Het spook is terug: de jeugd is werkloos

De werkloosheid onder jongeren neemt spectaculair toe. En dat is altijd een voorbode voor groei van de werkloosheid onder de totale beroepsbevolking. ,,Tijd om de stormbal te hijsen.''

Er waart een oud spook door Nederland en dat spook heet jeugdwerkloosheid. Dat het het aantal jongeren zonder werk spectaculair toeneemt, herinnert aan de crisis in de jaren tachtig, toen bijna alle schoolverlaters meteen werkloos werden. ,,Het gaat om heel andere aantallen dan in de jaren tachtig. Maar de scherpte van de plotselinge stijging doet wel aan die tijd denken,'' zegt Jan van Zijl van de Raad voor Werk en Inkomen.

De werkloosheid onder jongeren tot 23 jaar is in januari met 4.800 jongeren opgelopen, zo maakte het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) gisteren bekend. Het voormalige Arbeidsbureau schreef daarmee meer jongeren in dan de 4.100 van elf maanden geleden. Er zijn nu ruim 50.000 jongeren zonder baan, 9 procent van het totaal aantal werkzoekenden dat bij het CWI staat ingeschreven.

Zorgelijk, vindt oud-minister Bert de Vries (CDA): ,,Ik hoor van veel mensen die van de universiteit komen dat het moeilijk is om een baan te vinden.'' Alarmerend, zegt oud-minister Jo Ritzen (PvdA), die in 1982 een banenplan maakte voor toenmalig minister Den Uyl (Werkgelegenheid): ,,Tijd om de stormbal te hijsen. De werkloosheid onder jongeren is altijd een voorbode van een grote groei van de algehele werkloosheid.'' De parallel met de jaren tachtig noemt hij ,,vooral psychologisch.''

De crisis in de jaren tachtig is het trauma van de polder. Honderdduizenden banen gingen verloren en bijna elk gezin had een werkloze in zijn midden. Studenten en scholieren hadden het idee dat hun voorland jarenlange werkloosheid was. Het waren de jaren van `de verloren generatie' en een deel van de harde kern werklozen van nu stamt uit die tijd.

Pas in de jaren negentig verdween de massale jeugdwerkloosheid en binnen de rijke landen is Nederland nu het land met de meeste werkende jongeren: 70 procent van hen heeft een baan. ,,Alleen heeft een derde van de werkende jongeren een baan van minder dan tien uur'', zegt Wiemer Salverda, onderzoeker aan het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS): ,,In die zin is de jeugdwerkloosheid altijd actueel gebleven. Daar komt bij dat veertig procent van de jongeren een flexibele baan heeft, vaak naast school of studie. Dat heeft iedereen de afgelopen jaren prettig gevonden, maar nu gaat dit soort banen er het eerst uit.''

Waarom is jeugdwerkloosheid zo'n probleem? ,,Jongeren proberen na hun school en studie een zelfstandig positie in de samenleving te verwerven. Als je dat niet kunt bieden, is dat heel erg'', zegt Margo Vliegenthart. Zij was als PvdA-Kamerlid in de tweede helft jaren tachtig betrokken bij het Jeugdwerkgarantieplan. Een paar maanden zonder baan is volgens haar geen probleem. Maar als de werkloosheidsperiode oploopt tot een jaar, dan wel. ,,Dan word je ingehaald door een volgende lichting. Is je opleiding verouderd en denken werkgevers dat je een vlekje hebt.''

Het probleem zit vooral bij de uitvallers in het VMBO, de samensmelting van lager beroepsonderwijs en MAVO, zegt Alfred van Delft, arbeidsmarktdeskundige van werkgeversorganisatie MKB-Nederland: ,,Kregen die tot voor kort een baan, nu gaan werkgevers scherper selecteren en dan hebben ze liever iemand met een voltooide VMBO-opleiding.'' FNV-bestuurder Agnes Jongerius beaamt dit. ,,Dertig tot veertig procent verlaat het lager beroepsonderwijs zonder diploma. Zij kunnen nu aan de slag als caissière. Maar nog even en ze worden verdrongen door jongeren met een diploma.''

Een groot deel van de voortijdige schoolverlaters is allochtoon en heeft een taalachterstand. Jongerius vreest dat met name allochtonen onderdeel gaan uitmaken van het nieuwe leger jeugdwerklozen. ,,Ook al wordt de arbeidsmarkt straks weer krap: als je geen diploma hebt en je spreekt slecht Nederlands is er nergens plek voor je.'' Paul de Beer, onderzoeker bij de WRR, voegt eraan toe: ,,In vergelijking met de jaren tachtig zijn er nu veel meer allochtone jongeren. Daar staat tegenover dat de groep jongeren nu veel kleiner is, wat hun positie op de arbeidsmarkt verbetert.''En zo zijn er wel meer verschillen met de jaren tachtig, zegt Ritzen ,,Er is geen reden voor defaitisme, want we staan er nu natuurlijk veel beter voor dan twintig jaar geleden.'' Maar er moet wel wat gebeuren, vindt ook Vliegenthart, die vreest dat er een harde kern van werklozen ontstaat als er geen goede maatregelen worden genomen.

Wat voor maatregelen? Moeten de banenplannen weer van stal gehaald worden? Oud-minister Bert De Vries (Sociale Zaken) vindt van niet. ,,En een banenplan voor jongeren als lapmiddel, dat doe je als de opnamecapaciteit van bedrijven totaal is verdwenen – en zover is het nog niet. Bedrijven zullen moeten saneren en loonmatiging is daarbij altijd goed.'' Jan van Zijl denkt wel aan vergaande maatregelen. ,,We moeten alles doen om te voorkomen dat jongeren lang zonder werk zitten. Het werk wat er is, moet je misschien rouleren. En ik weet dat het vloeken in de kerk is, maar je zou een sociale dienstplicht kunnen overwegen''. FNV'er Jongerius vindt dat vooral moet worden geïnvesteerd in het beroepsonderwijs. ,,Dat is de kurk van de economie.''

Ritzen wijst op de `kenniseconomie'. ,,De banen moet je vooral creëren in de private sector. De laatste tijd zijn bedrijven rond lifesciences, biotechnologie en nanotechnologie ontstaan, en dus nieuwe banen.'' Met investeringen in kennis en onderwijs kun je die sectoren ontwikkelen, vindt Ritzen. ,,Nederland blijft nu achter. De jeugdwerkloosheid is een signaal dat we nu echt moeten aanpakken.''

    • Herman Staal
    • Karel Berkhout