Een vrouw met een missie

Mevrouw Helene Kröller-Müller was een strenge vrouw en een gulzige Van Gogh-verzamelaarster. Hoe en wat zij kocht maakt de tentoonstelling `Vincent en Helene' duidelijk.

De verzamelaar als fiere amazone op een sneeuwwit paard – dit portret van mevrouw Kröller-Müller op billboard-formaat wijst de weg over de Veluwe naar het gelijknamige museum. Ook op de uitnodigingskaart van de tentoonstelling Vincent en Helene prijkt de beeltenis van de stichtster. Haar wakkere blik is gemonteerd naast de vermoeide ogen van Vincent van Gogh, de schilder die het best vertegenwoordigd is in Kröller-Müllers collectie. Niet minder dan 87 schilderijen en bijna 200 tekeningen van Van Gogh, het hart van de collectie, die in totaal 800 schilderijen, 5.000 tekeningen en 250 beelden telt.

De onverhulde aandacht voor mevrouw Kröller-Müller (1869-1939) is opmerkelijk. Tot nu toe was het museum op de Hoge Veluwe bijzonder behoedzaam met haar in het licht te zetten. Zij bleef, hoewel zij een sterke persoonlijkheid was met een markant karakter, low profile in Otterlo. Afspraken met de nazaten zouden daarvan de reden zijn.

Daarin is nu een voorzichtige kentering gekomen. Het familiaire `Helene' in de titel geeft dit al aan, hoewel mevrouw Kröller-Müller met haar strenge, afstandelijke uitstraling daar zeker niet toe uitnodigt. Dat beeld wordt een beetje bijgesteld door niet eerder getoonde jeugdfoto's van een aantrekkelijke Helene, geflankeerd door boeken uit haar bibliotheek – waaronder de duidelijk vaak ter hand genomen Briefe (ze was Duitse) van Van Gogh – en het eettafelameublement van Berlage waaraan zij elke vrijdagavond privé-les kreeg van haar kunstadviseur H.P. Bremmer.

In het nabijgelegen jachtslot Sint Hubertus zijn nu voor het eerst de privé-vertrekken van mevrouw en meneer Kröller-Müller opengesteld, ieder met hun eigen vleugel. Háar slaapkamer lijkt wel een kloostercel, er staat niet veel meer in dan de kleine bedstee met een contemplatief werkje van Bart van der Leck aan het voeteinde en een schriftje met citaten van onder meer Goethe waarmee zij de dag begon.

Anders dan in 1984 – toen eveneens alle `Kröller-van Goghs' getoond werden – zijn de stukken nu niet als een aaneengesloten wandtapijt geëxposeerd, maar in volgorde van aankoop. Dat levert een boeiend beeld op van het verzamelgedrag van mevrouw. Uit haar Van Gogh-aankopen rijst het beeld op van een trouwe `Bremmeriaan'.

Van Gogh, met zijn messiaanse trekken, werd door Kröller-Müller in navolging van Bremmer beschouwd als de ideale kunstenaar. Kunst was voor Vincent zozeer een roeping dat zij bijna een religie werd, zoals ook Bremmer zijn `Practische aesthetica' predikte als een geloof (zijn algemene lessen hield hij niet toevallig op zondag). Zelf een fervent Van Gogh-verzamelaar, verkocht hij aan menige van zijn honderden cursisten een groter of kleiner werk van de inmiddels snel in roem stijgende kunstenaar. Maar zijn meest welgestelde leerlinge spant in aantallen en waarschijnlijk ook in kwaliteit de kroon met bijna 300 schilderijen en tekeningen.

Gelovige

Helene was een gelovige, die een spirituele ervaring verwachtte van de kunst die zij verzamelde. De citaten uit brieven over de wijze waarop zij het werk van Van Gogh onderging, tonen haar moeizame verovering van zijn oeuvre: ,,Daarom is het best mogelijk, dat ik het vanavond weer geheel kwijt ben, want zijn kunst is verbazend moeilijk'', schrijft zij in 1909 aan haar vertrouweling Sam van Deventer.

Dat bevechten paste bij haar wilskrachtige, onverzettelijke karakter, dat het nodig had uitgedaagd te worden.

In schijnbare tegenstelling tot het strenge kunstsysteem van Bremmer, dat haar collectie als een korset modelleert, is de hebberigheid waarmee Kröller-Müller aankocht. Zij was een veelkoper en een big spender bovendien. Ze begon relatief laat (in 1906/07, ze was toen bijna veertig jaar), te verzamelen, toen Van Goghs werk al aanzienlijke prijzen deed, en ze kocht daardoor relatief duur, veelal bij kunsthandelaren en soms een hele partij tegelijk op een veiling.

Zo verwierf zij verspreid over het jaar 1912 maar liefst 28 schilderijen van Van Gogh voor een totale som van 130.000 gulden – een immens bedrag voor die tijd. Het eigen museum dat haar toen al voor ogen stond, vuurde haar koopzucht ongetwijfeld nog aan – de collectie werd vanaf 1913 opengesteld in een kantoorgebouw van de firma Müller aan het Haagse Lange Voorhout.

Vaak was zij samen met Bremmer op pad, die ook voor haar kocht uit privé-collecties in binnen- en buitenland. In 1920 legde hij namens haar de hand op 26 Van Goghs uit de veiling van de collectie-Enthoven, waaraan zij op één dag ruim honderdduizend gulden uitgaf. Al die gegevens zijn beschikbaar gekomen door de opgenomen aankooplijst achterin de catalogus, waarin ook de prijzen zijn vermeld. Overigens worden niet alle provenances toegelicht, zoals aankopen uit de collecties Fop Smit, Fortanier en Van Valkenburg. Sommigen van hen zijn ongetwijfeld Bremmerianen, van wie Bremmer weer terugkocht en doorverkocht. Die zeer diverse aankoopkanalen maken onderzoek naar de authenticiteit van de Van Goghs actueel, anders dan bij de collectie van het Van Gogh Museum, die uit de eerste hand – de nalatenschap – komt. In de tentoonstelling zijn ook de inmiddels vals gebleken Van Goghs opgenomen, zoals Zeegezicht te Saintes-Maries-de-la-Mer, gekocht uit de omstreden collectie van de Berlijnse kunsthandelaar Otto Wacker.

Economisch

Het is een belangrijke ontwikkeling dat er de laatste jaren steeds meer aandacht komt voor de economische kant van de kunst. Zo stelde het Kröller-Müller Museum eerder al aankooplijsten op van de clusters van Fantin-Latour en Redon uit de collectie. Ook het onlangs door het Van Gogh Museum uitgebrachte kasboek van Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Theo die de helft van Vincents oeuvre in bezit had, draagt bij aan inzicht in de marktontwikkeling en in de privé-collecties waarin al vroeg werken van Van Gogh waren opgenomen.

Rechtstreeks heeft Helene nooit gekocht uit de nalatenschap van Vincent. De brouille tussen Jo van Gogh en Bremmer is daar een oorzaak van, die er mede toe leidde dat Van Gogh-Bonger na 1903 bijna uitsluitend werk aanbood via kunsthandelaren. In Nederland waren dat C.M. van Gogh en De Bois, in Duitsland de Berlijnse handelaar Cassirer.

Wellicht was er ook sprake van rivaliteit tussen de erfgename en de verzamelaarster. De ambitieuze Kröller-Müller liet al vanaf 1912 grote delen van de collectie rondreizen, en vaak was zij op Van Gogh-tentoonstellingen de grootste bruikleengever. Dat zij met de eer streek, zullen de erven-Van Gogh niet bijzonder geapprecieerd hebben.

Maar op de minder aangename kanten van Helene Kröller-Müllers karakter is al te dikwijls gewezen. Het ontsluiten van het omvangrijke archief dat het museum in beheer heeft, zou haar verzamelen wellicht meer uitlichten als `haar beter Ik'. Alleen al de uitgebreide correspondentie zal nog veel vragen kunnen beantwoorden. Zeker is in elk geval dat zij als grote, ambitieuze vrouwelijke verzamelaar een unicum was in haar tijd. Zij was voor de verandering a woman with a plan, geholpen door haar echtgenoot, de grootindustrieel Anton Kröller, die het verzamelen nadrukkelijk als haar verdienste afficheerde. Een inkijkje in hun complexe huwelijk wordt ons op deze expositie gegund door het cadeau dat hij haar gaf ter gelegenheid van hun 25-jarige huwelijk in 1915. Hij schonk haar een elegant vrouwenportret van Fantin-Latour dat wel iets wegheeft van de jonge Helene met wie hij een kwart eeuw eerder trouwde, geflankeerd door het schilderij Treurende oude man van Van Gogh. In een notendop zou dit een portrait of a marriage kunnen zijn, zij het gekruid door de spotzucht waar Anton Kröller om bekend stond. Een biografie over Helene Kröller-Müller zou de vraag kunnen beantwoorden of zij hierop kon reageren met een lach.

`Vincent en Helene. Van Gogh in de collectie Kröller-Müller'. T/m 12 okt., Kröller-Müller Museum, Otterlo. Verder: tekeningen van Van Gogh.

`De schilderijen van Vincent van Gogh in de collectie van het Kröller-Müller Museum', €59,50.