Energiemarkt terug bij af

Deze week kocht energiebedrijf Nuon een aantal elektriciteitscentrales terug van het Amerikaanse Reliant. Tot opluchting van veel partijen, want onderhandelen met Nuon is toch makkelijker dan met Amerikanen.

De aandeelhouders van het Amerikaanse energiebedrijf Reliant hebben meebetaald aan de Nederlandse publieke zaak. Reliant kocht in 1999 voor 4,5 miljard gulden (2 miljard euro) een aantal energiecentrales (het bedrijf UNA) van de gemeentes Amsterdam en Utrecht en de provincie Noord-Holland. Daarmee hebben die overheden bijvoorbeeld de Tweede Coentunnel gefinancieerd. Ook het opknappen van naoorlogse wijken en de aanleg van de toegangswegen naar de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn zijn bekostigd uit de miljarden van het Texaanse energiebedrijf.

Gisteren kocht het Nederlandse Nuon de centrales terug voor minder dan 1 miljard euro, de helft van wat Reliant betaalde.

Het bedrag dat Reliant over had om een strategische positie te verwerven in Nederland werd destijds al als zeer hoog omschreven, maar hóe veel te hoog bleek deze week pas goed. De drie elektriciteitscentrales en de handelsactiviteiten zijn in vier jaar in waarde gehalveerd. Door de transactie zijn de centrales, goed voor een vijfde van de Nederlandse stroomopwekking, weer in handen van de lokale overheden. Een knap financieel staaltje, want behalve Gelderland en Friesland zijn ook de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam aandeelhouder van Nuon, dezelfde overheden die in 1999 de buit mochten verdeelden.

De overgang van het beursgenoteerde Reliant naar Nuon, dat nog altijd in publieke handen is, is ook een vorm van deprivatisering. De verkoop van Reliant was destijds het startschot voor de privatisering van het merendeel van de Nederlandse elektriciteitscentrales. Zo ging het Zuid-Hollandse EZH over naar het Duitse energieconcern Eon, terwijl Epon in Noord- en Oost-Nederland het Belgische Electrabel als eigenaar kreeg. Vooral sinds de energiecrisis in Californië zijn de zorgen over de continuïteit van de stroomvoorziening gegroeid – zorgen die een extra impuls hebben gekregen door storingen bij stroombedrijven.

Politici maken zich daarnaast ook ongerust over de moeizame liberalisering van de stroommarkt, zodat het ministerie van Economische Zaken de privatisering van energiedistributeurs tijdelijk heeft bevroren. Het klimaat voor liberalisering en privatisering in de stroomsector is dus killer geworden en de terugkeer van de Reliant-centrales bij de overheid lijkt daarvan een afspiegeling. ,,Toch zie ik deze overname niet in het licht van deze klimaatsverandering'', zegt Nuon-topman L. van Halderen. Wij zijn nu nog een publiek bedrijf, maar willen nog altijd op termijn op een of andere manier een bedrijf worden met particuliere aandeelhouders. Het is dus een tijdelijke deprivatisering, wat ons betreft.''

Dat is te hopen voor Nuon, want de aankoop van Reliant zou de zo gewenste eigen privatisering wel eens op de lange baan kunnen schuiven, zo blijkt uit de woorden van Tweede-Kamerlid R. Kortenhorst (CDA). ,,Er is een aantal voorwaarden voor privatisering. Een belangrijke daarvan is dat de productie en de stroomnetwerken niet in dezelfde handen zijn, omdat er dan een monopolistische situatie ontstaat. De actie van Nuon maakt de privatisering van Nuon dus moeilijker'', aldus de woordvoerder. PvdA-Kamerlid F. Crone vindt dat de strategische beslissingen van Nuon een zaak zijn voor het bedrijf zelf, maar ook hij heeft zijn twijfels bij het onder één dak brengen van productie en distributie. ,,Dat hebben we juist uit elkaar willen halen, daarom heeft de overheid het hoogspanningsnetwerk bij de bedrijven weggehaald'', aldus de woordvoerder.

Dat de centrales weer in Nederlandse handen komen, kan echter alom op instemming rekenen. ,,Dat heeft te maken met de discussie rond de leveringszekerheid en de reservecapaciteit die productiebedrijven aanhouden. Dat kost geld en dan is het makkelijker praten met Nuon dan met een Amerikaanse financier'', aldus Kortenhorst. De reactie staat recht tegenover de juichende ontvangst die Reliant kreeg toen de Texanen UNA kochten.

Ook Van Halderen zegt blijheid te bespeuren bij de overheid. ,,Op zichzelf is de productie in Belgische, Amerikaanse, Duitse of Franse handen net zo goed als in Nederlandse. We merken wel dat er de laatste tijd wat zorgen zijn over de continuïteit en tegen die achtergrond wordt de overname als positief ervaren. De reacties van onze aandeelhouders, maar bijvoorbeeld ook van het ministerie van Economische zaken zijn dan ook enthousiast. Het geeft een goed gevoel, een geruststellend gevoel, zo u wilt'', aldus Van Halderen.