Kilometers patriottisme

Het eten van pizza's als `stukken opgewarmde autoband' in Maine en filosoferen over `volmaakt geluk met Mickey en Goofy' in Florida; journalist Jeroen van Bergeijk geeft zich over aan americana in U.S 1, een klassiek reisverslag uit de Verenigde Staten. Van Bergeijk reed in april en mei 2002 over Route One langs de Oostkust, een van de oudste snelwegen van het land die begint in Fort Kent aan de grens met Canada en eindigt in Key West in het zuiden van Florida. Doel: een onderzoek naar mentaliteit en houding van de doorsnee Amerikaan, post-11 september. U.S 1 ligt langs `eenvormige motels, bezinepompen, lichtreclames, discountwinkels, supermarkten, fastfoodketens en gigantische parkeerterreinen.' Van Bergeijk zag honderden vlaggen en patriottische uithangborden: een duizenden kilometers lang lint van vaderlandsliefde, die in het machtscentrum overigens nadrukkelijker wordt beleden dan in de periferie. Hij constateert dat in Amerika `het geloof in de prachtige grondbeginselen van het land – leven, vrijheid en het streven naar geluk – alleen maar sterker is geworden' na 11 september.

Een weinig opzienbarende conclusie misschien, maar daar gaat het ook niet om in dit boek. Wel om Van Bergeijks observaties. Route One is het decor, en de wereld na 11 september het losse thema, voor een nadere kennismaking met de Amerikaanse way of life. Een kapper bij een legerbasis heeft plezier in een `ouderwetse scheerbeurt' die hij Van Bergeijk geeft: `Ik doe dit niet zo vaak meer. Het mag niet van de legerleiding. Gevaar voor aids.' Veel winkels in de omgeving lijden onder de oorlog in Afghanistan, maar dat geldt niet voor `Uptown Undies en Stimulants', een winkel in erotica. Volgens de verkoopster is het `heel populair om een spannende bh naar het front te sturen'. In een `counter terrorism class' in Florida wordt cursisten bijgebracht `hoe je een vliegtuigkaping kunt overleven, hoe je een ordinaire crimineel van een zelfmoordterrorist kunt onderscheiden'. In het `Great Blacks in Wax Museum' in Maryland zijn `oogballen, een vagina, een penis, een kaak en een orgaan waarvan ik geen flauw idee heb wat het is' op sterk water gezet.

Onderweg bezoekt Van Bergeijk dezelfde hotels, bars, winkelcentra en de vliegschool die de kapers voorafgaand aan 11 september aandeden. Hij probeert zo veel mogelijk over ze te weten te komen. Volgens de (van origine Nederlandse) eigenaar van een vliegschool in Florida was het meesterbrein achter de kapingen, Mohammed Atta, `een eersteklas klootzak. [...] maar er zijn wel meer mensen die je niet mag en met wie je toch zaken moet doen'. Een hoteleigenaar, ook uit Florida, zegt dat hij geen last had van de kapers: `Ik zou haast zeggen: ze zagen er verzorgder uit dan veel Amerikanen.' In een land dat bestaat uit immigranten, concludeert Van Bergeijk, wekten ze als buitenlander nergens argwaan. Een sprankelend boek van een auteur die zes jaar in New York woonde, en weet waarover hij schrijft.

Jeroen van Bergeijk: U.S 1. Amerika na 11 september. Meulenhoff, 224 blz. €16,50

    • Menno de Galan