Hoge Raad: geen wanbeleid HBG-top

De Hoge Raad heeft de top van bouwconcern HBG vanochtend vrijgepleit van wanbeleid. Daarmee vernietigt het hoogste rechtscollege de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof van begin vorig jaar.

De Ondernemingskamer stelde toen dat het bestuur en de commissarissen van HBG de eigen aandeelhouders hadden moeten consulteren over een fusie met de baggerdivisie van Ballast Nedam. Dat zou in strijd zijn geweest met ,,behoorlijk ondernemingsbestuur''. De geloofwaardigheid van het HBG-bestuur was hierdoor ,,danig op de proef gesteld''.

HBG is tegen die uitspraak in cassatie gegaan, en de Hoge Raad gaf de Rijswijkse bouwer, inmiddels in handen van Nederlands grootste bouwbedrijf BAM, vanochtend gelijk. Volgens de Hoge Raad was HBG niet verplicht de aandeelhouders te raadplegen omdat het vormen van de joint venture geen majeure profielwijziging van HBG was.

BAM toonde zich vanochtend ,,zeer verheugd'' over de uitspraak. HBG's oud-bestuursvoorzitter C. Reigersman, inmiddels vice-voorzitter van de raad van bestuur van BAM, zei volgens zijn woordvoerder tijdens een verblijf in het buitenland dat ,,dit onvoorwaardelijke gelijk een positief einde aan een lange geschiedenis is''.

In 2001 spande een groep aandeelhouders en de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) een rechtszaak aan tegen HBG en Ballast Nedam, die hun baggerdivisies wilden fuseren. De VEB probeerde dit tegen te houden en zag liever dat HBG zou ingaan op aanbiedingen van de concurerende ondernemingen Boskalis en Heijmans. De Ondernemingskamer besliste vorig jaar al dat het nieuwe bedrijf gewoon mocht worden gevormd.

,,De uitspraak van vandaag is vergaand en heel triest'', zegt de VEB-woordvoerder. ,,Hiermee zijn we heel veel stappen terug op het pad van de invloed van aandeelhouders op de bedrijfsvoering.''