Inburgeraars leuren met kinderen

Het vinden van kinderopvang is voor veel inburgeraars een probleem. Voor vrouwen is het een van de belangrijkste redenen om af te haken.

Glunderend van trots loopt Hanan door de gangen van het gebouw van het Regionaal Opleidingencentrum aan de Zocherstraat in Amsterdam. Na maanden te zijn weggeweest wegens zwangerschapsverlof komt zij met haar man en pasgeboren zoontje de opvang van hun kind regelen. Hanan was, tot ze eind oktober het inburgeringsprogramma moest staken, een van de beste cursisten van docente Merel Borgesius. Nu wil ze zo snel mogelijk de draad weer oppakken. Er is echter een groot obstakel: de kinderopvang.

Oud-klasgenoten rennen de gang op als ze Hanan zien om haar zoontje Pieter te liefkozen. Pieter? Zohrab Bedrosian, de echtgenoot van Hanan, legt uit dat ze hun zoon hebben vernoemd naar zijn vader die Petros heet. Hanan en Zohrab zijn Syrische christenen. Petros vonden ze te oud klinken voor een kind. ,,Pieter klinkt zachter, past beter bij mijn zoon'', zegt Zohrab. ,,Past ook beter bij Nederland.''

Officieel moet Hanan op 14 maart verder gaan met de cursus. Het ziet er echter niet naar uit dat dat gaat lukken. Hanan en Zohrab hebben zojuist de nodige formulieren ingevuld bij cursistenbegeleider Simon Eelthart. De papieren zijn onderweg naar de gemeentelijke instellingen, maar de kersverse ouders weten dat ze nergens op hoeven te rekenen: de wachttijd voor een plaats in een kinderdagverblijf via ROC en Dienst Welzijn Amsterdam (DWA) bedraagt ongeveer een jaar. Vrouwelijke inburgeraars met `zorgtaken' die na het verplichte jaar inburgering doorleren veroorzaken de lange wachtlijst.

Hanan wil zo snel mogelijk beginnen aan de opleiding tot apothekersassistente. ,,Ik hou er ernstig rekening mee dat ze pas verder kan leren als ons zoontje naar school gaat'', voorspelt echtgenoot Zohrab, praktiserend huisarts in Halfweg. Zijn moeder en een paar kennissen zijn nog steeds een optie voor opvang, maar daar heeft Zohrab geen vertrouwen in. Hij wil niet afhankelijk zijn van mensen die op vrijwillige basis zijn kind opvangen. ,,Je kunt niet op ze vertrouwen. Ze kunnen ziek worden, of belangrijke afspraken hebben. Je zult dan altijd blijven regelen.''

Het ontbreken van kinderopvang is voor vrouwelijke cursisten een van de voornaamste redenen om voortijdig af te haken. Volhouders Fatoumata, Grace, Sertina, Nouria, eigenlijk alle vrouwelijke inburgeraars met kinderen in de groep van Merel Borgesius kampen met de opvang van hun kinderen. Niet een van hen heeft opvang via de gemeente kunnen regelen. Ze hebben zelf moeten improviseren, met alle gevolgen van dien. Fatoumata bijvoorbeeld kon vorige week een paar dagen niet naar school komen omdat ze niet kon rekenen op haar vriendin, die normaliter op haar tweejarige dochter past. ,,Als ik op de gemeente moest wachten, zat ik nog thuis'', zegt ze. Ze wil graag goed Nederlands leren spreken. Haar oudste dochter van vijf verstaat haar moeder niet zo goed meer: Mama spreekt onvoldoende Nederlands, dochter te gebrekkig Malinees. ,,Ik wil met mijn kinderen kunnen praten.''

Grace moet elke ochtend een uur met het openbaar vervoer reizen om haar kind naar de oppas te brengen. Het kind van Ati wordt elke ochtend door een buurvrouw naar school gebracht. Nouria heeft geen familie en vrienden die haar kind kunnen opvangen. ,,Mijn man blijft thuis'', zegt ze enigszins heldhaftig. Haar man, ook een inburgeraar, burgert tegenwoordig 's avonds in. ,,Hij kan naar buiten als het donker is, ik niet.''

Veel cursisten denken dat het ROC de opvang behoort te regelen, terwijl ze zelf verantwoordelijk zijn. Het misverstand is waarschijnlijk ontstaan door de vele inspanningen van het ROC om te bemiddelen tussen ouders en kinderdagverblijven, vermoedt cursistenbegeleider Eelhart. De inburgeraars beseffen kennelijk niet dat het ROC handelt uit eigenbelang: het opleidingencentrum krijgt geld van de gemeente wanneer de inburgeraars het verplichte programma van een jaar voltooien. Als ze afhaken of te vaak verzuimen kan het ROC fluiten naar die 3.694 euro per cursist. Vandaar dat de ROC's een van de voornaamste oorzaken van verzuim, het gebrek aan kinderopvang, willen bestrijden.

Hanan kan een boete van maximaal 2.200 euro krijgen als ze niet verder inburgert. Eelhart hoopt stiekem dat een inburgeraar wordt beboet die wegens gebrek aan kinderopvang de inburgering niet kan voltooien en die de sanctie bij de rechter aanvecht. ,,Aan de ene kant zijn ze verplicht, aan de andere kant kunnen ze door externe factoren onmogelijk naar school'', zegt Eelhart. ,,Er is nu veel onduidelijkheid. Misschien dat de rechter meer duidelijkheid verschaft.''

De druk op beschikbare aantallen opvangplekken voor inburgeraars zal de komende tijd alleen maar groter worden, zo is de verwachting, wanneer straks ook oudkomers worden gestimuleerd om in te burgeren. De regering werkt aan stimuleringsregelingen om het aantal opvangplaatsen de komende jaren sterk uit te breiden. Begin volgend jaar zal een nieuw financieringssysteem voor de kinderopvang worden ingevoerd, de Wet Basisvoorziening Kinderopvang (WBK). Volgens de nieuwe wet zal de kinderopvang van inburgeraars gefinancieerd worden door het rijk, de ouders en de werkgever. De gemeente zal de opvang deels blijven betalen voor ouders zonder werkgever. Het ROC verwacht dat door de trage formatie het voorstel niet tijdig aan de Tweede Kamer zal worden aangeboden, waardoor de WBK pas op 1 januari 2005 kan ingaan.

Dit is de zevende aflevering uit een serie over inburgeren op het ROC in Amsterdam. Volgende week heeft de school vakantie. Eerdere afleveringen zijn te vinden op www.nrc.nl