Alleen in de jungle ben je vrij

Voor iemand met een diepe godsovertuiging als de Amerikaanse schrijfster Harriet Beecher Stowe was de slavernij in haar land een dankbare aanleiding tot het verrichten van literair zendingswerk. Haar in 1852 verschenen meesterproef, De hut van oom Tom, is doortrokken van een christelijke moraal die de aangrijpende taferelen over het slavenleven bij tijd en wijle veranderen in een vrome vertelling over martelaarschap. Tom berust in zijn lijden en gaat de dood met vertrouwen tegemoet: `Jezus kan een sterfbed zacht als dons maken'.

Lezen kinderen in onze geseculariseerde samenleving De hut van oom Tom nog wel?

Een boek over het harde slavenbestaan, maar dan in Suriname, waarin ze zich makkelijker zullen kunnen verplaatsen, is Sisa van Joyce Pool (1962), een Nederlandse met een gedeeltelijk Surinaamse achtergrond. Pool is een auteur zonder bekeringsdrang, ze lijkt hoogstens te willen waarschuwen: ons koloniale verleden, met alle pijnlijke details, mogen we niet vergeten. Ze roept een wereld in herinnering die de lezer bijna driehonderd jaar terugvoert in de geschiedenis, ten tijde van de inval in Suriname van de Franse admiraal Cassard in oktober 1712. Net als in haar debuut Vals beschuldigd, een historische jeugdroman over de moord op Willem de Zwijger, verweeft Pool feiten en fictie op een terloopse manier. Met een groot inlevingsvermogen portretteert ze de personen. Map, de heldin, draagt weliswaar lange rokken en een `fontangemutsje' in de tropische zon, maar het liefst zou ze zich van het knellende goed ontdoen. Zodra ze echter haar mutsje iets omhoog schuift wordt ze door moeder berispt: `Beheersing,' zegt mama, `dat is waar de wereld om draait: beheersing onder alle omstandigheden.'

Sisa gaat, in al dan niet expliciete bewoordingen, over het verlangen naar vrijheid. De blanke plantersdochter heeft zich te houden aan strakke etiquetteregeltjes en is net zo min vrij als haar huisbediende Ruth, die liever bij een `masra' blijft waar ze het goed heeft dan te leven als een `vrije neger' in de stad. Echte vrijheid is voor mensen van haar huidskleur onmogelijk realiseert ze zich. Alleen de marrons, de gevluchte slaven in het oerwoud, hebben de keuze gemaakt voor een eigen leven.

Op een dag belandt Map in een marrondorp, nadat ze met de slaaf Kwasi ternauwernood ontsnapt is aan de Franse troepen die plunderend van plantage naar plantage trekken. Na haar luxeleventje op de onderneming moet ze opeens zien te overleven in een vijandige omgeving. Haar mooie blauwe jurk hangt steeds voddiger om haar lijf. Op een dag trekt ze de jurk uit en ook haar `keurslijf met de stijve walvisbaleinen' om het slavenmeisje Séry te kunnen helpen op haar kostgrondje. Dat is het begin van een omslag: geleidelijk gaat ze de slaven met andere ogen zien en sluit ze vriendschap met Séry die haar niet langer `misi' noemt maar `sisa'.'Je bent mijn zuster. Mijn blanke zuster', zegt ze.

Map is verward door deze nieuwe gevoelens. Eenmaal terug op de plantage kan ze niet meer wennen aan haar oude leven, ze verlangt naar de achtergebleven Kwasi en de zijnen. Uiteindelijk gaat ze, op zoek naar haar vrienden, opnieuw het oerwoud in. Voorgoed? Hier stopt het verhaal vrij abrupt. Het is een rafelig einde dat niet bevredigt. Ook op andere momenten maakt Joyce Pool zich er te gemakkelijk vanaf – hoe vergaat het de broer van Séry bijvoorbeeld nadat hij is gestraft? Hier tegenover staan mooi uitgewerkte scènes, helder geschreven en gekruid met het typerende Engels van de slaven, dat het verhaal de nodige couleur locale bezorgt.

Joyce Pool: Sisa. Lemniscaat. 176 blz. €13,95. Vanaf 10 jaar.