De slijmprik is een slimme slijmerd

Slijm? Vies, vinden mensen. Maar er zijn tonnen en tonnen slijm in de natuur waar niks vies aan is. Tenzij je een slak vies vindt. Of een vis. Dan moet je naar je laten kijken. Niemand wast zich zo vaak als een vis. Als je een vis met een natte hand aanpakt voel je het – een slijmlaagje. Het is hun tweede huid, die lekker glad over de spleetjes tussen de schubben valt. Hun slijmhuid. Niets vies aan.

Toch zijn er vissen die vies dóen met slijm. De papegaaivis heeft er een mooi trucje mee. Vissen willen ook weleens ongestoord slapen. Maar als ze niet steeds opletten zijn ze erg kwetsbaar, want ook onder water eet iedereen graag vis. Toch kan de papegaaivis 's nachts lekker op de zeebodem liggen. Hij maakt zijn eigen veilige omhulsel: een slijmerige laag die heel ruim valt. Die handige slaapzak ziet eruit als een doorzichtige plastic zak. Roofvissen die hem graag lusten, kijken nu wel uit – het is lastig bij de vis te komen, en al dat slijm smáákt niet. De papegaaivis is wel zo slim een kleine opening te maken in zijn slaapzak. Zo kan hij in het frisse water adem blijven halen. Ondertussen ligt hij veilig. En als hij even niet kan slapen, heeft hij nog goed uitzicht ook.

De tropische, bont gekleurde papegaaivissen zijn maar beginners als je ze naast echte, enorme slijmerds legt. Slijmprikken. Die palingvormige vissen leven op de bodem van koude zeeën. Eerlijk gezegd ziet een slijmprik er niet uit. Kleine, bijna blinde ogen, maar wel weer gevoelige tentakels die raar uit de kop steken. En een bek als een rasp, waarmee hij naar de bodem gezonken dode vis te lijf gaat. Maar met een bijzondere vondst maakt hij weer veel goed.

Met zo'n raspje als bek kun je je niet verdedigen. De slijmprik bestrijdt zijn vijanden dan ook heel anders. Als hij de boel niet vertrouwt, laat hij uit wel honderd klieren over zijn hele lijf slijm druipen. Die dikke lagen zwellen aan totdat zijn slangachtige lichaam er helemaal mee ingepakt is. Hij spint er ook nog dunne vezeldraden doorheen, van een halve meter lang. Die maken de gladde massa extra elastisch en stevig. Je kunt die helemaal uitrekken, zonder dat die stuk gaat. En dan floept de boel weer terug.

Zo houdt hij vijanden op afstand. En als die echt onverstandig zijn, kan dat vervelend voor ze uitpakken. Dan pakt de slijmprik ze in, met slijm en draad. Heeft hij meteen weer wat te eten.

Een slijmprik overdrijft het wel een beetje. Dat is door mensen met een vreemde hobby weleens uitgezocht. Een goeie slijmprik vult in een paar tellen een hele emmer, met zijn taaie glibberige massa. Dat is dan ook het makkelijke van slijm. Het is net gelatinepudding. Met maar weinig spullen kun je heel veel maken. En het is ook nog eens superglad. Zo'n prik in zijn eigen emmer pudding is nog gladder dan een aal in een emmer.

Slijmprikken worden weinig door mensen gegeten, maar dat wist je geloof ik al. De slijmprik heeft al heel wat vissers stil bewonderend doen toekijken, van een afstandje. Nee, doe die maar weg. En weggooien op zee is teruggooien. Boven water werkt z'n truc dus ook erg goed.

Superveilig slijm – je moet er maar opkomen. Maar hoe kom je er weer vanaf? Dat is nog niet zo simpel. Een besmeurde slijmprik moet zich daarvoor echt in de knoop leggen. Zijn kop en wat je zo ongeveer zijn hals kunt noemen, legt hij in een lus. En die lus schuift hij dan naar achteren. Zo duwt hij weer het hele zaakje van zich af. Daarna kruipt hij weer rustig terug in zijn dode vis, om die verder op te eten. Heel bescheiden, maar toch: de beste slijmerd van de wereld.