.

Drie achtereenvolgende jaren van verliezen op aandelen, de favoriete belegging van de mondiale pensioenbeheerders, ondermijnen het vertrouwen in pensioensparen. Nederland behoort tot de weinige landen (Zwitserland, Verenigd Koninkrijk, VS) waar werknemers op grote schaal (gedwongen) sparen voor hun pensioen. Dat belegde kapitaal moet de oudedag betalen.

Aandelen zijn in dit systeem de impliciete winstversnellers. De verwachte extra rendementen op aandelen moeten pensioenen voor werkgevers en werknemers betaalbaar houden en ouderen later een aandeel in de groeiende welvaart geven. Maar de zandstorm op de financiële markten ontregelt de geoliede machine. Aandelen geven opeens geen extra positieve, maar extra negatieve opbrengsten.

,,Onze pensioenstelsels zijn niet berekend op jaren vol tegenvallende aandelenrendementen'', concludeerde topbelegger Alan Brown van State Street, een grote adviesfirma voor pensioenbeleggingen, vorige maand.

De Zwitserse overheid onderzoekt de houdbaarheid van het pensioenstelsel. Britse ondernemingen haasten zich om pensioenregelingen te staken die zijn gebaseerd op het laatst verdiende salaris (eindloon). Nieuwe werknemers krijgen pensioenen met meer keuzes en meer eigen risico.

In de VS zijn werkgevers in de jaren negentig massaal overgeschakeld op zulke `meeneem pensioenen'. Wie van baan verandert, neemt zijn pensioenkapitaal gewoon mee. Werknemers krijgen een vast bedrag dat zij zelf mogen beleggen. Zij lopen zelf het koersrisico op de beleggingen, niet hun baas. Mede daarom werken Amerikanen lang door, echt tot hun 65-ste.

In Nederland verlopen de veranderingen, als altijd, minder ruw. Maar ook hier geldt: pensioentaboes verdampen net zo rap als hoge beurskoersen. Eind 1998, een jaar voor de piek op de beurs, becijferde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat de pensioenfondsen samen een extra kapitaal van 65 miljard euro hadden opgebouwd dat uitging boven het bedrag dat nodig was voor pensioentoezeggingen plus een veiligheidsmarge. Die bonus voor volgende generaties is door het beursputje gespoeld.

Net als in de Angelsaksische regio woelen de werkgevers om verandering. Werknemers en gepensioneerden kijken vanzelfsprekend naar de baas om pensioenproblemen op te lossen. Het is de prijs van een paternalistisch systeem.

Werkgevers betalen het grootste deel van de (hogere) pensioenpremies. Zij worden op de schouder getikt om de tekorten van hun pensioenfonds aanzuiveren. En dat op een moment dat de economie hapert en aandeelhouders (deels diezelfde pensioenfondsen) op maatregelen hameren om winst en/of dividend op peil te houden. Ondernemingen met een pensioengat, zoals TPG en Akzo Nobel, riskeren een verlaging van hun kredietwaardigheid en van zakelijke expansiekansen.

Voorstellen die een paar jaar geleden nog op njet stuitten, lijken nu opeens een gouden greep. Toen het links-liberale kabinet in 1996 met plannen kwam om de pensioenen op basis van het gemiddeld verdiende salaris (middelloon) fiscaal te begunstigen, was het huis te klein. Nu koerst de overheid, Nederlands grootste werkgever, zelf af op middelloon bij zijn pensioenfonds ABP, waarbij een miljoen werknemers zijn aangesloten. In de bestaande regeling staat het laatst verdiende salaris (eindloon) centraal. De overheid volgt andere grote werkgevers als Rabobank, Philips, Ahold en de metalektro-branche.

De ambtelijke molens draaiden ditmaal snel. In zijn nieuwjaarsartikel in het blad ESB pleitte de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken, J. Oosterwijk, al onverbloemd voor middelloon. De ambtelijke commissie van economische beleidsmakers, waarin hij zit, heeft de informateurs diverse oplossingen aangedragen om de pensioenlast niet hoger te laten oplopen. Langer doorwerken, pre-pensioen ontmoedigen.

Oude barrières zijn weggevallen. Abvakabo FNV schrapte bijvoorbeeld afgelopen zomer op zijn congres zijn `traditionele' veto tegen middelloon.

Voor een vergrijzende samenleving als de Nederlandse is eindloon duur pensioen. Een werknemer die meer gaat verdienen krijgt niet alleen dit jaar pensioen over dat hogere salaris, maar alle voorgaande jaren moeten ook worden verhoogd. Bij een middelloon-pensioen hoeft alleen voor dit jaar het pensioen verhoogd te worden.

Hoe middelloon voor werknemers uitpakt, hangt helemaal af van de gekozen voorwaarden van de pensioenregeling. Daar zal de strijd tussen werkgever en werknemers de komende maanden om gaan. Voor de financiële positie van pensioenfondsen is middelloon geen reddingsboei. De nieuwe regeling geldt voor de toekomst, de gespaarde pensioenrechten blijven intact.

Maar ABP koestert wel verwachtingen. Het fonds moest, zoals iedereen in de pensioenwereld met een zwakke financiële positie, uiterlijk medio januari een herstelplan indienen bij de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK). Slechts een voorlopig plan is verstuurd. Het definitieve plan wacht op afronding van het overleg over onder meer ,,het ambitieniveau'' van de regeling, zoals ABP dat in zijn laatste kwartaalbericht noemt.

De klok tikt door. ABP heeft tot de zomer. Het uitstel van het definitieve plan onderstreept dat de PVK bij het toezicht het maatwerk levert dat de pensioenwereld zo graag wil. Maar het is een teken aan de wand dat juist het grootste Nederlandse pensioenfonds de soepele afspraken zo nodig heeft.