`Voorspelbare file is geen issue'

Wat Nederland nodig heeft om de files te bestrijden, zijn geen algemene maatregelen zoals de kilometerheffing of extra asfalt. Het is hoog tijd voor een `knelpuntenautoriteit'.

Hoe krijgen we de files uit Nederland weg, om te beginnen uit de omgeving van de A4-corridor, de rijksweg tussen Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Antwerpen? Niet door alleen met algemene voorstellen te komen zoals beprijzing of extra asfalt of meer openbaar vervoer, zegt David Luteijn, voorzitter van een commissie die in opdracht van minister De Boer (Verkeer en Waterstaat) de knelpunten op deze route in kaart heeft gebracht en de mogelijkheden heeft verkend om tot een publiek-private samenwerking te komen bij de oplossing ervan. Luteijn: ,,Er is de afgelopen tien jaar niet erg oplossingsgericht gesproken over de A4. Te vaak wordt er over verkeer in algemene zin gediscussieerd. Voorstellen als de kilometerheffing, waar men het mee eens is of niet. Of over extra asfalt of meer openbaar vervoer, zonder dat er daadwerkelijk knelpunten worden geïnventariseerd.''

Het wordt tijd, zegt Luteijn, om ,,probleemsgewijs maatregelen te bedenken''. De commissie komt in maart met conclusies, een maand later volgt een definitief rapport. Dat zal pragmatisch van aard zijn. De commissie is voorstander van de bekende maatregelen: een tweede Coentunnel, het doortrekken van de A4 in Midden-Delfland bij Delft en in West-Brabant ten behoeve van een vlottere doorstroming voor vrachtverkeer en personenvervoer. Maar er kan nog veel meer gebeuren en dat hoeft niet eens zo veel meer te kosten. Luteijn: ,,We kunnen de files niet oplossen, maar we kunnen ze wel beheersbaar maken, óók voor de toekomst. Daar zijn onorthodoxe maatregelen voor nodig.''

Twee werkgroepen hebben de afgelopen maanden het knelpunt Haaglanden op de A4 als casus onderzocht en geanalyseerd. De ene, `private' werkgroep onder voorzitterschap van oud-Rabobank-topman Hans Smits, de andere, `publieke' werkgroep onder leiding van burgmeester Job Cohen van Amsterdam. Deze onderzoeken hebben enkele nuchtere constateringen opgeleverd. Ten eerste: niet de dagelijkse file vormt het probleem, maar de onvoorspelbaarheid daarvan. Luteijn: ,,Hot item onder automobilisten is niet de vertraging. Met een kwartier vertraging van de reistijd valt best te leven. Men vindt voorspelbare vertraging aanvaardbaar. Wat als het werkelijke probleem wordt ervaren, is een file die plotseling ontstaat en die een uur duurt. Deze onvoorspelbare file leidt tot veel irritaties en ook tot agressief rijgedrag.'' Van alle files wordt 13 procent veroorzaakt door ongelukken, dus het is zaak deze snel af te handelen. Luteijn: ,,Ik heb nooit begrepen waarom de politie soms nog rustig een proces-verbaal staat op te maken als er een ongeluk is gebeurd. Je kunt ook twee foto's maken van de situatie en snel wegwezen. Misschien moet je zelfs denken aan camera's die automatisch foto's maken als zich ergens een ongeluk voordoet.''

Een tweede constatering: veel automobilisten gebruiken de A4-corridor niet om een lange afstand te overbruggen, maar voor korte ritten van en naar het werk. ,,Driekwart van het verkeer is niet doorgaand. Het gaat om ritten van zo'n 25 kilometer.'' Deze forensen die ,,even de rijksweg opgaan'', doen dat omdat er onvoldoende alternatieven zijn. Knelpunten ontstaan vaak daar waar deze lokale en regionale verkeersstromen samenkomen met verkeer over de langere afstand. De commissie heeft als proefproject de regio Haaglanden onderzocht, zeg maar de omgeving van het Prins Claus-plein. In de ochtendspits is vanuit Zoetermeer de vertraging voor automobilisten gemiddeld veertien minuten. Min of meer aanvaardbaar, vindt Luteijn: ,,Het gaat nog altijd sneller dan het openbaar vervoer.'' Maar over acht jaar zal zonder extra maatregelen de vertraging oplopen tot gemiddeld 39 minuten. De trein is dan wellicht nog steeds geen alternatief.

De commissie heeft ontdekt dat congestie voor een belangrijk deel kan worden opgelost door betere operationele samenwerking in rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid in de regio. ,,Iedere wegbeheerder neemt zijn eigen maatregelen. Er is gen centrale probleemeigenaar. In de buurt van Berkel en Rodenrijs hebben we met acht wegbeheerders te maken'', zegt Luteijn. De maatregelen werken elkaar vaak tegen. ,,Het rijk wil de mensen zo snel mogelijk van de rijksweg af hebben, de gemeente wil ze er zo snel mogelijk op hebben. En de provincie biedt te weinig alternatieve routes.''

Er moet daarom een ,,gezamenlijke verkeersregelaar'' komen die per regio een pakket samenhangende maatregelen neemt, zeggen Luteijn c.s. Te denken valt aan ,,slimme verbindingen'' waarvoor tol kan worden gevraagd, extra op- en afritten langs de snelwegen en extra provinciale wegen die het regionale en lokale verkeer weglokken van de A4-corridor. En als de ,,publieke knelpuntenautoriteit'' eenmaal is ingesteld, zullen private partijen bereid zijn de A4-corridor, en later wellicht de rest van Nederland, ,,optimaal te beheren'', verwacht Luteijn. Ook weer door extra op- en afritten, door betere doorstroomsystemen en door betere informatie aan de automobilist. Luteijn: ,,Te vaak hoor je op de radio dat er ergens een file staat die, als je er bent, is opgelost.''