Schilderijen met een schuldig verleden

Een van de pronkstukken van het Fries Museum is het portret van Rembrandts echtgenote Saskia van Uylenburgh (1633) door een leerling van Rembrandt. Het portret is sinds 1948 in het museum, maar nu is het daar te zien in een andere context dan gewoonlijk. Op de tentoonstelling Herkomst Gezocht. Over de teruggave van kunstvoorwerpen na de Tweede Wereldoorlog hangt Saskia's portret tussen tientallen andere kunstwerken die in de oorlog in Duitsland terecht kwamen, later werden teruggehaald en nu behoren tot de zogeheten NK-collectie van het rijk.

Of het nu om het zeventiende-eeuwse Winterlandschap van B. Avercamp gaat, om Het offer van Iphigeneia (1671) van Jan Steen, of Het kraambezoek van de achttiende-eeuwse schilder Cornelis Troost, het zijn allemaal schilderijen met een oorlogsgeschiedenis. Hoe belangwekkend ze op zichzelf ook zijn, op deze expositie draait het om hun oorlogsverleden. Dat verleden wordt bij elk kunstwerk uit de doeken gedaan.

Het portret van Saskia hing in de oorlog aan de muur bij de Duitse rijksmaarschalk Hermann Göring die het in 1940 in Nederland had gekocht. Zoals alle kunst die vrijwillig aan de Duitsers was verkocht, verviel ook dit portret na de recuperatie aan de Nederlandse staat. Met duizenden andere kunstwerken kwam het terecht in de collectie van het rijk. In de jaren vijftig werden zo'n 4000 voorwerpen geveild. Van het restant, 4217 voorwerpen waaronder 1600 schilderijen, is een deel in bruikleen bij Nederlandse musea en overheidsgebouwen. Zo ook Saskia.

Het Fries Museum wil met de tentoonstelling een inzicht geven in de grote kunstverhuizing tijdens de oorlog en ook in de problemen die zich na de oorlog voordeden bij de teruggave van kunst aan de oorspronkelijke eigenaren. Wie vrijwillig aan de Duitsers had verkocht, had geen recht op teruggave, maar joden of andere mensen die beroofd waren, hadden dat wel. De laatste jaren is gebleken dat die teruggave, een taak waarmee de Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) was belast, niet vlekkeloos is verlopen. Daarom werd in 1998 het Bureau Herkomst Gezocht opgericht dat het oorlogsverleden traceert van de kunstwerken uit de rijkscollectie. Ook werd een nieuw teruggavebeleid geformuleerd en een restitutiecommissie ingesteld die alle claims beoordeelt.

In het Fries Museum wordt de bizarre geschiedenis van de oorlogskunst op grote tekstpanelen verteld. Aan de schilderijen is te zien dat de Duitsers vooral belangstelling hadden voor 17de eeuwse Nederlandse kunst, al hangen er ook enkele werken uit de 18de en 19de eeuw. Naast doeken van bekende meesters zijn er kopieën en werken `in de stijl van'. Van de vazen, borden en tegels zijn er wat beschadigd, maar over het geheel genomen is het geëxposeerde toch van een verrassende kwaliteit.

Verschillende werken kwamen ten onrechte in het bezit van het rijk. In de teksten bij de schilderijen wordt dit niet met zoveel woorden gezegd – het museum heeft dergelijke uitspraken zorgvuldig vermeden – maar uit de gegevens over de herkomst valt het wel af te leiden. Het schilderij Vrolijk gezelschap van Dirck Hals werd door de joodse eigenaar onder bedreiging aan een Duitser verkocht. Maar de SNK oordeelde dat het een vrijwillige verkoop was geweest en gaf het dus niet terug. Het Portret van een man van de 17de eeuwse schilder N. de Largillière kwam in de rijkscollectie omdat het bij de teruggave door de SNK over het hoofd was gezien en zo zijn er meer voorbeelden. Volgens het Bureau Herkomst Gezocht, dat nauw betrokken was bij de totstandkoming van de expositie, zal binnenkort een onderzoek worden gestart naar de eigenaren of erfgenamen van dit soort schilderijen zodat ze misschien toch nog gerestitueerd kunnen worden.

De tentoonstelling besluit met een uitstalling van schilderijen en meubels waarvan de herkomst volgens de begeleidende tekst onbekend is. Dat is wel erg kort door de bocht want van de meeste is de geschiedenis inmiddels grotendeels in kaart gebracht. Neem het schilderij Twee mensen in een interieur van A. van Ostade. Van 1942 tot haar deportatie naar Auschwitz in 1943 was het van Schoontje Goldsteen uit Amsterdam. Na de oorlog verzuimde de SNK contact op te nemen met haar erfgenaam. Deze gegevens staan in een van de rapporten van Bureau Herkomst Gezocht die in het museum ter inzage liggen. Het enige onbekende is wie het schilderij voor 1942 bezat. Wie dat weet, kan een briefje deponeren in de bus die aan het eind van de tentoonstelling staat.

Tentoonstelling: Herkomst Gezocht. T/m 31 aug in het Fries Museum, Turfmarkt 11, Leeuwarden. Di t/m zo 11-17 u. Inl.: www.friesmuseum.nl