Cultuurgoed Lucifer

Weer zo'n belangrijke culturele ontwikkeling die we over ons laten komen als was het een dagelijks natuurverschijnsel. De langzame verdwijning van het lucifersdoosje. Waarom `belangrijk'? Omdat dit doosje hoort tot de mooiste, bruikbaarste, tegelijkertijd gewoonste voorwerpen die de mens het grootste deel van zijn leven vergezelden. Hoe komt het dat het verdwijnt? Doordat er steeds minder wordt gerookt, terwijl degenen die het nog doen, een aansteker gebruiken; doordat de fornuizen, ovens en geisers een elektrische ontsteking of een waakvlam hebben; doordat de moderne mens een elektrisch werkende aansteker heeft, een metalen stokje om zijn kaarsen aan het branden te brengen, enz. Tientallen gadgets, waartegen de lucifer niet is opgewassen. Binnenkort verschijnen de eerste klassieke lucifersdoosjes in de winkels die in `nostalgie' gespecialiseerd zijn.

Neem een voorbeeld aan Menno ter Braak. In zijn Carnaval der burgers (1930) laat hij de Dichter, de antipode van de Burger, zijn lucifersdoosje ontdekken. ,,Hij bezag dus het doosje; en met deze blik ontdekte hij het voorwerp, dat steeds, besloten in een dode nietszeggendheid, bij hem was geweest.'' Hij ontleedt de aanblik van het doosje. Was zijn ontdekking veroorzaakt door de woorden, MANUFACTURED AT UDDEVALLA, TANDSTICKSFARBRIK, SWEDEN ,,die hem plotseling, voor de eerste maal sinds een lang vergeten kindertijd, wonderbaarlijk voorkwamen?'' Het afgesleten strijkvlak? Het kraaloog van de zwaluw? Hoe dan ook, in een ogenblik van vervreemding, waarin alles nieuw is (en dus de kortsluiting met de kindertijd gemakkelijk gemaakt), komt bij volstrekte verrassing de ontdekking van het gewone.

W.F. Hermans beschouwde deze passage als een van de lichtpunten in Ter Braaks Verzameld Werk. Michiel van Nieuwstadt heeft het citaat op de achterkant van zijn proefschrift over Ter Braak gezet. Over het belang van deze ontdekking wordt dus van verschillende kanten eensluidend gedacht. En toevallig is in de Verenigde Staten juist een korte roman verschenen, A Box of Matches, van Nicholson Baker, waarin die, volgens de lovende bespreking in de New York Times Book Review, impliciet zijn held tot hetzelfde genre ontdekkingen brengt. `Hij ziet zichzelf; hij ziet hoeveel hij ziet; hij ziet wat er gebeurt terwijl er niets schijnt te gebeuren'. Dergelijke existentiële overwegingen.

De vraag is waarom dit kennelijk zoveel mensen bij de aanblik van een lucifersdoosje overkomt, zo intens dat ze daarover gaan schrijven, en dan weer op dezelfde manier door hun lezers worden begrepen. Wat heeft een lucifersdoosje, dat aan een baksteen, een plastic bekertje, een sleutel, een voetbal ontbreekt? Vervang in de geciteerde passage het doosje door een voetbal en er blijft niets van over.

Misschien komt het doordat de lucifers en hun doosje, juist door hun gewoonheid, tot de miskende voorwerpen horen. De voetbal heeft een bijnaam: het bruine monster. Hoe zou je zo'n alleronaanzienlijkste constructie van flinterdun hout moeten noemen? Ik zou het zo gauw niet weten. Maar het doosje heeft een andere kwaliteit, die voor bijnamen niet vatbaar is. Ter Braak refereert aan de `lang vergeten kindertijd'. De tekening van de zwaluw, die voor degenen die de luciferstijd nog bewust en volop hebben meegemaakt, vanzelf tot de zwaluw aller zwaluwen is geworden. En niet te vergeten de afbeeldingen van de medailles die de Zweedse fabriek op de wereldtentoonstellingen van Parijs, in 1889, Chicago 1893 en weer Parijs 1900 had gewonnen. De negentiende is de gouden eeuw van de lucifer. Op zoek naar de verloren tijd.

Dan ontdekt het kind de bruikbaarheid van het lege doosje. Zet het verticaal op de korte kant en het is een wolkenkrabber. Lijm er een stuk of vijf met de grote platte kant op elkaar, en je hebt een ladekastje. Met een tube velpon en lege doosjes toonde de 5-jarige architect zijn talent, de grootsheid van zijn visie.

Toen voorzag The Swallow dat er moeilijke tijden zouden aanbreken. Er werden doosjes en dozen in vier formaten op de markt gebracht, waarbij de ontwerper zo verstandig was, weinig of niets aan de oorspronkelijke lengte, breedte en hoogte-verhoudingen te veranderen. Alles bleef even harmonisch als het oermodel. Dat heeft de bruikbaarheid voor het spelen vergroot. Maar het heeft niet geholpen. Als de mensen groot worden, toetsen ze de dingen alleen nog op hun onmiddellijk nut.

Daarom, denk ik, is het einde van het lucifersdoosje nabij, en daarmee ook dat van de houten lucifer. Hebt u er nog een paar, bewaar ze goed. Ze worden geld waard. Maar steek, terwille van de poëzie, één keer er een af, laat hem hoog branden en dan in de asbak tot de laatste vezel verkolen, tot het steeds kleiner wordende, dan blauwe vlammetje, en het rookwolkje waarmee hij aangeeft dat hij de geest heeft gegeven. Niets rest dan het bizar gekronkelde zwarte stokje van as, dat eens tot een Zweedse woudreus heeft behoord.