Snij met verve in Haagse domheid

Onlangs maakte ik deel uit van een Duitse commissie die het onderwijs aan de Noord-Duitse universiteiten evalueerde. Wat mij meteen opviel was de rampzalige financiële toestand van die universiteiten. Gebouwen zagen er niet uit, computers en digitalisering leken een luxe te zijn, en geld voor het bezoeken van internationale congressen door hoogleraren en medewerkers ontbrak bijna altijd. In het voormalige Oost-Duitsland is er bij sommige faculteiten zelfs geen geld voor de bibliotheek.

Deze ontwikkeling is al een tijdje aan de gang en haar invloed is ook duidelijk te `zien'. Duitsers zie je niet of nauwelijks op de grote wetenschappelijke congressen in Amerika waar de toon voor nieuwe ontwikkelingen wordt gezet, tenzij zij het geluk hebben gehad van bijzondere financiering door, bijvoorbeeld, de industrie. Het gevolg is dat Duitsers de aansluiting met de internationale wetenschappelijke ontwikkelingen dreigen te missen. En als de intellectuele elite van een land provincialiseert, provincialiseert dat land ook en worden discussies introvert.

Ook in Nederland is al flink in kennis gesneden. Ik heb het dan niet eens over de ordinaire kortingen die het hoger onderwijs werden opgelegd door zelfs nog Paars II, maar de laatste jaren zijn achtereenvolgens ook de studeerkamer, congresbezoek en het kopen van wetenschappelijke boeken als aftrekposten geschrapt. De gevolgen daarvan worden natuurlijk pas langzaam zichtbaar, maar ik merk nu al dat mijn collegae minder congressen bezoeken en minder up-to-date in hun boekenbezit zijn. Dat zal binnen afzienbare tijd zichtbaar worden in internationale rankings waar wij het nu nog uitstekend doen.

Het feit dat Nederland langzamerhand als enig land in Europa bij alpha en gamma denkt zich een vierjarige master te kunnen permitteren, is ook een teken van deze misplaatste zuinigheid die ons bij de toenemende druk tot internationale accreditatie van opleidingen lelijk zal opbreken. Ten slotte zijn we langzamerhand ook het Europese land dat de meeste leges oplegt aan studenten uit landen van buiten de Europese Gemeenschap, die bovendien nog met allerlei plagerijen van onze burocratie worden geconfronteerd, zoals het visum te moeten afhalen in het land van herkomst als men al in Nederland is.

Nu de bevolking vergrijst zijn investeringen in kennis en een liberaal toelatingsbeleid van buitenlandse studenten nodig. Wie ziet hoe weinig binnenlands talent er eigenlijk is op allerlei wetenschappelijke terreinen zou buitenlandse goede studenten met open armen moeten binnenhalen. Ik geef zelf college aan buitenlandse studenten in het Engelstalige masterprogramma Euroculture van de Rijksuniversiteit Groningen. Het valt mij daarbij op met hoeveel animo studenten uit landen als China, Indonesië, Canada en Nieuw-Zeeland bij ons studeren. De Nederlandse kennisindustrie heeft nog veel te bieden en kan dat door zijn voorzieningen en het informele klimaat aan onze universiteiten dat voor buitenlandse jongeren zeer aantrekkelijk is.

Natuurlijk moet er bezuinigd worden, maar het nieuwe kabinet zou er goed aan doen in elk geval te investeren in een cursus voor hogere ambtenaren over het belang van kennis.

Snijden in domheid zou ons in de toekomst zo misschien een hoop van die bezuinigingen kunnen besparen.

Prof.dr. J.N. Bremmer is hoogleraar Godsdienstwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen.