Wil de echte werkloze nu opstaan?

De werkloosheid stijgt snel. Maar de cijfers verschillen. CBS, CWI, EU het is maar wie je het vraagt. Een handleiding voor de doolhof.

De werkloosheid neemt snel toe, dat staat vast. Maar hoeveel werklozen telt Nederland op dit moment eigenlijk? Zijn dat er:

A. 575.000

B. 196.000

C. 321.000

D. 214.000

Alle vier de antwoorden zijn goed: het hangt er vanaf wie je het vraagt. Het CWI, het voormalige arbeidsbureau, telt nu 575.000 werklozen. Het CBS turft 196.000 werklozen of, bij een andere manier van tellen, 321.000. Het statistische bureau van de Europese Unie komt voor Nederland uit op 214.000 werklozen. Hoewel het verschil dus kan oplopen tot 379.000, zijn de cijfers niet met elkaar in tegenspraak. Het is een kwestie hoe en vooral wat je meet.

Het CWI, het Centrum voor Werk en Inkomen, dat werklozen helpt met het zoeken van een baan en het aanvragen van een WW- of bijstandsuitkering, telt eenvoudig iedereen die zich heeft geregistreerd als werkzoekende. In dat computerbestand zitten nogal wat mensen, die niet meteen aan de slag kunnen en die worden aangeduid als `niet beschikbaar'. Bijvoorbeeld mensen die zich laten omscholen, deelnemen aan een reïntegratieproject, tijdelijk arbeidsongeschikt zijn, geen sollicitatieplicht hebben of door persoonlijke problemen (drugsverslaving, analfabetisme) niet kunnen werken. Zo waren van het half miljoen werkzoeken dat het CWI in 2002 telde er 234.000 `niet beschikbaar'.

Het CBS telt deze groep niet mee. Evenmin de mensen die wel werk hebben (12 uur of meer per week), maar die toch bij het CWI staan ingeschreven omdat ze een vaste of een betere baan willen hebben. Denk aan een schoonmaker die alleen in de avonduren werkt, maar graag een volledige baan overdag wil. Vorig jaar had zo één op de vijf werkzoekenden bij het CWI een baan(tje). Dan is er ook nog een kleine groep mensen die wel bij het CWI staat ingeschreven, maar geen werk zoekt. Ook zij blijven buiten de CBS-cijfers.

Na de CWI-cijfers aldus te hebben uitgekleed, rest bij het CBS de `geregistreerde werkloosheid' die in de maanden november, december en januari gemiddeld 196.000 personen omvatte. Deze `geregistreerde werkloosheid' is jarenlang dé maatstaf van het CBS geweest, een maatstaf die dankzij het gezag van dit statistisch bureau ook altijd onaantastbaar was in de politieke en maatschappelijke discussie over werkloosheid. Slechts een keer per jaar publiceert het CBS daarnaast de resultaten van een permanente enquête onder de beroepsbevolking, om het beeld van de `werkloze beroepsbevolking' te completeren.

Het CBS maakte gisteren bekend dat het roer omgaat. Voortaan wordt niet langer de `geregistreerde werkloosheid', maar de `werkloze beroepsbevolking' de maatstaf van het CBS, ofwel de resultaten van de enquête. Dat geeft volgens het CBS een beter beeld, omdat veel mensen zich niet laten registreren. Het gaat daarbij vooral om herintredende vrouwen, die zich niet als werkzoekende bij het CWI hebben gemeld, maar wel in de krant de personeelsadvertenties napluizen. De enquête brengt zo, naast de 196.000 `geregisteerde' werklozen, nog eens 125.000 niet-ingeschreven werklozen in kaart. Voor de maanden november, december en januari komt daardoor de werkloosheid uit op gemiddeld 321.000 personen.

Dat cijfer brengt de werkloosheid op 4,3 procent van de beroepsbevolking althans naar Nederlandse maatstaven. In de Europese Unie (EU) staat Nederland voor 2,6 procent in de boeken en moet daar alleen Luxemburg (2,3 procent) als banenkampioen voor zich dulden. Dat Europese cijfer is geflatteerd, want gebaseerd op het eerste halfjaar van 2002, toen de werkloosheid nog niet zo hard had toegeslagen.

De belangrijkste verklaring ligt echter in het verschil in definitie. Nederland telt alleen mensen met een baan van 12 uur of meer per week mee in de beroepsbevolking, de EU telt iedereen mee die werk heeft. Wordt die maatstaf losgelaten op Nederland, dan groeit hier de werkloosheid een beetje en de beroepsbevolking explosief. De werkloosheid in Europese cijfers 214.000 personen wordt dan als percentage van de beroepsbevolking veel lager.

De verschillende cijfers bieden elk wat wils. Zo kunnen politici elk cijfer kiezen al naar gelang ze de werkloosheid willen bagatelliseren, dan wel hoog op de politieke agenda zetten.