Octrooien

In NRC Handelsblad van 3 februari verscheen in de rubriek Product & Techniek het artikel `Octrooi bijna uitgeteld' van Herbert Blankesteijn waarin hij suggereert dat gemakkelijk octrooi kan worden verkregen voor een triviale uitvinding, met name voor software waarmee bedrijven vervolgens proberen om concurrenten uit de markt te drukken.

Blankesteijns suggestie ligt niet voor de hand. In een gerechtelijke procedure heeft een triviaal octrooi weinig waarde vanwege het risico dat het octrooi wegens het ontbreken van nieuwheid wordt vernietigd. Een rationeel bedrijf zal zich daarom de kosten van de aanvraag en handhaving van een triviaal octrooi besparen.

Blankesteijn baseert zijn artikel op niet-Europese voorbeelden. Veel van de octrooigeschillen die hier de pers halen, gaan over niet-technische uitvindingen, die in Europa überhaupt niet kunnen worden geoctrooieerd. In de Verenigde Staten is iedere uitvinding octrooieerbaar (`anything man made under the sun'), mits deze nieuw en inventief is. In Europa moeten octrooieerbare uitvindingen ook nog als geheel technisch zijn, en getuigen van inventiviteit op technisch vlak.

De door Blankesteijn aangehaalde plannen voor verbetering van het octrooisysteem van de Vereniging Open Source Nederland en de Federatie van Nederlandse IT-bedrijven brengen niets nieuws onder de zon. Bij octrooieerbare software zou er sprake moeten zijn van ,,planmatig beheersbare natuurkrachten en deze mag dan nog alleen beschermen voor de geclaimde toepassing''. Beide regels gelden echter allang in Europa.

In een tijd waarin het economisch slecht gaat, verdient stimulering van innovatie meer aandacht. Een genuanceerde behandeling van het octrooirecht kan daaraan bijdragen.