Nederland is een uitgeleefd land

De steden en de infrastructuur in Nederland zijn ten prooi gevallen aan ernstige verwaarlozing. H.B. de Roos en B.J. Verdoes pleiten voor hernieuwde aandacht voor onderhoud.

Nu het Nederlandse landschap op ongekend grootschalige wijze herverkaveld wordt ten behoeve van woningbouw, industrie en verkeersvoorzieningen wordt het tijd om ons af te vragen wie zich met het `onderhoud' van het nieuwe Nederland gaat bezighouden. Kan dat overgelaten worden aan de markt? Moet de overheid regelend optreden?

Is er werkelijk een nieuw nationaal onderhoudsprobleem dat we tot nu toe hebben veronachtzaamd? Leeft onderhoud eigenlijk wel bij de lokale of landelijke politiek of bij de man en vrouw in de straat? Was ooit Nederland niet het toonbeeld van onderhoud voor menige buitenlandse bezoeker?

`Aan het erf herkent men de boer', zo luidde een oud gezegde, waarmee ook werd bedoeld, dat met name het onderhoud van het landschap in handen lag van de boeren. Onderhoud van landerijen, hulpmiddelen en boerderij was van levensbelang voor het voortbestaan.

Onderhoud van dijken is al even belangrijk. Is dat verzekerd als we ook onze dijken `privatiseren'? En wie kent niet een gemeente die gemakkelijker bezuinigt op civieltechnisch onderhoud dan op het straathoekwerk?

Bestond het onderhoud van het landschap vroeger voornamelijk uit de door boeren eeuwenlang uitgevoerde werkzaamheden in het kader van het zaaien, oogsten en ploegen, nu moeten we constateren dat de herverkaveling van Nederland nieuwe onderhoudsvraagstukken oproept. Het moet velen zijn opgevallen dat onze historische binnensteden bijkans uitgeleefd raken omdat er geen adequaat onderhoud aan woningen en infrastructuur wordt gepleegd. Wie na decennia van afwezigheid door steden als Amsterdam, Dordrecht of Delft, Bolsward, en zovele andere steden loopt, moet wel heel triest worden.

Toen onlangs een emigrant terug was in Amsterdam kon deze zijn verbazing over het uitgeleefde karakter van de binnensteden maar nauwelijks onder woorden brengen. Wat is er over van de eens zo goed onderhouden panden, bruggen en publieke ruimtes in de binnenstad? Het eens zo prachtige pand van `Utrecht' aan de Raadhuisstraat lijkt dan wel opgeknapt doch in het kader van een of andere subsidieregeling is er slechts een verfje over het rotte hout gestreken.

Daar waar de horeca zich meester heeft gemaakt van menig historisch pand kan men constateren dat het onderhoud nog slechts bestaat uit regelmatige verbouwingen ten behoeve van het doorstaan van nog meer bezoek en de daarmee gepaard gaande onachtzaamheid voor de bouwkundige `weerstand' van het pand. De bruggen in Amsterdam vertonen alle verschijnselen van achterstallig onderhoud.

De Bijlmer is als woonwijk nu al niet meer te onderhouden. Slopen lijkt beter en goedkoper dan onderhouden. De negentiende en twintigste eeuwse kerken vervallen door het ontbreken van middelen voor onderhoud. De oudere kerken kunnen ternauwernood ontkomen aan de inwerking van zure regen.

Het rioleringensysteem van Nederland is al evenzeer aan achterstallig onderhoud onderhevig. Slecht of niet meer onderhouden industrieterreinen zijn er in Nederland te over.

Er zijn kennelijk ook belanghebbenden bij slecht onderhoud. `Verlaten' industrieterreinen vallen gemakkelijk ten prooi aan huisvesting zoekende criminele organisaties en organisatoren van `luidruchtige feesten'.

Zoals het belang van onderhoud en instandhouding ooit met de paplepel werd ingegoten (van sokken stoppen, zaterdags fiets poetsen tot knopen aanzetten in militaire dienst) zo kan men nu spreken van het teloorgaan van het onderkennen van het belang van goed onderhoud in brede lagen van de bevolking omdat `je iets nieuws koopt' zelfs voordat het versleten is.

Een aannemer die veel werk doet in ontwikkelingslanden vertelde eens, dat in veel landen bij de evenaar het begrip van het belang van onderhoud aan gebouwen ook nauwelijks leeft.

Er moet gevreesd worden, dat de politieke belangstelling voor het belang van onderhoud en instandhouding van de Nederlandse kapitaalgoederenvoorraad, de boom waarvan we allemaal de vruchten plukken, op langere termijn sterk zal verminderen. Dat leidt tot inmiddels herkenbare problemen in de infrastructuur.

Bij gebruikers van infrastructuur (spoor, wegen, telecom, gezondheidszorg), huurders van woningen, etc. levert minder onderhoud echter méér onzekerheid op over de mogelijkheden en tijdsduur van reparatie als er iets kapot gaat. En bijkomend effect is de toename van wachttijden voor gebruikers door het onverantwoord opvoeren van de werkdruk op het personeel dat overblijft. We merken, dat achterstallig onderhoud bij de spoorweginfrastructuur en wagons tot vervelende gevolgen leidt.

We beseffen ook dat bruggen kunnen instorten als er geen onderhoud aan wordt gepleegd. Wegwerkers die onderhoud plegen zijn inmiddels hun leven niet zeker. We weten ook, dat de fabrikant van aan betonrot onderhevige vloeren ook moet hebben gedacht dat de levensduur van het erop gebouwde huis korter zou kunnen zijn dan de vloer.

We rekenen gewoonweg op een korte levensduur en duurzaamheid is niet in. Doch anderzijds hebben we de mond vol van duurzaamheid'. Is dat te rijmen? Ja zegt de een, want indien we herwinbare materialen gebruiken, dan kunnen we veel consumeren zonder dat we ons behoeven te bekommeren om duurzaamheid.

Een bekend voorbeeld is de krant. Slechts de archivaris die de krant wil bewaren heeft een probleem als het papier zodanig gemaakt is dat het zonder enig bezwaar weer kan worden hergebruikt. We beschikken inmiddels over machines die oude bouwmaterialen zeer snel kunnen vermalen tot weer nieuwe bouwstoffen.

Het nationale vraagstuk `onderhoud' wordt van een andere aard. Het milieubewustzijn heeft daaraan op dubieuze wijze meegewerkt evenals de prijsontwikkeling van instandhouden ten opzichte van 'nieuw inclusief de kosten van het herwinnen van grondstoffen'. Maar dat neemt niet weg, dat de nationale onderhoudsverantwoordelijkheid ten behoeve van belangrijke delen van de vitale infrastructuur (wonen, werken, verkeer, gezondheidszorg, etc.) wel degelijk blijft bestaan.

Inmiddels raakt ook het denken over het belang van onderhoud uit de hoofden van de huidige generaties inwoners van Nederland. Het is niet meer op natuurlijke wijze geleerd en fabrikanten van allerlei apparaten tot de auto toe verbieden het de consument zelfs. De verantwoordelijkheid ervoor verschuift naar een ander niveau. In de marginaliteit dreigt echter het onderhoud van het cultureel erfgoed terecht te komen.

De Grote kerk in Breda is zojuist geheel gerestaureerd en staat er weer schitterend bij. Zal dat de huiswaartskerende bezoeker van de vele nabijgelegen horecagelegenheden iets kunnen schelen? De vele nissen van de kerk nodigen gemakkelijk uit tot het zich ontdoen van overtollige lichaaamsvochten Meer aandacht voor goed en adequaat onderhoud van Neerlands welvaartsboom? Het lijkt vechten tegen de bierkaai.

www.nrc.nl/discussie : Schiet het onderhoud van Nederland tekort?

Prof.dr. H.B.Roos is hoogleraar logistiek management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam);

ir. B.J.Verdoes is verbonden aan de International Business Consultants Group, heeft zich bezig gehouden met `maintenance' and `engineering' en is gastdocent aan de Erasmus Universiteit.