Meer aandacht voor de moslimwereld

Een serieuze oorlogsdreiging vereist behalve militaire opbouw ook een geloofwaardig mediaoffensief. Gewild of ongewild gaat een krant daar een eind in mee, omdat een mogelijke oorlog om Irak nu eenmaal groot nieuws is. Hoe begrijpelijk ook, dat mag niet leiden tot eenzijdige presentatie van de `feiten'.

Wanneer chef-wapeninspecteur Hans Blix op 14 februari zijn rapport aan de Veiligheidsraad uitbrengt, kopt NRC Handelsblad de volgende dag dat `de VN ernstig verdeeld' zijn, dat `Powell Irak nog enkele weken de tijd geeft' en dat `het woord aan president Bush' is.

Natuurlijk is er in het bericht en de daarop volgende nieuwsanalyse ook aandacht voor Franse, Chinese, Duitse en zelfs Irakese tegengeluiden, maar de koppen zetten de toon. Vooral `verdeeldheid' lijkt heel erg, zelfs neutraliteit is verdacht.

Voor het contrast is het aardig naar buitenlandse kranten te kijken. De Standaard: `Verenigde Naties remmen Amerika af'. The Times: `US and Britain alone'. En Le Monde concludeert dat een meerderheid in de Veiligheidsraad het Franse voorstel om de inspecteurs meer tijd te geven steunt. Verder een overzicht waaruit blijkt dat de overgrote meerderheid van de Europeanen zich tegen oorlog op dat moment verzet.

Het zijn twee optieken die allebei verdedigbaar zijn. In het eerste geval is verdeeldheid rampzalig omdat hierdoor de druk op Irak vermindert en het risico van een Amerikaans-Britse actie buiten de VN om toeneemt. In het tweede geval is er sprake van een vreedzame oppositie van Parijs via Berlijn en Moskou tot Peking, waardoor de dreiging van een oorlog wordt getemperd.

Een tweede voorbeeld is de wereldwijde demonstratiegolf in het weekend van 15 en 16 februari. Terwijl sommige Nederlandse journalisten de naderende demonstratie in Amsterdam nog altijd door hun verouderde Vietnam- of IKV-brillen bezien, besteedt The Independent de hele voorpagina aan portretten van dertig betogers onder de kop `The People versus The War'.

Ook de maandag na de demonstratie loopt de verslaggeving ver uiteen. De Amerikaans-Europese International Herald Tribune heeft de enig juiste opening: `Millions join rallies against a war in Iraq'. De voorpagina van de Financial Times meldt over vier kolom: `Anti-war voices gain ground'. Sommige Nederlandse kranten aarzelen en geven de voorkeur aan het halfslachtige, maar recentere NAVO-nieuws en zetten de demonstraties van zes miljoen mensen in zeshonderd steden op de tweede plaats.

De voorpagina van NRC Handelsblad geeft de demonstratie wel het volle pond met een verslag uit Londen, een grote foto uit Amsterdam en een wereldkaart met aantallen demonstranten. Maar dan is het weer gek dat op pagina 3 zoveel aandacht wordt besteed aan de sociaal-psychologische inzichten van VU-hoogleraar Bert Klandermans. Deze beweert dat sociale netwerken een belangrijker reden zijn om te demonstreren dan de afkeer van deze oorlog, al `moet je er natuurlijk niet vóór zijn'. Kennelijk is de redactie op zoek naar een verklaring voor een raadselachtig verschijnsel: miljoenen demonstranten en honderden miljoenen medeburgers vinden de oorlog helemaal niet onvermijdelijk.

Die verbazing moet een gevolg zijn van een heilig geloof in Supermacht Amerika. Wie daar tegenin gaat heeft wat uit te leggen. En dus beweren Nederlandse kranten dat de Duitse bondskanselier zich in eerste instantie `geïsoleerd' heeft met zijn verzet tegen de oorlog. Geïsoleerd van wie? Niet van de meerderheid van zijn eigen bevolking. Niet van de Chinezen of Russen, en zeker niet van de Fransen of Belgen. Maar inderdaad: wel van Amerika.

Het denkkader wordt niet alleen verengd door fixatie op de huidige machthebbers in Washington, maar ook door gebrekkige informatie over de Arabische wereld of – nog iets ruimer – landen waar veel moslims wonen. Dan hebben we het over meer dan een miljard mensen, onder wie opnieuw haat wordt gezaaid als Amerika met of zonder bondgenoten Irak aanvalt.

Uit Irak dringen bijzonder weinig berichten tot de buitenwereld door, al hebben buitenlandse media er wel correspondenten. De moslimwereld is over het algemeen moeilijk toegankelijk. Maar wie goed oplet vindt in de internationale pers wel degelijk verhalen over de stemming in Turkije, Iran (volgens Bush ook lid van de As van het Kwaad), Pakistan (ook in het bezit van kernwapens), Syrië (ook lid van de Veiligheidsraad) of Saoedi-Arabië (ook bakermat van terroristen).

Even lijkt het of NRC Handelsblad tekortschiet in verhalen over het andere kamp. De belangentegenstelling binnen de Veiligheidsraad, de NAVO en de Europese Unie vergt zoveel ruimte, dat het werelddeel dat als strijdtoneel mag dienen op de achtergrond lijkt te raken. Vooral uit Bagdad vernemen we weinig, al is dat gebrek aan `wederhoor' verklaarbaar: tot viermaal toe werd een visumaanvraag van deze krant geweigerd.

De berichtenstroom uit andere gebieden komt inmiddels wel op gang. Thomas Erdbrink bezoekt de Koerden in het grensgebied van Noord-Irak en Bernard Bouwman inspecteert de oliesmokkel tussen Irak en Turkije. De Spaanse correspondent Steven Adolf maakt in Casablanca een reportage over Marokkanen die zich als menselijk schild voor de Irakezen aanbieden. Het zijn er nog maar 33, maar wat belangrijker is: een nieuwe oorlog kan het fundamentalisme aanwakkeren. Dirk Vlasblom bespeurt in Indonesië eveneens angst voor radicalisering onder moslims. In de krant van 19 februari dringt de vrees van de moslimwereld eindelijk door tot de voorpagina: `Turken voorzien chaos en ellende'.

Dat soort reportages is minstens even belangrijk voor de oordeelsvorming als de discussie tussen Frankrijk, Engeland en Amerika, landen die in het verleden dolgraag wapens verkochten aan de dictator van Irak.