Kenniseconomie

Maria van der Hoeven en Annette Nijs constateren in hun artikel van 11 februari dat steeds meer mensen tot het besef komen dat goed onderwijs een cruciale factor is in de ontwikkeling van de kenniseconomie. Het is mooi dat ook de verantwoordelijke bewindspersonen tot dit inzicht komen, gezien het feit dat zij bij de vorige formatie akkoord zijn gegaan met bezuinigingen op het onderwijs. Vraag is alleen waar dat besef toe leidt. Wat D66 betreft tot een broodnodige investering van 2,5 miljard euro in kennis en onderwijs. VVD en CDA trekken in hun verkiezingsprogramma 25 respectievelijk 12 keer minder uit. Als Van der Hoeven en Nijs meer willen leveren dan mooie woorden, zouden ze in dat opzicht wel wat afstand mogen nemen van hun partijen. Maar zij kiezen niet voor een serieuze investering in onderwijs en dat maakt hun betoog niets meer dan een gratuite opsomming van gemeenplaatsen en schijnoplossingen. Zo is samenwerking met het bedrijfsleven inderdaad wenselijk, maar de publiek-private samenwerking lijkt bij beide bewindslieden vooral te worden ingegeven door de financiële voordelen die dit de overheid brengt. Zij leveren de toekomst van Nederland de facto uit aan de goedgevigheid van het bedrijfsleven. Dat de twee eerstverantwoordelijken voor het Nederlandse onderwijs niet pleiten voor meer geld en aandacht voor scholen en leraren in de formatie is meer dan een gemiste kans. Het zou alle alarmbellen in de onderwijswereld moeten doen afgaan, dat onderwijs voor het CDA opnieuw de sluitpost zal worden in de formatie.