`Vlam kan in pan slaan'

Een oorlog tegen Irak is na de massademonstraties controversiëler dan ooit. In een serie interviews vandaag Haci Karacaer, voorzitter van de Turkse moskeevereniging Milli Görüs.

,,Burgemeester Cohen is terecht bang voor onrust in Amsterdam bij een oorlog tegen Irak. Ook de aanhang van Milli Görüs is namelijk – helaas – gevoelig voor complottheorieën die overwaaien vanuit het Midden-Oosten alsof het gaat om een Amerikaans/joodse oorlog tegen de islam. Onder Cohens leiding gaan wij, bestuurders van de gemeente en religieuze en maatschappelijke organisaties, dan ook morgenavond in Amsterdam praten over wat we kunnen doen om te voorkomen dat de vlam in de pan slaan als de oorlog uitbreekt.

Ik vind het alarmerend dat Nederlandse moslims achter zo'n tiran als Saddam Hussein staan, zoals bleek uit een onderzoek van de EO. Kennelijk zien ze hem als vertegenwoordiger van de islam en een mogelijke oorlog als een Amerikaanse poging om de islam kapot te maken.

Ik ben tegen een oorlog. Het Iraakse volk zal er alleen maar meer onder gaan lijden. Het zou ook zonde zijn om een van de oudste steden van de wereld te bombarderen.

Ook al heb ik moeite met de motieven van de Verenigde Staten. Zelf zie ik een mogelijk militair optreden niet als een oorlog tegen de islam. Saddam zie ik als een ziekte die zich heeft genesteld in Bagdad die moeilijk weg te krijgen is.

De complottheorieën in de islamitische wereld beschouw ik als een teken van zwakte, machteloosheid. De islamitische wereld stelt internationaal weinig voor, die kijkt machteloos toe wat er gebeurt in Palestina. Moslims zien het machtige Amerika daar niet ingrijpen. Moslims zijn daarom boos. Ze leggen de schuld en ook de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurt in Palestijnse gebieden bij de Verenigde Staten.

Arabische machthebbers helpen via hun kranten en televisiestations zelf ook dergelijke theorieën de wereld in. Zo weten ze de woede van het volk te richten op derden in plaats van op zichzelf.

De complottheorieën komen ook via satellietzenders naar Nederland. Ook bij mijn organisatie, Milli Görüs, worden vele samenzweringen tegen de moslims onthuld. Dan grap ik weleens: wij moslims zijn op de hoogte van alles, zelfs van geheime complotten, maar we doen er maar niets aan. Deze satellietzenders weren van Nederlandse huiskamers? Dat kan niet, want Nederland is geen Iran.

Ik zie wel een taak weggelegd voor het onderwijs, de spin in het web. Op scholen kunnen we de tweedeling tussen moslims en niet-moslims een halt toeroepen. Moslims denken dat de hele wereld tegen ze is, anderen zien in de moslims een potentieel gevaar voor de samenleving. We moeten islamitische jongeren duidelijk maken en hen gevoel geven dat ze hier wel thuishoren en dat alle jongeren, moslim of niet, wel met elkaar kunnen samenleven.

Ik heb liever dat de jongeren op de een of andere manier aan de gesprekstafel zitten dan dat ze gefrustreerd rondlopen in de stad.''