Koerden in de knel

Van alle scenario's die circuleren over wat er tijdens en na een oorlog tegen Irak kan gebeuren, is er één dat min of meer vaststaat: voor het grootste volk zonder land in deze regio ziet het er slecht uit. De Koerden dreigen weer eens het slachtoffer te worden van geopolitieke twisten, zoals zo vaak in hun bloedige geschiedenis. Het huidige financieel-strategische steekspel tussen de Verenigde Staten en Turkije over de stationering van Amerikaanse troepen op Turks grondgebied moet deels worden gezien als het scheppen van ruimte voor Turkije om na de val van het Iraakse bewind het Koerdisch separatisme in Zuidoost-Turkije en Noord-Irak de kop in te drukken. Ankara wil een `vredesmacht' van tienduizenden militairen in de grensstreek stationeren om een vluchtelingenstroom te keren, maar vooral om de Koerden in toom te houden. De Turkse regering wil voorkomen dat zij van het moment gebruikmaken om hun onafhankelijkheidsstreven aan te jagen en in een desintegrerend Irak beslag leggen op de noordelijke olievelden.

Twintig miljoen Koerden wonen in een `Koerdisch volksgebied' in Zuidoost-Turkije, Noordoost-Syrië, Noord-Irak en West-Iran. Tot in de negentiende eeuw waren hier Koerdische vorstendommen gevestigd, die opgeslokt werden door het Turkse en Perzische Rijk. Het Koerdisch nationalisme kwam rond de eeuwwisseling tot bloei; de eerste belofte op papier voor een eigen staat (`Koerdistan') dateert van 1920. Maar vanaf het moment van ontstaan van het Turkije van Kemel Atatürk was het afgelopen met het streven naar een eigen staat voor de Koerden. Dat was strijdig met de belangen van het kemalistische Turkije. Sindsdien is de geschiedenis van de Koerden in bloed gedrenkt: bezettingen, opstanden, onafhankelijkheidsstrijd, stromen vluchtelingen, arrestaties van leiders, tot en met de recente verbanning van de Turks-Koerdische politieke leider Öcalan en uitzetting van de Iraakse fundamentalistische Koerd mullah Krekar. Geen Koerdische vrijheidsstrijder die de dood niet in de ogen heeft gezien – de fanatieke peshmerga's – geen Koerd die niet fantaseert over een onafhankelijk Groot-Koerdistan.

Het zal er ook dit keer niet van komen. Zelfs de gedachte dat Koerdistan een deelstaat wordt in een nieuwe Iraakse federatie na Saddam, wijst Ankara met kracht van de hand. Een Koerdische staat in een gebied dat zo rijk is aan olie (met de reeds door de Koerden geclaimde oliecentra Kirkuk en Mosul) zou de verhoudingen in het gebied op scherp zetten. Voor Turkije is het een nachtmerrie. Sommige Koerden hebben hun aspiraties aangepast aan een realistischer niveau: behouden wat tot nu toe is bereikt. Veel is dat niet, maar in Turkije is onder druk van de Europese Unie de levensstandaard van de Koerden naar een hoger peil gebracht.

Dat laatste sneuvelt als eerste zodra er bommen op Bagdad vallen. Daarmee zouden de Koerden weer terug bij af zijn. Een vrij Koerdistan is om politieke redenen op dit moment onhaalbaar – en gelet op de explosieve omstandigheden in de regio ongewenst. Een deelstatelijke constructie voor de Koerden in een federatief Irak is echter een serieuze overweging waard. Als het zover komt, ligt hier een taak voor de Verenigde Naties. Ervaringen uit het verleden (Balkan, Oost-Timor) hebben geleerd dat opsplitsing van probleemgebieden en het onder toezicht plaatsen van de `internationale gemeenschap' (VN, OVSE, EU) perspectief op onafhankelijkheid kunnen bieden. Eens zal de historische tendens om de Koerden te knevelen, doorbroken moeten worden.

Gerectificeerd

Öcalan

In het hoofdartikel Koerden in de knel (20 februari, pagina 7) is sprake van verbanning van de Koerdische leider Öcalan. Öcalan zit in een cel op een Turks gevangeniseiland.